3.1.1 — Zienswijzen Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
Zienswijzen
Naar aanleiding van de publicatie van de kennisgeving en de terinzagelegging van het herziene
ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west) zijn in totaal zeven zienswijzen ontvangen. Eerder zijn, naar aanleiding van de kennisgeving en de terinzagelegging van het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit, in totaal zes zienswijzen ontvangen. In het herziene ontwerpkavelbesluit is aangekondigd dat zienswijzen op beide ontwerpbesluiten per deelaspect worden beantwoord bij de definitieve besluitvorming. Aan het eind van deze toelichting, onder IV, is de ‘Nota van beantwoording op afzonderlijke zienswijzen en reacties in het kader van het ontwerpkavelbesluit VI Hollandse Kust (west)’ opgenomen. De nota van beantwoording maakt, voor zover de zienswijzen zich richten tegen het ontwerp van dit besluit, onderdeel uit van het besluit. Naar aanleiding van de zienswijzen en reacties zijn, in hoofdzaak, de volgende wijzigingen doorgevoerd in dit definitieve besluit:
– Voorschrift 3, eerste, tweede en zevende lid, bepaalt dat ten hoogste 60 turbines worden geplaatst van ten minste 14 MW. Het (aangepaste) totale rotoroppervlak is maximaal 2.624.613 m2. Met de aanscherping van de bandbreedte op deze aspecten is beoogd de gevolgen voor het aan te wijzen Natura 2000-gebied Bruine Bank te beperken. Dit is een wijziging ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit. Ten opzichte van het herziene ontwerpkavelbesluit is het totale maximaal rotoroppervlakte aangepast, van 2.280.780 m2 naar 2.624.613 m2. Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 7.2 en de nota van beantwoording (onder IV).
– Voorschrift 3, zesde lid, bepaalt een minimale turbine-ashoogte van 135 meter boven MSL. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit maar was in het oorspronkelijke ontwerp 135,5 meter. De ashoogte van (afgerond) 135 meter is voorgeschreven om te waarborgen dat de toegestane bandbreedte van het windpark in overeenstemming is met de bandbreedte als gehanteerd in relatie tot het gemodelleerde aantal aanvaringsslachtoffers onder vogels in het Kader ecologie en cumulatie (KEC).
– Voorschrift 3, achtste lid, bepaalt dat een samenstel van turbines met een gecombineerd geïnstalleerd vermogen tot 760 MW in ieder geval wordt aangesloten op het TenneT-platform Hollandse Kust (west Alpha). Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit. Het oorspronkelijk ontwerp ging uit van alle turbines. Het voorschrift houdt rekening met de door de (gewijzigde) Wet windenergie op zee geboden mogelijkheid dat het net op zee niet het enige aansluitpunt is. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.1.3.
– Voorschrift 4, vijfde lid, bevat een inspanningsverplichting om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht in de bouw- en verwijderingsfase te beperken. Dit is conform het herziene ontwerpbesluit. Het oorspronkelijke ontwerp bevatte een gekwantificeerd en bindend emissieplafond. Deze bepaling wordt gelet op de wettelijke voorziening als bedoeld in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming en artikel 2.5 Besluit natuurbescherming niet langer passend geacht. Met het vervangende voorschrift wordt aangesloten bij de aanpak van het (voorgestelde) artikel 7.19a van het Besluit bouwwerken leefomgeving, dat voor windparken in de EEZ niet van toepassing is. Een nadere motivering is opgenomen in paragraaf 7.8.7.
– Aan voorschrift 4, achtste lid, is een coördinatentabel toegevoegd van de in de kavel aanwezige (afgesloten) mijnbouwputten. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit maar ontbrak in het oorspronkelijke ontwerpbesluit.
– De in voorschrift 4, negende lid, genoemde termijn voor het overleggen van een archeologie-werkplan is drie maanden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit, maar in het oorspronkelijke ontwerp was deze termijn abusievelijk gesteld op achttien maanden voorafgaand aan de start van de bouw.
– In het ontwerpkavelbesluit was in voorschrift 4, tiende lid, onderdeel c voorgeschreven dat in ieder geval de contouren van het windpark verlicht dienen te zijn in het kader van de luchtvaartveiligheid, waarbij, vanuit de cockpit van het luchtvaartuig gezien, de afstand op de horizon tussen de afzonderlijke lichten op de windturbines niet meer dan 900 meter is. Dit onderdeel van voorschrift 4, tiende lid, is geschrapt. De reden daarvan is dat in onderdeel a van voorschrift 4, tiende lid, dwingend is bepaald dat de obstakellichten op het hoogste vaste punt op alle windturbines vastbrandende rode lichten zijn. Het voorschrift zoals opgenomen in zowel het oorspronkelijke als herziene ontwerpkavelbesluit was daarmee innerlijk tegenstrijdig en niet in overeenstemming met het informatieblad ‘Aanduiding offshore windturbines en offshore windparken in relatie tot luchtvaartveiligheid’.
– In voorschrift 4, tiende lid, is ter bevordering van de scheepvaartveiligheid de verplichting opgenomen dat alle turbines zijn voorzien van goed zichtbare herkenningstekens/identificatiecodes die indirect en overkapt zijn verlicht met een eigen lichtbron van lage lichtsterkte. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit, maar ontbrak nog in het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit.
– Voorschrift 6 bepaalt dat de vergunning wordt verleend voor 35 jaar. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit maar gelet op de gewijzigde Wet windenergie op zee vijf jaar langer dan bepaald in het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit. De nadere motivering is opgenomen in paragraaf 4.4.1.
– Voorschrift 8, waarin de financiële zekerheidsstelling is geregeld, is gelet op het bovenstaande aangepast op de wijziging van de vergunningsduur. Dit is conform het herziene ontwerpkavelbesluit, maar ontbrak nog in het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit. Daarnaast is aanvullend het vierde lid geschrapt, dat gelet op de gewijzigde Wet windenergie op zee niet meer relevant is.
– Bij voorschrift 2, tweede lid, in het oorspronkelijke ontwerp was een foutieve bijlage gevoegd. Deze is vervangen door de correcte versie, conform het herziene ontwerpkavelbesluit.
– In paragraaf 6.5.4 van het oorspronkelijke ontwerpkavelbesluit stond in relatie tot voorschrift 4, achtste lid, ten onrechte vermeld dat onder voorwaarden steenbestorting aanwezig mag zijn in een straal van 100 meter rond een (afgesloten) mijnbouwput. Deze passage is reeds in de toelichting bij het herziene ontwerpkavelbesluit verwijderd.
– In paragraaf 6.8.2 is conform het herziene ontwerpkavelbesluit in de toelichting verduidelijkt dat (gedeeltelijke) overdraai van turbinebladen is toegestaan in een straal van 100 meter rond de mogelijk archeologisch waardevolle objecten en de begraven ijzerhoudende voorwerpen. In afwijking van het herziene ontwerpbesluit is het tevens in de betreffende voorschriften (voorschriften vier, achtste en negende lid) tot uitdrukking gebracht.
– In de paragrafen 6.10.2 en 6.10.3 is conform het herziene ontwerpkavelbesluit toegevoegd dat de (verlaten) telecomkabel UK-NL10 aanwezig is in het gebied.
– In paragraaf 6.11.3 is conform het herziene ontwerpkavelbesluit nader toegelicht dat in het kavelbesluit geen (bindende) ruimtelijke reservering/uitsluiting wordt opgenomen voor de straalverbindingen die de kavel doorkruisen.
- Regeling
- Kavelbesluit VI windenergiegebied Hollandse Kust (west)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0046360
- Versie
- 2026-07-17_0