wetzoeker

Paragraaf 2 — Inhoud eigen Bibob-onderzoek Beleidsregels Wet Bibob Wtza

Inhoud eigen Bibob-onderzoek

Indien wordt overgegaan tot het uitvoeren van het eigen Bibob-onderzoek kan dit eigen onderzoek, globaal genomen, bestaan uit de controle en analyse van:

• de door aanvrager of houder ingediende gegevens en bescheiden behorend bij het vragenformulier;

• eventueel, op verzoek van de minister, door de aanvrager of houder aanvullend ingediende gegevens en bescheiden;

• een onderzoek in open bronnen, zoals het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, het Kadaster, het Centraal Insolventieregister, zoekmachines; en

• het raadplegen van politie- en strafvorderlijke gegevens, alsmede netwerktekeningen van de afdeling TRACK van de Dienst Justis van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.

Indien uit het eigen Bibob-onderzoek feiten en omstandigheden naar voren komen op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten en deze feiten en omstandigheden dermate ernstig zijn dat kan worden gesproken van een ‘ernstig gevaar’, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Wet Bibob, kan de minister zelfstandig, dat wil zeggen zonder tussenkomst van het Bureau, de gevraagde vergunning weigeren of intrekken. Bij een mindere mate van gevaar dan wel als een weigering of intrekking niet wordt gerechtvaardigd door de ernst van de strafbare feiten, kan de minister voorschriften aan de vergunning verbinden. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de vervolgstappen na het eigen Bibob-onderzoek, indien geen advies van het Bureau wordt gevraagd.

Regeling
Beleidsregels Wet Bibob Wtza
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
07-01-2022
BWB-id
BWBR0046184
Versie
2022-01-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl