wetzoeker

Paragraaf 4 — Weigeren aangevraagde of intrekken reeds verleende vergunning Beleidsregels Wet Bibob Wtza

Weigeren aangevraagde of intrekken reeds verleende vergunning

Indien de uitkomst is dat sprake is van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Wet Bibob, dan dient door de minister zelf te worden getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel van artikel 3, vijfde lid, Wet Bibob. De weigering van een aangevraagde vergunning of intrekking van een reeds gegeven vergunning vindt, op grond van artikel 3, vijfde lid, Wet Bibob, slechts plaats indien deze evenredig is met (a) de mate van het geconstateerde gevaar en (b) de ernst van de strafbare feiten, voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, Wet Bibob, betreft.

De toelatingsvergunning kan ook worden geweigerd of ingetrokken indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging of behoud van de toelatingsvergunning een strafbaar feit is gepleegd. Ook in dat geval moet de weigering of intrekking tenminste evenredig zijn met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit.

Voor zover blijkt dat geen sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Wet Bibob maar wel een mindere mate van gevaar of indien sprake is van een ernstig gevaar waarbij de ernst van de strafbare feiten weigering of intrekking van de toelatingsvergunning niet rechtvaardigt, dan is het mogelijk om aan de toelatingsvergunning voorschriften te verbinden. Als niet aan een dergelijk voorschrift wordt voldaan, dan kan de toelatingsvergunning ook worden ingetrokken.

Indien de minister voornemens is om de aanvraag om een toelatingsvergunning af te wijzen of in te trekken of daaraan voorschriften te verbinden, neemt hij paragraaf 5 van dit hoofdstuk in acht.

Regeling
Beleidsregels Wet Bibob Wtza
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
07-01-2022
BWB-id
BWBR0046184
Versie
2022-01-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl