wetzoeker

2.5 — Staatssteun Besluit vaststelling beleidsregel subsidiëring Kickstart Medicatieoverdracht 2022–2027

Staatssteun

Van belang is dat een subsidiemaatregel geen ongeoorloofde staatssteun oplevert. Artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) merkt steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, aan als onverenigbaar met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt. Met andere woorden, overheden mogen ondernemingen niet financieel begunstigen als daardoor de concurrentie kan worden vervalst en de handel tussen EU-lidstaten kan worden beïnvloed. Een van de toetsingscriteria hiervoor betreft de vraag of sprake is van een onderneming die een economische activiteit verricht. Op basis van de activiteiten zoals genoemd in paragraaf 2.2. kan hierover het volgende worden gezegd.

Activiteit 1 – het aanpassen van de ICT-systemen – is een economische activiteit. Subsidie voor deze activiteit dient volledig marktconform te worden besteed aan de ICT-leveranciers. Indien de inhuur van de ICT-leveranciers voor de gesubsidieerde activiteiten door middel van een open, transparante en non-discriminatoire procedure en tegen marktconforme tarieven geschiedt, is er geen sprake van staatssteun aan de ICT-leveranciers. Dezelfde redenatie gaat op voor activiteit 4, activiteiten rondom de organisatie van het samenwerkingsverband. Voor de organisatie van het samenwerkingsverband wordt namelijk gebruik gemaakt van een externe projectleider die op basis van een marktconform tarief zal worden ingehuurd. Mogelijk zijn er voor activiteit 4 kosten die niet marktconform kunnen worden besteed. In dat geval geldt dat deze kosten worden aangemerkt als de-minimissteun

9 Op basis van de reguliere de-minimisverordening kan de overheid over een periode van drie jaren tot € 300.000 aan steun aan een onderneming verstrekken, zonder dat sprake is van staatssteun.

. Dit betekent dat deze kosten mee worden genomen in de-minimisruimte van de penvoerder van het samenwerkingsverband. Ingevolge de regels van de-minimis zijn dergelijke kosten gemaximeerd op een bedrag van € 300.000 over drie jaren en zal de penvoerder een de-minimisverklaring moeten overleggen, zoals bedoeld in paragraaf 4.2, voordat er kan worden overgegaan tot subsidieverlening. Voor activiteit 4 is een DAEB gevestigd bij de penvoerder. De DAEB valt binnen de marges van de DAEB de-minimisverordening (Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023). Nu een DAEB de-minimis gerechtvaardigd is voor de hoofdactiviteit (implementeren informatiestandaard, activiteit 2), is een DAEB ook gerechtvaardigd voor de activiteiten die daarmee direct samenhangen en die daaraan ondersteunend zijn. Het gaat om economische activiteiten die het algemeen belang dienen en die de markt, zonder overheidsoptreden, niet of niet onder dezelfde voorwaarden zou verrichten. Bij een herzieningsaanvraag wordt een DAEB de-minimisverklaring aangeleverd waaruit volgt dat er nog voldoende DAEB de-minimisruimte resteert. Voor zover derden worden ingeschakeld gebeurt dit marktconform.

Voor het deel van de subsidie dat ziet op implementatie-ondersteuning – activiteit 2 – zal de individuele zorgaanbieder aan het samenwerkingsverband belast worden met het verrichten van een zogenaamde dienst van algemeen economisch belang (DAEB). Hiertoe zal met de verschillende zorgaanbieders een DAEB de-minimis overeenkomst inclusief een verklaring DAEB de-minimissteun worden gesloten. Het gaat hier namelijk om economische activiteiten die het algemeen belang dienen en die de markt, zonder overheidsoptreden, niet of niet onder dezelfde voorwaarden inzake objectieve kwaliteit, veiligheid, betaalbaarheid, gelijke behandeling of algemene toegang zou verrichten. Subsidie voor activiteit 2 is ingevolge de regels van de DAEB de-minimis gemaximeerd op een bedrag van € 750.000 over drie jaren per zorgaanbieder. De penvoerder zal, voordat er kan worden overgegaan tot subsidieverlening, een DAEB de-minimis overeenkomst inclusief een verklaring DAEB de-minimissteun van de zorgaanbieder moeten overleggen, zoals bedoeld in paragraaf 4.2.

Activiteit 3 – kennisdeling – is een niet-economische activiteit, waardoor subsidie voor deze activiteit geen staatssteun vormt. Hierbij gaat het om het delen van kennis met andere geïnteresseerde partijen (zoals andere samenwerkingsverbanden, leveranciers en sectoren) met als doel het profiteren van elkaars ervaringen en kennis.

Indien het voorgaande in acht wordt genomen bij de subsidieverstrekking levert de Beleidsregel geen ongeoorloofde staatssteun op.

Regeling
Besluit vaststelling beleidsregel subsidiëring Kickstart Medicatieoverdracht 2022–2027
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-09-2026
BWB-id
BWBR0046202
Versie
2026-09-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl