wetzoeker

8 — Juridische claims Besluit vaststelling rekening en verantwoording van de vereffening van het vermogen van het voormalig Productschap Zuivel

Juridische claims

Met het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Vereffeningsorganisatie PBO van 27 februari 2015 heeft de Minister mandaat, volmacht en machtiging verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften van de voormalige PBO. Dit betreft het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, het instellen van (hoger) beroep en het behandelen van eventueel hieruit voortkomende verzoeken om informatie op basis van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob-verzoeken). Voor de behandeling van civiele zaken is mandaat en machtiging verleend aan de Directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ) van EZK, met daar waar opportuun inschakeling van de Landsadvocaat.

Uit hoofde van heffingen had PZ op 1 januari 2015 geen juridische procedures lopen die afgehandeld moesten worden. In de periode 2015 – 2017 zijn geen nieuwe procedures aangemeld.

Op 1 januari 2015 liep nog een civiele procedure bij het Productschap voor Vee en Vlees (PVV) die afgehandeld moest worden en waarbij PZ ook was betrokken. Dit dossier wordt hieronder toegelicht.

Op grond van de Verordening Bestrijding IBR 1998 hebben veehouders ter voorkoming van Infectieuze Bovine Rhinotrachetis (IBR) hun runderen in het verleden jaarlijks ingeënt. Het betrof een verordening van het Productschap voor Vee en Vlees (PVV) waarbij PVV en PZ afspraken hadden gemaakt over gedeelde financiële verantwoordelijkheid. De fabrikant van het gebruikte vaccin was Bayer. Bij het inentingsbeleid en de voorbereiding van de inentingscampagne waren naast PVV ook het Ministerie van LNV, LTO Nederland en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) betrokken. In 2003 zijn deze partijen door veehouders aansprakelijk gesteld voor ziekte en sterfte in hun rundveestapel door toediening van het vaccin. In het geval van PVV betrof dit ongeveer 100 veehouders met claims. Aansprakelijkheidsstellingen en claims werden ook ingediend bij het Ministerie van LNV en de GD. De GD heeft vervolgens in december 2003 een claim op PVV en LNV gelegd. De verjaring tegen deze claim is jegens PVV (en PZ) niet meer gestuit.

Op verschillende momenten hebben advocaten van de veehouders schriftelijk de verjaringstermijn van de claims van hun cliënten jegens PVV (en PZ) gestuit. In februari 2016 werd voor 26 boeren de verjaringstermijn van de claim laatstelijk gestuit. De advocaat van de boeren heeft in april 2021 bevestigd dat in februari 2021 niet opnieuw stuitingsbrieven zijn gestuurd (binnen de wettelijke termijn van vijf jaar) zodat de claim van de boeren jegens PVV (en PZ) daarmee is komen te vervallen.

Ter zekerheidsstelling heeft PVV in het verleden ook een claim bij Bayer ingediend. Voor deze claim is de verjaringstermijn in juni 2019 schriftelijk gestuit.

Regeling
Besluit vaststelling rekening en verantwoording van de vereffening van het vermogen van het voormalig Productschap Zuivel
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
30-09-2021
BWB-id
BWBR0045645
Versie
2021-09-30_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl