wetzoeker

Tijdelijke Regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-10-2021
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Militaire ambtenarenrecht
Ministerie
Defensie
BWB-id
BWBR0045697
Versie
2021-10-16_0
SHA-256 bron
fb4fd293d6e681b9025c46905ce0d20cac43e9064e12c15b103607ba1c04aa98

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Dutchbat-III-veteraan: de militair of gewezen militair van de Nederlandse krijgsmacht die in de periode van 6 januari 1995 tot en met 14 juli 1995 aan de VN-operatie in en nabij Srebrenica deel heeft genomen en op grond daarvan in aanmerking is gebracht voor het draaginsigne DB-III;

Nabestaande: degene die ten tijde van het overlijden van de Dutchbat-III-veteraan de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de overleden Dutchbat-III-veteraan is of degene die door de Dutchbat-III-veteraan bij diens pensioenfonds is aangemeld als partner en door dit pensioenfonds als zodanig is aangemerkt.

Artikel 2

De Dutchbat-III-veteraan ontvangt ambtshalve een eenmalige uitkering ter hoogte van het bedrag genoemd in artikel 5 van deze regeling.

Artikel 3

Indien de Dutchbat-III veteraan ten tijde van inwerkingtreden van deze regeling is overleden ontvangt de nabestaande de eenmalige uitkering bedoeld in artikel 2. Indien de nabestaande reeds is overleden, wordt voor de toepassing van deze regeling het bedrag zoals genoemd in artikel 5 toegekend aan het kind van de Dutchbat-III-veteraan, of bij meerdere kinderen aan hen gezamenlijk, op voorwaarde dat een verklaring van erfrecht wordt overgelegd. Indien de overleden Dutchbat-III-veteraan noch kinderen noch een nabestaande heeft in de zin van deze regeling, zijn diens ouders gezamenlijk gerechtigd tot het ontvangen van deze eenmalige uitkering. Voor het geval dat de Dutchbat-III-veteraan geen kinderen heeft nagelaten, en zowel de nabestaande als ook de ouders van de Dutchbat-III-veteraan zijn overleden, bestaat geen aanspraak op het in artikel 5 genoemde geldbedrag.

Artikel 4

Voor zover er meer dan één gerechtigde is tot het ontvangen van de eenmalige uitkering, dragen zij er zorg voor dat aan één van hen een volmacht wordt verleend tot vertegenwoordiging ten behoeve van de uitvoering van deze regeling. De volmacht is schriftelijk, ondubbelzinnig en door alle betrokkenen ondertekend.

Artikel 5

Het bedrag bedraagt eenmalig €5.000,- netto per Dutchbat-III-veteraan. Eventueel verschuldigde loonbelasting en premies komen ten laste van het Ministerie van Defensie.

Artikel 6

Deze uitkering houdt geen erkenning in van enige juridische aansprakelijkheid en komt niet in mindering op, of erkent aanspraak op eerder reeds toegekende of nog toe te kennen individuele vergoedingen op grond van afspraken of regelingen zoals de Regeling ereschuld veteranen.

Artikel 7

In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet, kan Onze Minister op grond van redelijkheid en billijkheid een besluit nemen.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 mei 2021 en vervalt 5 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Regeling eenmalige uitkering Dutchbat-III-veteranen.