wetzoeker

8.1.e — Verblijfsvergunning Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022

Verblijfsvergunning

Het eerste lid, onderdeel e, bepaalt dat alvorens een tewerkstellingsvergunning of een gecombineerde vergunning kan worden afgegeven de werkgever verklaart dat een verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid is aangevraagd. Met een verblijfsvergunning kan worden gelijkgesteld een machtiging tot voorlopig verblijf als bedoeld in artikel 1a van de Vw. Bij arbeid met een duur van maximaal 12 weken dient de werkgever in geval van visumplichtige vreemdelingen te verklaren dat het visum is of zal worden aangevraagd. In het geval van werknemers die woonachtig zijn in een ander EER-land of Zwitserland en die in dat land een legaal verblijfsrecht hebben en werken in Nederland overlegt de werkgever een bewijsstuk van dit verblijfsrecht.

In geval van studenten die arbeid van bijkomende aard willen verrichten, als beschreven in paragraaf 8.3.c.7., verklaart de werkgever dat de vreemdeling beschikt over een bewijs van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, verleend onder de beperking verband houdende met het volgen van studie.

Als er twijfel bestaat over het in het bezit zijn van een verblijfsvergunning dan wel de aanvraag van de verblijfsvergunning of het visum kan het UWV de werkgever alsnog om een nader bewijsstuk verzoeken.

Regeling
Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0046054
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl