4.5.4 — Reflecterende objecten Omgevingsregeling
Reflecterende objecten
Er worden twee typen reflecties onderscheiden: spiegelreflecties en diffuse reflecties. Voor een spiegelreflectie geldt dat de hoek van inval van het geluid gelijk is aan de hoek die het gereflecteerde geluid maakt met het spiegelende object, vergelijkbaar met een optische spiegeling. Bij diffuse reflecties wordt het invallende geluid diffuus verstrooid.
Spiegelende objecten
Twee verschillende spiegelende objecten worden onderscheiden:
• scherm;
• gebouw.
Een object moet aan de volgende eisen voldoen om als spiegelend reflecterend object in rekening te worden gebracht:
• Het object heeft een min of meer vlakke en geluidreflecterende wand;
• De reflecterende wand moet een dichtheid hebben groter dan 10 kg/m2;
• De hoek tussen de geluidreflecterende wand en de verticaal moet kleiner zijn dan 10°.
De spiegelende objecten worden op dezelfde manier geschematiseerd als de overeenkomstige afschermende objecten. Van een reflecterend vlak moet daarnaast ook de reflectiviteit (0 ≥ ρ ≥ 1) worden gegeven. De reflectiviteit ρ is de reflectiecoëfficiënt voor de geluidenergie en wordt bepaald door de absorptiecoëfficiënt αabs van het materiaal waaruit het reflecterende vlak bestaat:
ρ = 1-αabs. In het algemeen is ρ een functie van de frequentie. Enkele typerende waarden van de absorptiecoëfficiënt zijn voor verschillende materialen in tabel 4.4 aangegeven.
Tabel 4.4 Typische waarden voor absorptiecoëfficiënten voor verschillende materialen.
Materiaal | Geluidabsorptiecoëfficiënt, in octaafbanden
16 | 31.5 | 63 | 125 | 250 | 500 | 1.000 | 2000 | 4.000
Bakstenen muur | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1
Dichte betonblokken (pleister, verf) | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,1
Poreuze betonblokken | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,4 | 0,4 | 0,3 | 0,3 | 0,4 | 0,3
Glazen wand | 0,1 | 0,2 | 0,3 | 0,4 | 0,3 | 0,2 | 0,1 | 0,1 | 0,0
Houten wand | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,3 | 0,2 | 0,2 | 0,1 | 0,1 | 0,1
Aarde en zand, glad | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,1 | 0,2 | 0,4 | 0,5
Aarde, ruw | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,3 | 0,4 | 0,6 | 0,6 | 0,6
Grind, los en vochtig, (laag van 10cm) | 0,0 | 0,1 | 0,2 | 0,3 | 0,6 | 0,7 | 0,7 | 0,8 | 0,8
Gras | 0,0 | 0,0 | 0,1 | 0,1 | 0,2 | 0,3 | 0,4 | 0,6 | 0,7
Diffuus reflecterende objecten
Diffuse reflecties treden op aan een bosrand; als er minder dan drie bomenrijen aanwezig zijn, wordt de diffuse reflectie niet meegerekend. Een diffuse reflectie treedt op als er `zicht' is op de bosrand vanuit zowel de positie van de bron als de positie van het rekenpunt; optische spiegeling is hierbij irrelevant. Een bosrand wordt gemodelleerd door een verticaal vlak of keten van verticale vlakken, die onder een hoek met elkaar staan, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de bovenrand horizontaal loopt. Op de plaats van de vlakken wordt één rij van equidistante cilinders gedacht. De afstand tussen de cilinders deff bedraagt de helft van de gemiddelde afstand tussen naburige bomen van de eerste drie bomenrijen van de bosrand. Deze gemiddelde afstand wordt benaderd door 1/√n2, waarbij n2 het gemiddelde aantal bomen per oppervlakte-eenheid is. De straal van de cilinders rcil is gelijk aan de gemiddelde straal van de bomen in de bosrand. Indicatieve waarden voor een gemiddeld bos zijn deff = 1,4 m en rcil = 0,1 m. De hoogte van de bosrand wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van de bomen in de bosrand.
- Regeling
- Omgevingsregeling
- Afkortingen
- Or
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-09-2026
- BWB-id
- BWBR0045528
- Versie
- 2026-09-18_0