wetzoeker

Vraag 7 — Gegevens ten behoeve van het toetsen van de aan de vergunning verbonden voorwaarden voor goede zorg Uitvoeringsregeling Wtza

Gegevens ten behoeve van het toetsen van de aan de vergunning verbonden voorwaarden voor goede zorg

Alle instellingen moeten bij de zorgverlening voldoen aan de voorwaarden uit de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg. Een toelatingsvergunning wordt niet verleend als aannemelijk is dat de instelling niet voldoet aan een aantal randvoorwaarden voor het verlenen van goede zorg. Goede zorg is zorg die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is, tijdig is en is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt. Om goede zorg te kunnen leveren, moet worden beschikt over een organisatie die daartoe voldoende is uitgerust. De onderstaande vragen hebben daarop betrekking.

Vraag 7a

Beschikt de instelling over zodanige personele middelen, zowel kwantitatief als kwalitatief, dat dit redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg? | □ Ja □ Nee

Uitleg De instelling die de aanvraag doet, moet zorgen voor een goede organisatie, onder meer door zich te verdiepen in de vraag welke personele middelen, zowel kwantitatief als kwalitatief, de organisatie nodig heeft. Met personele middelen worden niet alleen de personen die in dienst zijn van de zorgaanbieder bedoeld, maar ook personen die, bijvoorbeeld op basis van een toelatingscontract of een opdracht, voor een zorgaanbieder werken; te denken valt aan specialisten in een ziekenhuis of zzp’ers in de langdurige zorg.

Vraag 7b

Beschikt de instelling over zodanige materiële middelen, zowel kwantitatief als kwalitatief, dat dit redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg? | □ Ja □ Nee

Uitleg De instelling die de aanvraag doet, is ook verantwoordelijk voor de geschiktheid van de materiële middelen die bij de zorg worden gebruikt. Het gaat hierbij ook om de materiële middelen die door een onderaannemer worden gebruikt.

Vraag 7c

Zijn de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de afstemmings- en verantwoordingsplichten zo georganiseerd dat dit redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg? | □ Ja □ Nee

Uitleg: Bij het goed organiseren van de zorgverlening behoort de instelling aandacht te besteden aan de onderlinge afstemming tussen de verschillende beroepsbeoefenaren die betrokken zijn bij de zorgverlening aan één cliënt. Indien de cliënt, zoals vaak het geval is, te maken heeft met meerdere personen die hem, gelijktijdig of achtereenvolgens, zorg verlenen, ligt het voor de hand dat de betrokken personen hun werkzaamheden op elkaar afstemmen en daarover afspraken maken. Dat wil zeggen dat zij aandacht hebben voor de aansluiting van het eigen werk op dat van andere zorgverleners en letten op de eventuele risico’s die voor de zorgverlening en de samenwerking een bedreiging vormen. De beroepsbeoefenaren informeren elkaar daarbij, stemmen hun aanpak onderling af, overleggen waar nodig over het verlenen van de zorg en geven aandacht aan nazorg. De «Handreiking verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg» van diverse veldpartijen kan zeer behulpzaam zijn bij de invulling van de verplichting met betrekking tot afstemming in de praktijk. Om zijn verantwoordelijkheid voor goede zorg te kunnen waarmaken, dient de instelling de zorgverlening ook zo te organiseren, dat de personen die de zorg daadwerkelijk verlenen, verantwoording afleggen aan de algemene of dagelijkse leiding van de instelling. Daarbij is het niet relevant of deze personen in loondienst zijn van de instelling of op een andere manier worden ingeschakeld. Als zorgprofessionals weten van (dreigende) misstanden met risico’s voor de patiëntenzorg, moeten de leden van de algemene of dagelijkse leiding van de instelling daar kennis van hebben. Het behoort tot de taak van de instelling, de organisatie zó op te zetten en de in de instelling werkzame personen zó te instrueren, dan wel zodanige afspraken met hen te maken, dat wordt voldaan aan deze eis.

Vraag 7d

Moet de instelling tot het redelijkerwijs kunnen verlenen van goede zorg, beschikken over bouwkundige voorzieningen? | □ Ja □ Nee

Uitleg Als een instelling uitsluitend zorg verleent bij cliënten thuis, hoeft een instelling niet te beschikken over bouwkundige voorzieningen voor het kunnen verlenen van die zorg. Bij een bouwkundige voorziening kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een praktijkruimte waar de zorg wordt verleend, of een door de zorgaanbieder aangeboden woonruimte.

Vraag 7e

U hoeft deze vraag alleen te beantwoorden als u ‘ja’ heeft geantwoord bij vraag 7d.

Heeft de instelling goede bouwkundige voorzieningen die redelijkerwijs moeten leiden tot het verlenen van goede zorg? | □ Ja □ Nee

Uitleg De kwaliteit en de geschiktheid van het gebouw waar de zorg wordt verleend, valt onder de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. Zo dient bijvoorbeeld de klimaatbeheersing in een kamer van een patiënt op orde te zijn, indien de gezondheidsproblemen van een patiënt dit met zich brengt.

Vraag 7f

Draagt de instelling zorg voor een systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg? | □ Ja □ Nee

Uitleg Een instelling moet zorg dragen voor systematische bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van zorg. Dit betekent een cyclisch proces van bewaking, beheersing en verbetering van de kwaliteit van de zorg. Dit brengt met zich dat beleid dat wordt uitgevoerd steeds wordt geëvalueerd, indien nodig aanpast of bijgesteld en weer uitgevoerd. Het hoort bij het goed organiseren van werkzaamheden om stelselmatig na te gaan of de gekozen inzet van mensen en middelen leidt tot goede zorg. De uitwerking zal afhankelijk zijn van de aard en de omvang van de zorgverlening. Van een ziekenhuis mag een omvangrijker kwaliteitssysteem worden verwacht dan van bijvoorbeeld een kleine praktijk met twee zorgverleners.

Vraag 7g

Heeft de instelling een interne schriftelijke procedure, waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met signalen en incidenten? | □ Ja □ Nee

Uitleg Voor een goed werkend kwaliteitssysteem zijn gegevens over de verleende zorg, waaronder ook de meldingen van incidenten of bijna-incidenten van groot belang. Daarom moet er een interne schriftelijke procedure zijn waarin wordt aangegeven hoe met signalen en incidenten wordt omgegaan. De bedoeling achter het registreren van incidenten is dat van incidenten wordt geleerd, zodat de kans op herhaling in de toekomst wordt verkleind. Wat is een incident? Een incident in de zorg is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg, en heeft geleid, had kunnen leiden of zou kunnen leiden tot schade bij de cliënt. Voorbeeld is een zorgverlener die medicatie aan een patiënt heeft gegeven die voor een andere patiënt was bestemd. Eisen aan de procedure De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: Wkkgz) stelt als eis aan de procedure dat hij zodanig is, dat zij er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk bescherming kan worden geboden of maatregelen kunnen worden genomen en waarborgt dat van de persoonsgegevens geen kennis kan worden genomen door anderen dan de functionaris of functionarissen, die met de behandeling van signalen of incidenten zijn belast.

Regeling
Uitvoeringsregeling Wtza
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2025
BWB-id
BWBR0045540
Versie
2025-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl