wetzoeker

1.2 — De rol van het strafrecht Aanwijzing huiselijk geweld en kindermishandeling

De rol van het strafrecht

Om te beoordelen of (en zo ja hoe) het strafrecht moet worden ingezet bij een verdenking van huiselijk geweld of kindermishandeling, moeten verschillende elementen in een zo vroeg mogelijk stadium van de zaak worden meegewogen. Bij de start van een zaak en tijdens het vervolg ervan wordt steeds bepaald of voldoende maatregelen zijn getroffen om de directe veiligheid van betrokkenen en anderen te waarborgen en of er voldoende maatregelen zijn getroffen om duurzame veiligheid te versterken.

De officier van justitie beziet in dit kader welke strafrechtelijke mogelijkheden ingezet moeten worden.

Bij de beoordeling of (aanvullende) strafrechtelijke maatregelen nodig zijn, wordt gebruik gemaakt van informatie, kennis en expertise van andere instanties zoals Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de Reclassering.

3 Uitwisseling van informatie met deze partijen vindt plaats in overeenstemming met de geldende regelgeving in het Wetboek van Strafvordering, de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Aanwijzing Wjsg.

Het betrekken van deze partijen is zowel bij een aangehouden- als bij een niet-aangehouden verdachte van belang. Immers moet in beide situaties beoordeeld worden of het wel of niet veilig is voor betrokkenen in het systeem (partner/familie/huisgenoten/kinderen).

Veilig Thuis heeft onder meer de wettelijke taak om bij een Veilig Thuis-melding onderzoek uit te voeren. Aan dergelijk onderzoek is in ieder geval een veiligheidsbeoordeling voorafgegaan. Deze veiligheidsbeoordeling van Veilig Thuis geeft informatie over de mate en het type van onveiligheid. Deze beoordeling wordt bij verdenking van een strafbaar feit gebruikt door politie en openbaar ministerie om te beoordelen of er (extra) beschermingsmaatregelen nodig zijn, zoals contact- en locatieverboden.

Indien nodig worden maatregelen ter bescherming van het slachtoffer ingezet in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen.

Bij het inzetten van deze maatregelen wordt zo veel mogelijk samengewerkt met andere (overheids)instanties die taken hebben ten aanzien van de veiligheid en waar mogelijk wordt gezamenlijk bekeken wie welke maatregelen treft.

Bij de beoordeling van de noodzaak om strafrecht in te zetten houdt de officier van justitie rekening met:

– de ernst van de gedraging of het feit;

– de kans op recidive;

– de vraag of de strafrechtelijke interventie bijdraagt aan het vergroten van de veiligheid en het beperken van recidiverisico. In het geval de verdachte naar aanleiding van het voorval een behandeling ondergaat, vraagt de officier van justitie middels een reclasseringsrapportage informatie op over de stand van zaken hiervan;

– de schade (zowel fysieke als psychische schade aan personen en schade aan eigendommen);

– de impact die het delict heeft (gehad) op het slachtoffer;

– de impact die het delict heeft (gehad) op de samenleving; en

– het belang van waarheidsvinding en bestraffing van gepleegde delicten afgewogen tegen de belangen van veiligheid en veerkracht van de betrokken personen.

Specifiek voor optreden tegen geweld binnen een (gezins)systeem is de ‘systeemgerichte’ aanpak ontwikkeld. De systeemgerichte aanpak is zowel gericht op hulpverlening aan en beveiliging van het slachtoffer als op behandeling en vervolging van de geweldpleger, als op (hulpverlening aan) de andere sociale relaties binnen het (gezins)systeem. In de systeemgerichte aanpak worden het slachtoffer, de dader én het systeem om hen heen betrokken om het patroon van geweld te doorbreken en bij te dragen aan duurzame veiligheid binnen het systeem. In zaken waar eer een rol speelt is voorzichtigheid geboden met het betrekken van het systeem aangezien dat het risico op escalatie juist verhoogt.

4 De voorzichtigheid richt zich hier op de wijze waarop OM en politie handelen, bijvoorbeeld bij het verrichten van een aanhouding.

Regeling
Aanwijzing huiselijk geweld en kindermishandeling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2022
BWB-id
BWBR0046205
Versie
2022-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl