wetzoeker

Domein: literatuur Uitvoeringsbesluit WVO 2020

Kerndoel 8

De leerling doet ervaring op met literatuur.

Doelzin: | Het gaat hierbij om:

A. | De leerling ontwikkelt een eigen leesvoorkeur. | a. lezen en beluisteren van boeken en teksten, van verschillende schrijvers en literaire genres; b. geven van een waardeoordeel over gelezen of beluisterde boeken en teksten op basis van literaire genres, eigen interesse en belevingswereld; c. aangaan van nieuwe leesuitdagingen op basis van eerdere lees-, luister- en kijkervaringen; d. beargumenteren van persoonlijke voorkeur op basis van reflectie op ervaringen met literatuur.

B. | De leerling verkent de waarde van literatuur. | a. verwoorden van persoonlijke leeservaring en -beleving na het lezen van literatuur; b. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over zichzelf op basis van literatuur; c. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over anderen op basis van literatuur; d. verwoorden van opgedane inzichten en kennis over de wereld en culturen op basis van literatuur.

Kerndoel 9

De leerling toont inzicht in literatuur.

Doelzin: | Het gaat hierbij om:

A. | De leerling toont inzicht in verhalende teksten. | a. beschrijven welk probleem of welke wens van een hoofdpersoon de motor van het verhaal is en hoe het verhaal zich ontwikkelt; b. beschrijven van de verschillende rollen van personages, hun karakter en ontwikkeling; c. beschrijven hoe een schrijver verschillende verteltechnieken gebruikt om bepaalde effecten te bereiken; d. beschrijven hoe tijd, plaats en omstandigheden het verhaal beïnvloeden.

B. | De leerling toont inzicht in genrekenmerken van literatuur. | a. onderscheiden van poëzie-, proza- en dramateksten op basis van genrekenmerken; b. benoemen van het effect op de leesbeleving van verschillende genrekenmerken; c. analyseren van kenmerkend taalgebruik in literaire genres: figuurlijk taalgebruik, stijlfiguren, rijm en ritme; d. analyseren van kenmerkende visuele elementen in literaire genres: illustraties, vormgeving, typografie.

C. | De leerling verkent literatuur die geschreven is in verschillende periodes en contexten. | a. lezen, bekijken of beluisteren van literatuur uit verschillende tijden; b. verkennen van de tijd en context waarin het verhaal geschreven is; c. verwoorden van verschillen en overeenkomsten tussen historische teksten en de eigen tijd, leef- en belevingswereld; d. verwoorden van universele thema’s in literatuur door de tijd heen.

D. | Aanvulling havo en vwo: De leerling legt verbanden tussen de inhoud van literatuur en de periode en context waarin deze is geschreven. | Aanvulling havo en vwo: a. beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen oudere en hedendaagse literatuur; b. beschrijven van verschillen en overeenkomsten tussen versies van literaire teksten; c. beschrijven van relaties tussen de periode en context waarin de tekst is geschreven en het wereldbeeld van de schrijver; d. beschrijven van opgedane inzichten over historische tijdvakken; e. herkennen van literair-culturele sporen in literatuur uit heden en verleden.

Regeling
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Afkortingen
UWVO 2020
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0045787
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl