wetzoeker

3.1.2 — Waarschuwing Beleidsregel Handhaving

Waarschuwing

Zowel in geval van een geconstateerde, als in geval van een dreigende tekortkoming in de naleving of uitvoering van regels kan de NZa onder haar toezicht gestelde partijen daarop aanspreken. Dat kan in verschillende vormen, zoals door middel van een normoverdragend gesprek of door middel van een brief met een waarschuwend karakter. In de kern komt het er daarbij steeds op neer dat de NZa de betreffende partij aanspreekt op het eigen gedrag, toelicht welke (dreigende) tekortkomingen daarin zijn geconstateerd en tot welke overtreding die kunnen leiden, en aanspoort om uit eigen beweging te verbeteren.

Het geven van een waarschuwing kan vooraleerst een effectief instrument zijn om in te zetten bij onwenselijk gedrag dat zal kunnen leiden tot een overtreding. Het doel van de waarschuwing is dan het voorkomen van een mogelijke toekomstige overtreding.

Maar ook in geval de NZa al een overtreding heeft geconstateerd, en die overtreding inmiddels is beëindigd, kan onder omstandigheden voor het geven van een waarschuwing worden gekozen. Dit om een mogelijke herhaling van de overtreding in de toekomst te voorkomen.

Daarbij is belangrijk te vermelden dat de keuze voor een in te zetten handhavingsinstrument voor de NZa te allen tijde maatwerk is, die wordt gemaakt met inachtneming van de omstandigheden van het geval. De keuze voor afdoening van een geconstateerde, maar reeds beëindigde overtreding met het geven van een waarschuwing is dan ook nooit een automatische. De NZa kan besluiten dat juist de inzet van een formeel instrument, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete, passend en nodig is. Dit hoeft niet voorafgegaan te worden door het geven van een waarschuwing (zie eerder par. 2.3).

Voorbeeldkader

• Een Wlz-instelling heeft gedurende enige periode bij haar cliënten extra kosten in rekening gebracht voor noodzakelijke voetzorg (die werd geleverd door ingeschakelde pedicures). Dit vormt een overtreding van artikel 35, eerste lid, onderdeel e, Wmg, nu dergelijke diensten moeten worden bekostigd uit het ZZP-tarief dat de instelling in rekening kan brengen bij de het zorgkantoor en daarvoor dus geen extra kosten bij cliënten in rekening gebracht mogen worden.

Naar aanleiding van signalen van cliënten en vragen vanuit de cliëntenraad heeft de instelling echter uit eigen beweging onderzoek gedaan naar de eigen handelwijze. Hierop zijn door de instelling ook adequate maatregelen getroffen: Er zijn nieuwe afspraken met de pedicures gemaakt en in overeenstemming met de cliëntenraad is er een terugbetalingsregeling met cliënten getroffen. Daarmee is de geconstateerde overtreding feitelijk beëindigd, en zijn de aanvankelijk nadelige gevolgen voor cliënten tenietgedaan.

Gelet op die omstandigheden kan de NZa besluiten om af te zien van een formele maatregel, en haar onderzoek afsluiten met een waarschuwende brief gericht op het voorkomen van een mogelijke herhaling van de overtreding in de toekomst.

Benadrukt wordt dat een waarschuwing van de NZa, ook wanneer deze schriftelijk is, een informeel handhavingsinstrument betreft en geen besluit is in de zin van de Awb.

6 artikel 1:3, eerste lid, Awb

Tegen een schriftelijke waarschuwing staat in beginsel dan ook geen bezwaar en beroep open.

7 zie in dit kader de conclusie van staatsraad A-G Widdershoven, d.d. 24‑01-2018, ECLI:NL:RVS:2018:249. Zie voor concrete toepassing van deze conclusie door de ABRS o.a. ECLI:NL:RVS:2018:3484 (r.o. 6.1) en ECLI:NL:RVS:2020:187 (r.o. 4-4.1), en door het CBb o.a. ECLI:NL:CBB:2020:814 (r.o. 6-6.2).

Regeling
Beleidsregel Handhaving
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0045957
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl