12b — Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning na opleggen bestuurlijke boete of strafrechtelijke veroordeling naar aanleiding van overtreding arbeidswetten Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
Intrekking tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning na opleggen bestuurlijke boete of strafrechtelijke veroordeling naar aanleiding van overtreding arbeidswetten
Op grond van artikel 12b van de Wav kan de tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning worden ingetrokken als de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de intrekking voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning een bestuurlijke boete is opgelegd wegens de overtreding van artikelen die in een van de volgende artikelen zijn genoemd:
a. artikel 10:1 van de Arbeidstijdenwet;
b. artikel 33 van de Arbeidsomstandighedenwet;
c. artikel 18b van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;
d. artikel 18 van de Wet arbeid vreemdelingen, of
e. artikel 16 van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs.
Deze gronden zijn gelijk aan de gronden waarop een vergunning kan worden geweigerd (zie daarvoor paragraaf 9.1.l.). Bij de beoordeling of een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning ingetrokken wordt, zal meewegen of sprake is van recidive of ernstige overtredingen. Van recidive is sprake als binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaande aan de intrekking meer dan een keer een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van een van bovengenoemde artikelen en deze boetes onherroepelijk zijn geworden.
Voor ernstige overtredingen wordt verwezen naar wat daarover in de betreffende besluiten staat:
a. artikel 7:2, derde lid, Arbeidstijdenbesluit;
b. artikel 9.10a, derde lid, Arbeidsomstandighedenbesluit;
c. artikel 3, derde lid, Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag;
d. artikel 10.1, derde lid, BuWav 2022, of
e. artikel 3, derde lid, Besluit arbeidsbemiddeling;
Indien de bevoegde instantie heeft geconstateerd dat zich een ernstige overtreding heeft voorgedaan zoals bedoeld in een van deze wetten en de beslissing daarover onherroepelijk is geworden, kan de tewerkstellingsvergunning worden ingetrokken, dan wel wordt geadviseerd de gecombineerde vergunning in te trekken.
Eveneens kan op grond van artikel 12b de tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning worden ingetrokken als de werkgever binnen een periode van vijf jaar voorafgaand aan de intrekking voor een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning strafrechtelijk is veroordeeld op grond van:
a. artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht (mensenhandel);
b. artikel 11:3 van de Arbeidstijdenwet (arbeid door kinderen), of
c. artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet (verrichten/nalaten van handelingen waardoor levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers ontstaat of te verwachten is).
Als een werkgever is veroordeeld op grond van een van deze artikelen, kan zijn aanvraag om een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning worden afgewezen. Daarbij wordt afgewogen of sprake is van recidive. Deze intrekkingsgronden kunnen ook toegepast worden als de tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning is verleend aan een bedrijf waarvan (een van) de bestuurder(s) eerder een bestuurlijke boete in het kader van deze wetten is opgelegd of hiervoor strafrechtelijk is veroordeeld. Een tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning kan niet worden ingetrokken als de beslissing tot oplegging van de bestuurlijke boete of de strafrechtelijke veroordeling nog niet onherroepelijk is.
- Regeling
- Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-07-2026
- BWB-id
- BWBR0046054
- Versie
- 2026-07-01_0