wetzoeker

3.1.3.9 — Omgaan met meerdere primaire diagnoses Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg

Omgaan met meerdere primaire diagnoses

Het is mogelijk dat bij een patiënt meerdere (primaire) diagnoses worden vastgesteld. Afhankelijk van hoe de diagnoses zich tot elkaar verhouden kan worden gekozen voor parallelle of opeenvolgende zorgtrajecten.

a. Parallelle zorgtrajecten

Er is sprake parallelle zorgtrajecten als de hoofdbehandelaar meerdere initiële dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten opent. Parallelle zorgtrajecten kunnen worden geregistreerd als er sprake is van meerdere primaire diagnoses waarvoor gelijktijdig substantieel verschillende behandelingen moeten worden ingezet. De hoofdbehandelaar moet het openen van parallelle zorgtrajecten op dat punt ook kunnen verantwoorden.

Tabel 6 Mogelijke parallelle diagnosehoofdgroepen

Parallelliteit fz: hoofdgroepen

001 | Stoornissen in de kindertijd

002 | Schizofrenie en andere psychotische stoornissen

003 | Problemen ivm misbruik of verwaarlozing

004 | Delirium, dementie en amnestische en andere cognitieve stoornissen

005 | Psychische stoornissen door een somatische aandoening

006 | Stemmingsstoornissen

007 | Angststoornissen

008 | Somatoforme stoornissen

009 | Nagebootste stoornissen

010 | Dissociatieve stoornissen

011 | Eetstoornissen

012 | Slaapstoornissen

013 | Stoornissen in de impulsbeheersing

014 | Aanpassingsstoornissen

015 | Andere aandoeningen en problemen die een reden voor zorg kunnen zijn

016 | Bijkomende codes/ geen diagnose

017 | Zwakzinnigheid (Stoornissen in de kindertijd)

018 | Zwakbegaafdheid (Bijkomende problemen die een reden voor zorg kunnen zijn)

019 | Bijkomende codes/ geen diagnose

020 | Seksuele stoornissen

021 | Stoornissen in de impulsbeheersing

022 | Aan een middel gebonden stoornissen

023 | Persoonlijkheidsstoornissen

Parallelle zorgtrajecten mogen niet in eenzelfde diagnosehoofdgroep vallen. Zie hiervoor ook artikel 3.1.3.9 van deze nadere regel. Onder diagnosehoofdgroep verstaan we een combinatie tussen de hoofdgroepen zoals deze in de DSM-IV-TR worden aangeduid, en de diagnosehoofdgroepen zoals opgenomen in de prestatiecode. In bovenstaande tabel wordt aangegeven welke hoofdgroepen ontstaan wanneer deze combinatie tussen DMS-IV-TR en de prestatiecode wordt gemaakt. In totaal zijn er voor de fz 23 hoofdgroepen.

Voorwaarden parallelle zorgtrajecten:

Een patiënt kan binnen één instelling maximaal drie openstaande zorgtrajecten hebben.

Bij initiële parallelle dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is het een voorwaarde dat de primaire diagnoses een verschillende parallelliteitscode kennen. Zie Tabel 6.

Voor behandeling bij elektroconvulsie therapie (ect) geldt een uitzondering op de genoemde voorwaarden voor parallelle trajecten. Als er sprake is van een behandeling in combinatie met ect door twee zorgaanbieders, is het toegestaan om twee zorgtrajecten met dezelfde diagnosehoofdgroep (zoals opgenomen in tabel 6) te declareren. De uitzondering voor ect wordt gemaakt om praktische beperkingen in het declareren van deze zorg weg te nemen.

Daarnaast geldt een uitzondering als ambulante behandeling gelijktijdig met proefverlof of voorwaardelijke beëindiging wordt ingezet.

In het geval van forensisch psychiatrisch toezicht (fpt) en een gelijktijdig openstaand regulier zorgtraject, is het niet nodig dat de primaire diagnose van beide zorgtrajecten verschilt. Tijdens de fasen proefverlof en voorwaardelijke beëindiging kan gelijktijdig met het fpt of een time-out tijdens het fpt ook ambulante behandeling plaatsvinden. Hiervoor worden een apart zorgtraject en initiële dbbc geopend met het zorgtype ‘tbs met proefverlof’ (tijdens de fase proefverlof) of zorgtype ‘Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege’ (tijdens de fase voorwaardelijke beëindiging).

Seriële (opeenvolgende) zorgtrajecten

Er kan sprake zijn van verschillende diagnoses waarvan één diagnose het meest dringend is (comorbiditeit). Er is dan sprake van één primaire diagnose en meerdere nevendiagnoses. In een dergelijke situatie opent de hoofdbehandelaar eerst een initiële dbbc en een zorgtraject voor de primaire diagnose. Als de patiënt voor de primaire diagnose is uitbehandeld, sluit de hoofdbehandelaar het zorgtraject en opent een nieuwe initiële dbbc en een nieuw zorgtraject, waarbij de eerdere nevendiagnose de nieuwe primaire diagnose wordt. We spreken dan van opeenvolgende zorgtrajecten. Deze vorm van opeenvolgend behandelen heet ook wel de ‘stepped care-systematiek’.

Let op: De voorwaarde voor opeenvolgende dbbc’s en bijbehorende zorgtrajecten is dat de primaire diagnoses van elkaar verschillen.

Voorbeeld:

Een patiënt heeft een alcoholverslaving en een depressie. Is de alcoholverslaving de aandoening die het meest dringend moet worden behandeld, dan opent de hoofdbehandelaar daarvoor een initiële dbbc met de alcoholverslaving als primaire diagnose. Als de patiënt voor de alcoholverslaving is uitbehandeld, opent hij een nieuw zorgtraject met een nieuwe initiële dbbc met depressie als primaire diagnose.

Regeling
Regeling dbbc’s, zzp’s en extramurale parameters forensische zorg
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-09-2021
BWB-id
BWBR0045705
Versie
2021-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl