wetzoeker

Artikel 3.5 Besluit inburgering 2021

Vaststellen en afleggen van het inburgeringsexamen

1 Het examen van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de wet, vindt plaats overeenkomstig de regels van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal.

2 Onze Minister stelt de volgende examens vast:

a. het examen kennis van de Nederlandse maatschappij, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de wet;

b. het examen van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen.

3 De examens, bedoeld in het tweede lid, worden afgenomen door Onze Minister.

4 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de toepassing van het tweede en derde lid, onder meer omtrent de wijze van examineren en de beoordeling van de examens.

Regeling
Besluit inburgering 2021
Soort
AMvB
Geldend vanaf
02-04-2026
BWB-id
BWBR0045555
Versie
2026-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl