wetzoeker

3.1.5.3 — Afsluitredenen Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg

Afsluitredenen

Wanneer moet een dbbc worden afgesloten, en met welke sluitreden?

1. Sluitreden 1: een dbbc afsluiten als de situatie van de patiënt verandert. Dit is het geval als de patiënt:

is overleden. De dbbc moet worden gesloten op de dag van overlijden.

is verhuisd naar een andere regio.

tegen het advies van de behandelaar in langdurig niet meer is op komen dagen, niet meewerkt aan de behandeling en/of de door de rechter opgelegde voorwaarden overtreedt.

365 dagen geen zorg meer heeft ontvangen.

• Sluitreden 2

(Reden voor afsluiting bij behandelaar om inhoudelijke redenen).

Als de behandelaar de patiënt voor de behandeling van dezelfde primaire diagnose terug- dan wel doorverwijst naar een andere instelling, moet hij de lopende dbbc sluiten.

Sluitreden 2 moet ook gebruikt worden als er een nieuw plaatsingsbesluit is afgegeven door een veranderde zorgvraag, maar de zorg geleverd blijft worden door dezelfde zorgaanbieder.

• Sluitreden 3

(In onderling overleg beëindigd zorgtraject/patiënt uitbehandeld).

Als de behandelaar en patiënt in onderling overleg besluiten dat het behandeltraject voor de desbetreffende primaire diagnose is beëindigd, moet de behandelaar de lopende dbbc sluiten.

• Sluitreden 4.

(Afsluiten vanwege openen vervolg-dbbc).

Als de maximale looptijd van 365 dagen is bereikt en de behandeling nog niet afgerond is (ongeacht of de patiënt gedurende die looptijd wel of niet zorg heeft ontvangen). Er moet een vervolg-dbbc worden geopend.

Sluitreden 4 moet ook gebruikt worden als een patiënt overgaat naar de fase proefverlof of fase voorwaardelijke beëindiging en er ook geen sprake is van een time-out. Hier geldt niet dat de dbbc 365 dagen open moet hebben gestaan. Er moet een vervolg-dbbc worden geopend met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ of het zorgtype ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’.

• Sluitreden 5

(Afsluiten na alleen pre-intake/intake/diagnostiek)

Als de patiënt na de pré-intake, intake of diagnostiek niet in zorg komt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een dbbc met het zorgtype ‘verdiepingsdiagnostiek’.

• Sluitreden 6

Reden voor afsluiten is het beëindigen van de strafrechtelijke titel. Als de strafrechtelijke titel van de patiënt afloopt en geleverde zorg niet meer onder de fz in strafrechtelijk kader valt moet de dbbc afgesloten worden. Als er verdere zorg nodig is, wordt deze geleverd in het kader van de wet Zvw, Wlz of WMO.

Let op: Bij deze reden van afsluiten mogen de activiteiten die uitgevoerd zijn na de einddatum van de strafrechtelijke titel niet meer op de dbbc geregistreerd worden.

Deze sluitreden moet ook gebruikt worden als een bekende patiënt in zorg is in het kader van een voorgenomen indicatiestelling en een strafrechtelijke titel krijgt opgelegd. De dbbc met het zorgtype ’voorgenomen indicatiestelling’ wordt gesloten. Vervolgens wordt een nieuwe initiële dbbc met één van de 21 strafrechtelijke titels geopend.

• Sluitreden 7

Reden voor afsluiting is de onvoorziene beëindiging van de strafrechtelijke titel.

Als de strafrechtelijke titel van de patiënt onvoorzien wordt beëindigd en de zorgaanbieder kon dit zes weken voor de beëindigingdatum niet weten, moet de dbbc met deze sluitreden gesloten worden. Voorbeeld: contraire beëindiging van een tbs-maatregel, onmiddellijke invrijheidsstelling of het overlijden van de patiënt. De aanspraak fz vervalt dan op de datum van de definitieve uitspraak van de zitting of op de datum van overlijden.

In dit geval mogen maximaal twee weken na de einddatum van de strafrechtelijke titel nog uitgevoerde activiteiten geregistreerd worden. Hiervoor geldt een maximum van tien uur indirecte tijd en twee uur directe tijd. Het registreren van verblijf, dagbesteding en verrichtingen is niet meer mogelijk.

Als het gaat om het zorgtype ‘voorgenomen indicatiestelling’ en er een CIZ-indicatie is aangevraagd, mogen er nog maximaal zes weken activiteiten geregistreerd worden na de einddatum van de strafrechtelijke titel.

• Sluitreden 8

(Afsluiten vanwege Time-out).

Als een time-out optreedt tijdens de fase proefverlof of fase voorwaardelijke beëindiging, moet de dbbc met het zorgtype ‘fpt proefverlof’ of ‘fpt voorwaardelijke beëindiging’ worden gesloten. Vervolgens wordt tijdens proefverlof een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘tbs met proefverlof’ geopend en tijdens voorwaardelijke beëindiging een vervolg-dbbc met het zorgtype ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’.

Een zorgtraject sluiten

Het zorgtraject moet gesloten worden wanneer een patiënt 365 dagen niet in zorg is geweest. Het zorgtraject moet dus 365 dagen na sluitingsdatum van de laatste dbbc gesloten worden.

Regeling
Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-09-2021
BWB-id
BWBR0045705
Versie
2021-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl