wetzoeker

Domein: taal Uitvoeringsbesluit WVO 2020

Kerndoel 6

De leerling toont inzicht in taal als systeem.

Doelzin: | Het gaat hierbij om:

A. | De leerling beschouwt de relatie tussen vorm en betekenis van taal. | a. verkennen hoe letterklanken, klemtoon, intonatie en ritme samenhangen met de betekenis van taal; b. inzicht tonen in de opbouw van complexe woorden om de betekenis af te leiden; c. beschrijven hoe de betekenis in complexe zinnen bepaald wordt door de woordvolgorde en de zinsdelen; d. verkennen hoe register, stijlmiddelen en opbouw van teksten een relatie hebben met het communicatieve doel; e. functioneel gebruiken van taalkundige begrippen en taalbeschouwingsstrategieën bij het redeneren over de spelling en grammatica.

B. | De leerling toont inzicht in regels en procedures voor spelling, formulering en interpunctie. | a. correct formuleren op woord-, zins- en tekstniveau; b. verbinden van vorm en betekenis om de correcte spelling te achterhalen; c. ontwikkelen van spellingbewustzijn en spellinggeweten; d. reflecteren op gemaakte keuzes in woorden en zinnen; e. inzetten van hulpmiddelen en bronnen om regels en procedures correct toe te passen en teksten te redigeren.

C. | Aanvulling havo en vwo: De leerling toont inzicht in zakelijke genres. | Aanvulling havo en vwo: a. benoemen van kenmerken met betrekking tot context, doel, inhoud en vorm, passend bij een genre; b. herkennen van genrespecifieke kenmerken van taalgebruik; c. reflecteren op gebruik van genrekenmerken in relatie tot het communicatieve doel.

D. | Aanvulling havo en vwo: De leerling verkent de overtuigingskracht van teksten. | Aanvulling havo en vwo: a. herkennen van standpunt en argumenten in teksten; b. herkennen van de context waarin de argumentatie plaatsvindt; c. verkennen van de geloofwaardigheid van de spreker of schrijver; d. beschrijven hoe gevoelens worden opgeroepen bij het publiek.

Kerndoel 7

De leerling verkent het gebruik van taal.

Doelzin: | Het gaat hierbij om:

A. | De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit. | a. verkennen van het eigen talige repertoire in relatie tot hoe je wilt overkomen en tot welke groepen je wilt behoren: talen en taalvariëteiten, gebaren, lichaamstaal; b. experimenteren met het eigen talige repertoire in relatie tot publiek, doel en context; c. reflecteren op hoe je overkomt op anderen op basis van bewuste keuzes in het eigen talige repertoire; d. reflecteren op hoe andere mensen hun talige repertoire benutten om uiting te geven aan hun identiteit; e. waarderen van het eigen talige repertoire.

B. | De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied. | a. verkennen van verschillende taalvariëteiten van het Nederlands: school- en vaktaal, groeps- en streektalen en talen in beroepscontexten; b. vergelijken van de contexten waarin verschillende talen en taalvariëteiten worden gebruikt; c. benoemen van overeenkomsten en verschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten op klank-, woord- en zinsniveau; d. reflecteren op overtuigingen over verschillende talen en taalvariëteiten; e. verkennen van veranderingen in taalgebruik onder invloed van tijd, media en maatschappelijke ontwikkelingen.

Regeling
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Afkortingen
UWVO 2020
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0045787
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl