wetzoeker

Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 25 november 2021, nr. 2021-0000049505, houdende regels voor de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor de bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire (Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-03-2025
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0045917
Versie
2025-03-12_0
SHA-256 bron
c7ac561b784625dd2181e2224e82289d55e913afe386d3e563161dd2b6450562

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 5a
  7. Artikel 6
  8. Artikel 7

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

college: college van burgemeester en wethouders;

ex-partner: persoon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel d, van de Wet hersteloperatie toeslagen;

gedupeerde: persoon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet hersteloperatie toeslagen;

gemeentelijke belastingen: gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV, paragraaf 2 en 3, van de Gemeentewet alsmede belastingen waarvan de heffing krachtens andere wetten door de gemeente geschiedt;

Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

nabestaande: partner van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9a van de Wet hersteloperatie toeslagen of kind van een overleden aanvrager als bedoeld in artikel 2.9b van de Wet hersteloperatie toeslagen;

toeslagpartner: persoon, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet hersteloperatie toeslagen.

Artikel 2

De Minister verstrekt aan gemeenten een specifieke uitkering ter bekostiging van:

a. de kwijtgescholden verschuldigde gemeentelijke belastingen van gedupeerden, nabestaanden, toeslagpartners en ex-partners; en

b. de kosten die samenhangen met de uitvoering van deze kwijtschelding.

Artikel 3

1 De hoogte van de uitkeringscomponent, bedoeld in artikel 2, onder a, bedraagt per gemeente honderd procent van de gederfde belastinginkomsten in een begrotingsjaar die het rechtstreekse gevolg zijn van het kwijtschelden van de op 31 december 2020 verschuldigde gemeentelijke belastingen van gedupeerden, nabestaanden, toeslagpartners en ex-partners.

2 De hoogte van de uitkeringscomponent, bedoeld in artikel 2, onder b, bedraagt € 150,– per gedupeerde of ex-partner die woonachtig is in de gemeente.

Artikel 4

1 Het college zendt in het jaar volgend op het begrotingsjaar aan de Minister informatie over de hoogte van de gederfde belastinginkomsten, bedoeld in artikel 3, eerste lid. Deze informatieverstrekking vindt plaats op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

2 Op basis van de informatie, bedoeld in het eerste lid, stelt de Minister de hoogte van de uitkeringscomponent, bedoeld in artikel 2, onder a, vast.

3 De Minister stelt de hoogte van de specifieke uitkering per gemeente vast door de uitkeringscomponenten, bedoeld in artikel 2, onder a en b, bij elkaar op te tellen.

4 De Minister stelt de specifieke uitkering vast binnen een jaar na de ontvangst van de informatie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

Het college legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 5a

Deze regeling berust op artikel 7.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen.