wetzoeker

Bestuursreglement Nederlandse Emissieautoriteit

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
10-09-2026
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Nederlandse Emissieautoriteit
BWB-id
BWBR0046022
Versie
2026-09-10_0
SHA-256 bron
b6cd843c316d0244411289c3a56d54b6cc44ac29e8d45fcda59fe9f025a9d7d6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (13)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13

Tekst

Het bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit heeft op grond van artikel 2.8 van de Wet milieubeheer in zijn vergadering van 17 augustus 2021 het navolgende reglement vastgesteld. Het reglement is bij brief van28 september 2021, met kenmerk FEZ / 21199011, goedgekeurd door de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat - Klimaat en Energie op grond van artikel 11, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

1 In dit bestuursreglement wordt verstaan onder:

a. afdelingshoofd: het hoofd van een van de afdelingen binnen de NEa;

b. bestuur: het bestuur van de NEa;

c. bestuursreglement: het onderhavige bestuursreglement;

d. dienst NEa: de buitendienst NEa die bestaat uit ambtenaren die het bestuur ondersteunen in de uitvoering van de wettelijk toegekende en gemandateerde taken;

e. directeur-bestuurder: de directeur-bestuurder van de NEa, belast met de taken van de bestuurder alsmede met de dagelijkse aansturing van de Dienst NEa;

f. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;

g. NEa: de Nederlandse Emissieautoriteit;

h. P&O-aangelegenheden: de aangelegenheden op het gebied van personeel, organisatie en formatie en het daarmee samenhangende budget;

i. voorzitter: de voorzitter van het Bestuur;

j. wet: de Wet milieubeheer

2 Voor zover een begrip niet in artikel 1 omschreven is, heeft het dezelfde betekenis als in de wet.

Hoofdstuk 2 — Uitoefening van taken en bevoegdheden

Artikel 2

1 Het bestuur bestaat uit drie leden, waaronder een directeur-bestuurder. Het bestuur kent een collegiaal karakter.

2 Het bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit die het bij of krachtens de wet zijn opgedragen.

3 De directeur-bestuurder is eerst verantwoordelijke voor de P&O-aangelegenheden.

4 De directeur-bestuurder is eerst verantwoordelijke voor de overige taken waarmee de dienst NEa is belast.

5 De directeur-bestuurder ondertekent de besluiten die het bestuur heeft genomen en in zijn afwezigheid de voorzitter.

Hoofdstuk 2 — Uitoefening van taken en bevoegdheden

Artikel 3

1 Het bestuur stelt in samenwerking met de afdelingshoofden een (onder)mandaatbesluit inzake de wettelijke taken van het bestuur alsmede de gemandateerde taken van de minister vast.

2 De directeur-bestuurder is verantwoordelijk voor de woordvoering over taken en bevoegdheden die het bestuur en de dienst NEa zijn opgedragen.

Hoofdstuk 2 — Uitoefening van taken en bevoegdheden

Artikel 4

Het bestuur bewerkstelligt dat op de taken en bevoegdheden die onder zijn verantwoordelijkheid worden uitgevoerd, een gedragscode en een klachtenregeling van toepassing is.

Hoofdstuk 3 — Vergaderingen

Artikel 5

1 Het bestuur vergadert in beginsel een keer per maand.

2 Indien de voorzitter dat voor de goede uitoefening van taken noodzakelijk acht, kan hij besluiten een extra vergadering te beleggen.

3 Het bestuur kan derden vragen om de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen.

Hoofdstuk 3 — Vergaderingen

Artikel 6

1 De voorzitter stelt elk jaar voor het gehele jaar de data en tijdstippen van de vergaderingen vast.

2 De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zitten afwisselend de vergaderingen van het bestuur voor.

3 De vergaderingen zijn niet openbaar, tenzij de fungerend voorzitter anders bepaalt.

De fungerend voorzitter stelt in overleg met de directeur-bestuurder de agenda voor de vergadering samen en bewaakt de voortgang van de actielijst. De fungerend voorzitter bewerkstelligt dat de agenda, tezamen met eventuele vergaderstukken, tijdig naar de overige leden van het bestuur gestuurd wordt. De fungerend voorzitter wordt hierbij ondersteund door de ambtelijk secretaris van de NEa.

4 In afwezigheid van de voorzitter, neemt de plaatsvervangend voorzitter de taken over.

Hoofdstuk 3 — Vergaderingen

Artikel 7

1 De vergadering wordt geopend indien twee bestuursleden aanwezig zijn.

2 Besluitvorming vindt bij consensus plaats, tenzij een onoverkomelijk verschil van mening een stemming noodzakelijk maakt. In dat geval vindt besluitvorming bij meerderheid van stemmen plaats.

3 Ieder lid van het bestuur heeft een gelijke stem.

4 Een lid van het bestuur is bevoegd zijn stem door middel van een last of een machtiging uit te brengen. Een last of een machtiging dient schriftelijk, dan wel via een langs elektronische weg reproduceerbaar bericht, gegeven te worden en is gericht aan een ander lid.

5 Het bestuur kan besluiten buiten vergadering nemen, mits dit schriftelijk of elektronisch gebeurt en met algemene stemmen.

6 De voorzitter bewerkstelligt dat van elke vergadering een verslag opgesteld wordt. Het verslag bevat ten minste:

– een opgave van de aanwezige personen;

– een vermelding van de behandelde aangelegenheden;

– zo nodig een voor goed begrip van hetgeen is besloten noodzakelijke, korte weergave van de gevoerde discussie;

een lijst van de genomen besluiten en actiepunten.

7 Het verslag wordt binnen vijf werkdagen na de vergadering aan de bestuursleden verzonden. Het wordt de eerstvolgende vergadering na verzending, al dan niet gewijzigd, vastgesteld door het bestuur.

Hoofdstuk 3 — Vergaderingen

Artikel 8

1 Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling of schijn van vooringenomenheid van leden van het bestuur bij het uitoefenen van hun publiekrechtelijke bevoegdheden, wordt vermeden.

2 Een lid van het bestuur meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang terstond aan de andere bestuursleden. Indien de bestuurslid van mening is dat zijn onpartijdigheid bij een bepaalde gelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van het bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan de bestuurslid zich verschonen.

3 Indien het bestuur van mening is dat de onpartijdigheid van een bestuurslid bij een bepaalde gelegenheid in het geding zou kunnen zijn of de schijn van partijdigheid de taakvervulling van het bestuur met betrekking tot die aangelegenheid kan schaden, kan het bestuur besluiten een bestuurslid ongevraagd verschoning te verlenen.

4 Indien het tweede of derde lid van toepassing is, neemt het desbetreffende bestuurslid niet deel aan de behandeling van en de besluitvorming over de desbetreffende aangelegenheid.

5 De mededeling of het besluit tot gebruik van het recht van verschoning wordt opgenomen in het verslag.

Hoofdstuk 3 — Vergaderingen

Artikel 9

1 De bestuursleden nemen omtrent alle informatie die zij in het kader van hun functie verkrijgen en die als vertrouwelijk is aangemerkt, dan wel waarvan de vertrouwelijkheid uit de aard der informatie voortvloeit, strikte geheimhouding in acht, ook na hun aftreden.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op diegenen die belast zijn met de administratieve en secretariële ondersteuning van het bestuur en op diegenen die vergaderingen geheel of gedeeltelijk hebben bijgewoond.

Hoofdstuk 4 — Overige zaken

Artikel 10

Het bestuur bewaakt de ononderbroken samenhang van zijn beleid door te streven naar een getrapt aftreedschema van de bestuursleden.

Hoofdstuk 4 — Overige zaken

Artikel 11

1 Het bestuur evalueert jaarlijks zijn optreden.

2 Het bestuur laat vijfjaarlijks zijn optreden evalueren door een externe partij.

Hoofdstuk 4 — Overige zaken

Artikel 12

1 Het bestuursreglement kan door een besluit van het bestuur aangevuld of gewijzigd worden. Het bestuur geeft zich rekenschap van het bepaalde hieromtrent in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

2 De voorzitter beslist in gevallen waarin het bestuursreglement niet in een voorschrift voorziet.

Hoofdstuk 5 — Slotbepaling

Artikel 13

1 Dit reglement wordt na goedkeuring door de Minister gepubliceerd in de Staatscourant.

2 Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in de Staatscourant.