1.9 — Examens Regeling inburgering 2021
Examens
De vereiste mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid is in de Wet inburgering 2021 gesteld op het niveau B1. Niet iedereen zal in staat zijn om dit niveau te behalen binnen de gestelde termijn. Onder voorwaarden is het daarom in de B1-route mogelijk om de examens op niveau A2 af te leggen. Daarnaast kunnen mensen met een lage leerbaarheid de Z-route volgen en daarmee voldoen aan de inburgeringsplicht. Met de Z-route wordt beoogd de doelgroep die in het oude stelsel werd ontheven na aantoonbaar geleverde inspanning (zonder A2 niveau te hebben behaald), beter te ondersteunen op een manier die aansluit bij een lagere leerbaarheid. In de Z-route hoeven deelnemers geen examens af te leggen. Overigens kan het ook voorkomen dat inburgeringsplichtigen juist een hoger niveau aan zouden kunnen dan B1, daarom kunnen gemeenten de afspraak maken met een inburgeringsplichtige dat de examens op niveau B2 worden afgelegd.
Het taalniveau B1 is in het CEF als volgt geformuleerd
2 http://taalunieversum.org/onderwijs/gemeenschappelijk_europees_referentiekader/3/3/
:
Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden tijdens reizen in gebieden waar de taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.
Het taalniveau A2 is in het CEF als volgt geformuleerd
3 Idem als voetnoot 2.
Kan zinnen en regelmatig voorkomende uitdrukkingen begrijpen die verband hebben met zaken van direct belang (bijvoorbeeld persoonsgegevens, familie, winkelen, plaatselijke geografie, werk). Kan communiceren in simpele en alledaagse taken die een eenvoudige en directe uitwisseling over vertrouwde en alledaagse kwesties vereisen. Kan in eenvoudige bewoordingen aspecten van de eigen achtergrond, de onmiddellijke omgeving en kwesties op het gebied van directe behoeften beschrijven.
Het Ministerie van SZW is verantwoordelijk voor de taalexamens op niveau A2 en KNM. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) is verantwoordelijk voor de Staatsexamens Nt2 (taalniveau B1 en B2). Alle examens worden afgenomen door DUO.
Afnameduur examenonderdelen: – Spreken (niveau A2, B1 of B2) | (circa 30 minuten)
– Lezen (niveau A2, B1 of B2) | (netto 50 minuten)
– Luisteren (niveau A2, B1 of B2) | (netto 45 minuten)
– Schrijven (niveau A2, B1 of B2) | (netto 35 minuten)
– Kennis van de Nederlandse maatschappij | (netto 45 minuten)
De totale afnametijd van het examen, inclusief 15 minuten instructietijd per examen, bedraagt 320 minuten. De kandidaat kan in een aantal gevallen (niveau A2 en KNM) naar wens meerdere onderdelen op één dag afleggen.
Niveau B1 en B2: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:
– Het examenonderdeel Spreken wordt met de computer afgenomen. De kandidaat luistert naar de tekst via de koptelefoon en leest de opdrachten op het beeldscherm. De antwoorden spreekt hij in een microfoon in.
– Het examenonderdeel Lezen wordt met de computer afgenomen. De kandidaat krijgt een boekje met de teksten. De vragen en antwoordmogelijkheden leest de kandidaat op zijn beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
– Het examenonderdeel Luisteren wordt met de computer afgenomen. De examenkandidaat hoort via een koptelefoon gesproken tekstfragmenten en krijgt daarover vragen. De vragen en mogelijke antwoorden worden getoond op het beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
– Het examenonderdeel Schrijven wordt met de computer afgenomen. Middels het aanvullen van zinnen, het maken van korte en middellange opdrachten wordt de schrijfvaardigheid getest. De opdrachten verschijnen op het beeldscherm en de kandidaat typt zijn tekst daarbij in.
Niveau A2 en KNM: de verschillende examenonderdelen worden als volgt afgenomen:
– Het examenonderdeel Spreken wordt met de computer afgenomen. De kandidaat kijkt en luistert via een koptelefoon naar een videofragment. Hij moet vragen beantwoorden en zinnen aanvullen, de antwoorden spreekt hij in een microfoon in. Bij de meerkeuze vragen kiest de kandidaat het juiste (gesproken) antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
– Het examenonderdeel Lezen wordt met de computer afgenomen. Aan de hand van meerkeuzevragen wordt de leesvaardigheid getoetst. De examenkandidaat leest teksten op het beeldscherm en krijgt daarover vragen. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
– Het examenonderdeel Luisteren wordt met de computer afgenomen. Aan de hand van meerkeuzevragen wordt de luistervaardigheid getoetst. De examenkandidaat hoort via een koptelefoon gesproken tekstfragmenten en krijgt daarover vragen. De mogelijke antwoorden worden ook getoond op het beeldscherm. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
– Het examenonderdeel Schrijven wordt op papier afgenomen. Middels het invullen van formulieren en het maken van korte schrijfopdrachten wordt de schrijfvaardigheid getest. De examenkandidaat krijgt bij aanvang van het examenonderdeel een boekje met daarin de vragen/opdrachten. De antwoorden dient de kandidaat in hetzelfde boekje te schrijven.
– Het examenonderdeel kennis van de Nederlandse maatschappij wordt met een computer afgenomen. Dit wordt aan de hand van meerkeuzevragen getoetst. De examenkandidaat krijgt videofragmenten te zien en leest de vragen op het beeldscherm en hoort ze tevens via een hoofdtelefoon. Hij kiest het juiste antwoord door dit met de computermuis aan te klikken.
Afname van de examens
De examens worden afgelegd bij DUO op één van de examenlocaties in Amsterdam, Rotterdam, Rijswijk, Eindhoven, Utrecht en Zwolle.
Aangepaste examenomstandigheden
Een kandidaat die door een belemmering of beperking niet in staat is om de inburgeringsexamens op de gebruikelijke wijze af te leggen, kan door DUO in de gelegenheid worden gesteld om examens op een aan zijn belemmering of beperking aangepaste wijze af te leggen. De aangepaste examenomstandigheden waarin DUO in elk geval kan voorzien, worden toegelicht onder 2.6. van dit protocol. Indien uit de medische deskundigenverklaring een andere wenselijke aanpassing komt, zal in overleg met DUO worden gekeken of daaraan kan worden voldaan. Soms worden aangepaste examens ook afgenomen op een andere locatie dan de reguliere examens omdat er bepaalde apparatuur en/of expertise nodig is. Ook is het op basis van een medische deskundigenverklaring mogelijk op de reguliere examenlocaties in een aangepaste ruimte examen te doen.
- Regeling
- Regeling inburgering 2021
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-04-2026
- BWB-id
- BWBR0045574
- Versie
- 2026-04-18_0