wetzoeker

6.5.1 — Beleid Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)

Beleid

In het Nationaal Waterplan 2016–2021 is vastgelegd dat olie- en gaswinning uit de Nederlandse velden op de Noordzee een activiteit van nationaal belang is. Er wordt geïnvesteerd in olie- en gasvelden op de Noordzee. Het uitgangspunt is om het potentieel van aardgas- en aardolievoorraden in de Noordzee zo veel mogelijk te benutten.

Naast het belang van daadwerkelijke olie- en gaswinning, speelt ook de helikopterbereikbaarheid van de platforms een rol. In de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 is in dat kader opgenomen dat het ‘Ontwerpproces: afstand tussen mijnbouwlocaties en windparken’ moet worden doorlopen. Met alle mijnbouwoperators die binnen een afstand van vijf nautische mijl van het windenergiegebied Hollandse Kust (west) een mijnbouwplatform of -vergunning hebben, is volgens dit ontwerpproces gesproken. De luchtzijdige bereikbaarheid van mijnbouwplatforms komt verder in paragraaf 6.7.2 aan de orde.

Een aantal mijnbouwinstallaties op de Noordzee zal echter de komende jaren het einde van hun economische levensduur bereiken. Buiten gebruik gestelde mijnbouwplatforms worden op grond van artikel 44, eerste lid, van de Mijnbouwwet verwijderd. De Minister van Economische Zaken en Klimaat kan op grond van artikel 44, derde lid, van de Mijnbouwwet de verplichting tot verwijdering beperken tot een door hem te bepalen diepte beneden de bodem van het oppervlaktewater. De vereiste maatregelen voor de ontmanteling van putten zijn vastgelegd in afdeling 8.5 van de Mijnbouwregeling. Om putten permanent af te sluiten worden doorgaans pluggen van cement in de put aangebracht. De put wordt net onder het oppervlak afgesloten en de stalen behuizingen worden enkele meters onder de zeebodem doorgesneden.

Het verwijderen van een buisleiding kan meer milieuschade veroorzaken dan wanneer deze blijft liggen. In dat laatste geval wordt de leiding gereinigd en vervolgens gespoeld met zeewater, en op zodanige wijze schoon en veilig achtergelaten. De Minister van Economische Zaken en Klimaat kan op grond van artikel 45, eerste lid, van de Mijnbouwwet wel bepalen dat een buisleiding verwijderd moet worden na beëindiging van de winningsactiviteiten.

49 Naar verwachting treedt 1 januari 2022 een wijziging van de Mijnbouwwet in werking. Daarmee worden bepalingen uit de Mijnbouwwet ten aanzien van het verwijderen en hergebruiken van de infrastructuur die is gebruikt voor mijnbouwactiviteiten en de in dat kader te stellen financiële zekerheden verduidelijkt, geactualiseerd en aangevuld. Het verwijderen van een mijnbouwwerk is geregeld in artikel 44, tweede lid en het verwijderen van een kabel of pijpleiding in artikel 45, tweede lid van de te wijzigen wet. Zie Stb. 2021, 92.

Regeling
Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0046360
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl