wetzoeker

3.1.4.20 De verblijfssoort vaststellen Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg

Bij het registreren van een verblijfsdag moet altijd de verblijfssoort

13 Voor extreem vlucht- en beheersgevaarlijke (EVBG) TTT-patiënten geldt een extra opslag voor verblijf (deze opslag geldt per patiënt per verblijfsdag).

worden genoteerd. Het vaststellen van de verblijfssoort gebeurt in drie stappen:

1. De verblijfsintensiteit bepalen

Een deelprestatie verblijf kan alleen geregistreerd worden als de patiënt op zijn laatst 20:00 uur is opgenomen (dit geldt zowel bij eerste opname als bij heropname) en ’s nachts in de instelling verblijft. De dag van opname en de daarop volgende nacht gelden als één verblijfsdag. De grens van 20:00 uur geldt dus voor de eerste dag van de periode van opname. Voor de overige dagen geldt deze grens niet, maar moet de cliënt wel ’s nachts in de instelling verblijven.

Naast de inzet van verzorgend opvoedkundig en verplegend (VOV-personeel) voorziet de productstructuur voor verblijf in beschrijving van de verblijfszorg. Voor de keuze van de deelprestatie van verblijf is de zorgvraag van de patiënt leidend. Op basis van de zorgvraag van de patiënt is van de 28 prestaties van verblijf degene van toepassing die het meest overeenkomt met de beschreven verblijfszorg.

• Het beveiligingsniveau

14 Zie bijlage 8 Verschillen in beveiligingsniveaus.

vaststellen

Met het beveiligingsniveau wordt aangegeven wat het niveau is van de beveiliging die is georganiseerd tijdens het verblijf van de betreffende patiënt, dan wel voor de afdeling waar de patiënt verblijft.

Er zijn vier beveiligingsniveaus gedefinieerd:

Beveiligingsniveau 1: (zeer) laag

Beveiligingsniveau 2: gemiddeld (laag en hoog)

Beveiligingsniveau 3: hoog

Beveiligingsniveau 4: zeer hoog

Op basis van het voor de patiënt benodigde beveiligingsniveau wordt een keuze gemaakt uit de niveaus zoals die in bijlage 5 beschreven staan.

• De verblijfssoort

15 Voor extreem vlucht- en beheersgevaarlijke (evbg) ttt-patiënten geldt een extra opslag voor verblijf (deze opslag geldt per patiënt per verblijfsdag).

vaststellen

In Tabel 8 is te zien tot welke verblijfssoort de verschillende combinaties van beveiligingsniveau en verblijfsintensiteit leiden.

Tabel 8: overzicht verschillende verblijfssoorten

Overzicht verschillende verblijfssoorten

Verblijfsintensiteit | Beveiligingsniveau

1 | 2 (laag/hoog)1 | 3 | 4

Lichte verzorgingsgraad (A) | A1 | A2 | A3 | A4

Beperkte verzorgingsgraad (B) | B1 | B2 | B3 | B4

Matige verzorgingsgraad (C) | C1 | C2 | C3 | C4

Gemiddelde verzorgingsgraad (D) | D1 | D2 | D3 | D4

Intensieve verzorgingsgraad (E) | E1 | E2 | E3 | E4

Extra intensieve verzorgingsgraad (F) | F1 | F2 | F3 | F4

Zeer intensieve verzorgingsgraad (G) | G1 | G2 | G3 | G4

1 Voor beveiligingsniveau 2 geldt voor zorg, geleverd aan personen die een indicatie ‘sglvg+’hebben en verblijven in een setting die voldoet aan de omschrijving ‘sglvg+’, geldt een nhc-toeslag. Voor de omschrijving ‘sglvg+’: zie bijlage 6.

De verblijfssoort ‘A1’ vertegenwoordigt dus een beveiligingsniveau 1 in combinatie met een lichte verzorgingsgraad; verblijfssoort ‘G4’ staat voor de combinatie tussen een beveiligingsniveau 4 en een zeer intensieve verzorgingsgraad.

Regeling
Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-09-2021
BWB-id
BWBR0045705
Versie
2021-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl