wetzoeker

Paragraaf 3 — De aanvrager of houder en zijn relaties Beleidsregels Wet Bibob Wtza

De aanvrager of houder en zijn relaties

Vanzelfsprekend worden bij een (eigen) Bibob-onderzoek de relevante strafbare feiten betrokken die de aanvrager of houder van de vergunning (al dan niet vermoedelijk) zelf heeft gepleegd. Kenmerkend voor de Wet Bibob is echter dat een vergunning ook geweigerd of ingetrokken kan worden, omdat een ander dan de aanvrager of houder (vermoedelijk) strafbare feiten heeft gepleegd, zelfs als de aanvrager of houder zelf van onbesproken gedrag is. Daarvoor is vereist dat de aanvrager of houder in een relevante ‘Bibob-relatie’ staat tot die andere (rechts)persoon of (rechts)personen. Deze Bibob-relaties staan opgesomd in artikel 3, vierde lid, onderdelen b en c, Wet Bibob.

De Bibob-relaties betreffen de (rechts)personen die:

• direct of indirect zeggenschap hebben of hebben gehad over de aanvrager of houder;

• direct of indirect leiding geven of hebben gegeven aan de aanvrager of houder;

• direct of indirect vermogen verschaffen of hebben verschaft aan de aanvrager of houder; of

• in een zakelijk samenwerkingsverband hebben gestaan tot de aanvrager of houder.

Zeggenschap hebben, leidinggeven en vermogen verschaffen kan ook indirect plaatsvinden. Het maakt hierbij verder niet uit hoeveel schakels er in een zeggenschaps-, leidings- of financieringsketen zitten. Daardoor kan een (eigen) Bibob-onderzoek zich ongeacht het aantal tussenliggende rechtspersonen ook op de natuurlijke personen achter een onderneming richten. Bibob-relaties uit het verleden kunnen hierbij ook relevant zijn.

Regeling
Beleidsregels Wet Bibob Wtza
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
07-01-2022
BWB-id
BWBR0046184
Versie
2022-01-07_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl