wetzoeker

Artikel 8.14 Uitvoeringsbesluit WVO 2020

Melding en vaststelling langdurige afwezigheid in verband met WTOS

1 Een ziekte als bedoeld in artikel 8.30, eerste lid, van de wet kan alleen worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts.

2 Het bevoegd gezag meldt uiterlijk op de derde werkdag na afloop van een periode van afwezigheid zonder geldige reden van vier weken van een leerling als bedoeld in artikel 8.30, eerste lid, van de wet, aan deze leerling dat van die afwezigheid in de leerlingenadministratie van de school aantekening is gemaakt en verzoekt de leerling om opgaaf van de reden van de afwezigheid. Het bevoegd gezag doet daarbij mededeling van de levering van de gegevens van de leerling, bedoeld in artikel 8.20, eerste lid, van de wet.

3 Het bevoegd gezag stelt uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van een periode van acht weken na de aanvang van de afwezigheid vast:

a. of de reden die de leerling tijdens deze acht weken gaf voor zijn afwezigheid, een geldige is; of

b. dat de leerling tijdens deze acht weken geen reden heeft opgegeven voor die afwezigheid; en

c. of de leerling tijdens deze acht weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen.

4 De melding, bedoeld in artikel 8.30, eerste lid, van de wet, vindt plaats uiterlijk op de vijfde werkdag na afloop van de periode van acht weken, bedoeld in het tweede lid. Indien die leerling tijdens deze acht weken weer aan het onderwijs is gaan deelnemen, meldt het bevoegd gezag Onze Minister ook de datum daarvan.

5 De periode van vijf weken, bedoeld in artikel 8.30, eerste lid, van de wet, en de periode van acht weken, bedoeld in het tweede lid, worden verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs wordt gegeven. Vakantieweken worden niet als onderbreking van de periode gezien.

Regeling
Uitvoeringsbesluit WVO 2020
Afkortingen
UWVO 2020
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0045787
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl