wetzoeker

Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden

Regeling van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 30 augustus 2021, nr. VO/29097410, houdende regels voor de aanvullende bekostiging voor vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden (Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0045607
Versie
2026-08-01_0
SHA-256 bron
51d5c26ad9e359130d2642f7a39b90ec1a175fa279b15f64051c7d8549de8c1b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (21)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6
  8. Artikel 6a
  9. Artikel 6b
  10. Artikel 7
  11. Artikel 8
  12. Artikel 8a
  13. Artikel 9
  14. Aanvraagformulier aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod
  15. 1 — Gegevens bevoegd gezag
  16. 2 — Gegevens contactpersoon
  17. 3 — Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod
  18. 3.1 — Gegevens van de twee vestigingen die hemelsbreed gemeten maximaal 300 meter van elkaar gelegen zijn en samen een breed onderwijsaanbod bieden.
  19. 3.2 — Motivatie bevoegd gezag
  20. 4 — Ondertekening
  21. Toelichting

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

BAG: basisregistratie adressen en gebouwen als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;

bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

cursus Europees Baccalaureaat: het onderwijs dat wordt gegeven tijdens de secundaire cyclus van het curriculum van de Europese school in Den Haag;

cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs: International Baccalaureate Career-Related Programme, International Baccalaureate Diploma Programme, International Baccalaureate Middle Years Programme of een cursus die gericht is op het behalen van het International General Certificate of Secondary Education, als bedoeld in de Beleidsregel IGVO 2021, niet zijnde het International Baccalaureate Diploma Programme Dutch Residents of IB Career Related Programme Dutch Residents;

Deelname praktijkgericht vak: opleidingsgegeven als bedoeld in Bijlage 2 behorende bij artikel 5 van de Regeling register onderwijsdeelnemers;

gemengde leerweg: gemengde leerweg als bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, onderdeel d, van de wet;

havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel a, van de wet;

hoofdvestiging: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de wet;

leerling: leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

nevenvestiging: nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de wet;

Praktijkgericht vak havo: een praktijkgericht vak technologie of een praktijkgericht vak maatschappij als bedoeld in artikel 2.11, dan wel artikel 2.12 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020;

school: school of scholengemeenschap als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;

school voor praktijkonderwijs: een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de wet;

teldatum: 1 oktober voorafgaand aan het jaar waar in de aanvullende bekostiging wordt verstrekt;

vestiging met een breed onderwijsaanbod: hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de wet of nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de wet, waarop onderwijs in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs en onderwijs in de laatste leerjaren van het vbo, mavo, havo en vwo, al dan niet in combinatie met praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de wet wordt aangeboden;

wet: Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die op grond van artikel 4.25, vierde lid, van de wet in stand wordt gehouden of wordt bekostigd.

2 De aanvullende bekostiging wordt volgens onderstaande tabel bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de school of scholengemeenschap en het aantal bekostigde leerlingen dat op de teldatum op de school of scholengemeenschap staat ingeschreven:

Onderwijsaanbod | Aantal leerlingen op de teldatum | Hoogte aanvullende bekostiging

vbo of mavo | minder dan 130 | 3 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

130 tot en met 200 | 2 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

meer dan 200 | € 0

mavo, havo en vwo | minder dan 130 | 5,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

130 tot en met 250 | 4,5 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

meer dan 250 | € 0

vbo, mavo, havo en vwo | minder dan 130 | 7 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

130 tot en met 300 | 6 keer het bedrag voor de hoofdvestiging

meer dan 300 | € 0

3 Het bedrag voor de hoofdvestiging, genoemd in de tabel in het tweede lid, is het bedrag genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

4 Een bevoegd gezag komt ook voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, in aanmerking als het een school heeft met een nevenvestiging die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, onderdeel a, van de Beleidsregel uitzonderingsscholen VO 2013. De aanvullende bekostiging heeft alleen betrekking op die nevenvestiging en wordt bepaald op basis van het onderwijsaanbod op de nevenvestiging en het aantal leerlingen dat op de teldatum op de nevenvestiging staat ingeschreven. Bij opheffing van de nevenvestiging vervalt het recht op de aanvullende bekostiging.

Artikel 3

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging voor vestigingen met een breed onderwijsaanbod.

2 Een scholengemeenschap heeft een vestiging met een breed onderwijsaanbod indien op de vestiging op de teldatum leerlingen staan ingeschreven in:

a. de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs;

b. het vierde leerjaar van het vbo;

c. het vierde leerjaar van het mavo;

d. het vijfde leerjaar van het havo; en

e. het zesde leerjaar van het vwo.

3 De aanvullende bekostiging is gelijk aan het vaste bedrag voor de hoofdvestiging, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling bekostiging vo-scholen en samenwerkingsverbanden vo.

4 De aanvullende bekostiging kan slechts worden verstrekt voor vestigingen die voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Artikel 3a

1 De Minister kan de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 3, op aanvraag van het bevoegd gezag ook verstrekken indien:

a. het in artikel 3, tweede lid, onderdelen a tot en met e, bedoelde onderwijs binnen een scholengemeenschap is verdeeld over twee vestigingen, die hemelsbreed gemeten maximaal 300 meter van elkaar gelegen zijn; en

b. er door het bevoegd gezag een bijdrage wordt geleverd aan het tegengaan van segregatie doordat de leerlingen van de verschillende schoolsoorten samenkomen op de vestigingen in reguliere onderwijstijd. Het bevoegd gezag voldoet hieraan indien:

1°. de eerste twee leerjaren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het vbo tot en met vwo wordt verzorgd op één van de vestigingen; of

2°. onderwijs in de leerjaren, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b tot en met e, van het vbo tot en met het vwo, wordt verzorgd op één van de vestigingen; of

3°. het bevoegd gezag aantoont dat minimaal 50% van de leerlingen minimaal 20% van hun onderwijstijd gedurende het schooljaar onderwijs volgt op beide vestigingen.

2 De hemelsbreed gemeten afstand tussen twee vestigingen wordt berekend door de afstand in meters te bepalen met de formule: √((x1 – x2)2 + (y1 – y2)2), waarin x1 en y1 de BAG-coördinaten zijn van het adres van de ene vestiging en x2 en y2 de BAG-coördinaten zijn van het adres van de andere vestiging. Daarbij wordt uitgegaan van de adresgegevens van beide vestigingen zoals opgenomen in de Basisregistratie Instellingen.

3 Het bevoegd gezag kan voor een vestiging één keer gebruikmaken van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

4 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk op 1 mei van enig kalenderjaar bij de Minister ingediend. Aanvragen die na 1 mei zijn ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagformulier in de bijlage.

5 In afwijking van het vierde lid wordt de aanvraag in 2022 uiterlijk op 1 juni bij de Minister ingediend. De aanvraag wordt afgewezen als deze na 1 juni is ontvangen.

6 De Minister besluit voor 1 augustus van het kalenderjaar van aanvraag of de aanvullende bekostiging wordt toegekend. De aanvullende bekostiging wordt jaarlijks in november uitbetaald. De toekenning geldt tot en met het jaar 2026, mits voldaan blijft worden aan de voorwaarden uit het eerste lid.

7 Het bevoegd gezag maakt er bij de Minister schriftelijk melding van indien niet meer wordt voldaan aan het eerste lid. De toekenning zal dan voor het kalenderjaar daaropvolgend stoppen.

8 Artikel 3, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvullende bekostiging bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die het vbo-profiel maritiem en techniek, bedoeld in artikel 2.26, tweede lid, onderdeel e, van de wet, aanbiedt als het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen, al dan niet in combinatie met een maritieme leeromgeving, een onlosmakelijk onderdeel vormt van het maritiem vbo op de school.

2 De aanvullende bekostiging bestaat in 2026 uit:

a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.904.262,42 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;

b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.867,76 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en

c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.630.904,21 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.

3 De aanvullende bekostiging bestaat in 2027 uit:

a. een bedrag per school ter hoogte van € 2.904.262,42 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen;

b. een bedrag per leerling ter hoogte van € 1.867,76 voor de kosten van het gebruik van opleidingsschepen, simulatoren en gespecialiseerde praktijklokalen; en

c. een bedrag per school ter hoogte van € 2.630.904,21 voor de kosten van de maritieme leeromgeving.

4 De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, wordt berekend op basis van het aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven op het vbo-profiel maritiem en techniek.

Artikel 5

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat aanbiedt.

2 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2026 wordt vastgesteld op € 1.379,61 per bekostigde leerling die op de teldatum is toegelaten tot een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat.

3 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2027 wordt vastgesteld op € 1.379,61 per bekostigde leerling die op de teldatum is toegelaten tot een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs of een cursus Europees Baccalaureaat.

Artikel 6

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school die de gemengde leerweg aanbiedt.

2 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2026 wordt vastgesteld op € 390,94 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van de gemengde leerweg.

3 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2027 wordt vastgesteld op € 390,94 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het derde of vierde leerjaar van de gemengde leerweg.

Artikel 6a

1 De minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een school voor praktijkonderwijs voor het verzorgen van aanvullende loopbaanbegeleiding.

2 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2026 wordt vastgesteld op € 47,07 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het praktijkonderwijs.

3 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2027 wordt vastgesteld op € 47,07 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het praktijkonderwijs.

Artikel 6b

1 De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag voor het aanbieden van een praktijkgericht vak havo.

2 De hoogte van de aanvullende bekostiging in 2027 wordt vastgesteld op € 390,94 per leerling die op de teldatum staat ingeschreven in het vierde of vijfde leerjaar van het havo met de indicatie Deelname praktijkgericht vak.

Artikel 7

1 De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 2, in januari van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in de artikelen 3 en 4 tot en met 6, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

2 De beschikking en betaling van de aanvullende bekostiging bedoeld in artikel 3a vindt jaarlijks in één termijn plaats in november.

3 De minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, uiterlijk in de maand maart van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft vast. De betaling van de aanvullende bekostiging vindt jaarlijks in een termijn plaats in maart.

4 De Minister stelt de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6b, uiterlijk vast in de maand april van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft. De aanvullende bekostiging wordt betaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.

5 De aanvullende bekostiging wordt, uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, herzien en wordt berekend op basis van:

a. het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school; en

b. de bijdrage voor loon- en prijsontwikkeling.

6 In afwijking van het derde en vierde lid stelt de minister de aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 6a, voor 2025 uiterlijk in de maand november 2025 vast, berekend op basis van het door de accountant goedgekeurde aantal leerlingen dat op de teldatum staat ingeschreven bij de school voor praktijkonderwijs. Er vindt geen herziening plaats als bedoeld in het vierde lid. De aanvullende bekostiging voor 2025 wordt uiterlijk in november 2025 in één termijn betaald.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 november 2021.

Artikel 8a

Deze regeling is gebaseerd op artikel 5.9, eerste lid, van de wet en artikel 6.1, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden.

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › Aanvraagformulier aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod

Aanvraagformulier aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod

Dit formulier

Met dit formulier dient u een aanvraag in om in aanmerking te komen voor de aanvullende bekostiging voor een schoolcampus met een breed onderwijsaanbod. U dient dit formulier uiterlijk op 1 mei in of in 2022 uiterlijk op 1 juni. Uiterlijk op 1 augustus wordt een beslissing genomen over uw aanvraag. De beschikking en betaling vindt uiterlijk plaats in november.

Opsturen

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Directie Voortgezet Onderwijs

Postbus 16375

2500 BL Den Haag

Of per e-mail naar: mailboxDGFO@minocw.nl.

Meer informatie

duo.nl/zakelijk

ICO/VO (070) 757 51 22 bereikbaar van 09:00-13:00 op werkdagen.

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 1 — Gegevens bevoegd gezag

1 — Gegevens bevoegd gezag

1.1 Bevoegd gezag-nummer

1.2 Naam bevoegd gezag

1.3 Correspondentieadres

1.4 Postcode en plaats

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 2 — Gegevens contactpersoon

2 — Gegevens contactpersoon

2.1 Achternaam

2.2 Voorletter(s)

2.3 Telefoon

2.4 E-mailadres

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 3 — Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod

3 — Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod

Er zijn twee mogelijkheden waarop de aanvrager kan voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen. De eerste is door spreiding van het onderwijsaanbod over de twee dicht bij elkaar gelegen vestigingen. De tweede is door te motiveren dat leerlingen van verschillende onderwijssoorten elkaar in reguliere onderwijstijd ontmoeten op de vestigingen.

Lees verder in de toelichting

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 3 — Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod › 3.1 — Gegevens van de twee vestigingen die hemelsbreed gemeten maximaal 300 meter van elkaar gelegen zijn en samen een breed onderwijsaanbod bieden.

3.1 — Gegevens van de twee vestigingen die hemelsbreed gemeten maximaal 300 meter van elkaar gelegen zijn en samen een breed onderwijsaanbod bieden.

Vestiging 1

BRIN-vestigingsnummer

Straat en huisnummer

Postcode en plaats

Geef in de tabel aan in welke leerjaren van welke onderwijssoorten bekostigde leerlingen zijn ingeschreven op teldatum t-1 op vestiging 1 zet een kruisje in het bijbehorende vakje:

Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 | Leerjaar 5 | Leerjaar 6

Vbo

Mavo

Havo

Vwo

Vestiging 2

BRIN-vestigingsnummer

Straat en huisnummer

Postcode en plaats

Geef in de tabel aan in welke leerjaren van welke onderwijssoorten bekostigde leerlingen zijn ingeschreven op teldatum t-1 op vestiging 2, zet een kruisje in het bijbehorende vakje:

Leerjaar 1 | Leerjaar 2 | Leerjaar 3 | Leerjaar 4 | Leerjaar 5 | Leerjaar 6

Vbo

Mavo

Havo

Vwo

Let op: Uit de gegevens die DUO tot zijn beschikking heeft wordt gecontroleerd of wordt voldaan aan de voorwaarden in artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 2°, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden.

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 3 — Aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed onderwijsaanbod › 3.2 — Motivatie bevoegd gezag

3.2 — Motivatie bevoegd gezag

Mochten de opgegeven vestigingen niet voldoen aan artikel 3a, eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 2°, dan kunt u motiveren waarom wordt voldaan aan het volgende criterium:

Minimaal 50% van de leerlingen volgt minimaal 20% van hun onderwijstijd onderwijs op beide vestigingen.

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › 4 — Ondertekening

4 — Ondertekening

Het bevoegd gezag verklaart bij wijzigingen de Minister schriftelijk op de hoogte te stellen indien er niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van de regeling.

4.1 Nummer bevoegd gezag

4.2 Achternaam tekenbevoegde

4.3 Voorletter(s) tekenbevoegde

4.4 Telefoon

4.5 E-mail

4.6 Plaats

4.7 Datum

4.8 Handtekening

Bijlage — behorende bij artikel 3a, vierde lid, van de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden › Toelichting

Toelichting

Algemeen

De aanvraag voor aanvullende bekostiging schoolcampus met een breed aanbod is gebaseerd op de Regeling aanvullende bekostiging vo-scholen in uitzonderlijke omstandigheden.

Een scholengemeenschap heeft een schoolcampus met een breed onderwijsaanbod indien op de betreffende vestigingen op de teldatum leerlingen staan ingeschreven in:

a. de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs;

b. het vierde leerjaar van het vbo;

c. het vierde leerjaar van het mavo;

d. het vijfde leerjaar van het havo; en

e. het zesde leerjaar van het vwo.

De afstand wordt gebaseerd op de gegevens zoals vastgelegd in RIO en berekend op basis van de formule opgenomen in artikel 3a, tweede lid, van de regeling.

Om in aanmerking te komen voor de aanvullende bekostiging moet tevens voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

1. De twee vestigingen moeten dichtbij elkaar gelegen zijn op hemelsbreed een gemeten afstand van maximaal 300 meter;

2. De leerlingen van vbo tot en met vwo komen samen in reguliere onderwijstijd.

Onder de tweede voorwaarde wordt het volgende verstaan:

1. De eerste twee leerjaren van het vbo tot en met het vwo wordt verzorgd op één van de vestigingen; of

2. Het vierde leerjaar van het vbo en mavo, het vijfde leerjaar van het havo en het zesde leerjaar van het vwo worden verzorgd op één van de vestigingen; of

3. Het bevoegd gezag toont aan dat minimaal 50% van de leerlingen minimaal 20% van hun onderwijstijd gedurende het schooljaar onderwijs volgt op beide vestigingen.

Onderdelen één en twee worden door DUO gecontroleerd op basis van de gegevens die vastgelegd zijn in RIO en BAG. Mochten de vestigingen in uw aanvraag niet aan deze voorwaarden voldoen dan moet u aannemelijk maken waarom het derde onderdeel voor deze vestigingen opgaat.