3.2.3.7 — Dbodem Omgevingsregeling
Dbodem
In de term Dbodem zijn de effecten van absorptie door, reflectie tegen en verstrooiing aan de bodem verdisconteerd.
Dbodem wordt per octaafband bepaald. Het model is geschikt voor `breedbandige' geluiden. Bij de berekening in tertsbanden wordt voor alle tertsband en binnen de octaafband dezelfde waarde voor Dbodem aangehouden als voor de octaafband.
Geometrie
In het model wordt een drietal gebieden onderscheiden (zie figuur).
a. Brongebied
Het gebied dat vanaf de bron in de richting van het immissiepunt een lengte heeft van rb.
rb = 30 hb rb = ri | als ri ≥ 30 hb als ri < 30 hb | (3.21)
b. Ontvangergebied
Het gebied dat vanaf het immissiepunt in de richting van de bron een lengte heeft van ro.
ro = 30 ho ro = ri | als ri ≥ 30 ho als ri < 30 ho | (3.22)
c. Middengebied
Dit is het gebied tussen bron- en ontvangergebied. Overlappen het bron- en ontvangergebied elkaar dan wordt geen middengebied verondersteld.
Aard van de bodem
De volgende bodemtypen worden onderscheiden met behulp van de bodemfactor B.
a.1. Harde bodems: B = 0
Dit zijn alle bodems met een geluidreflecterend oppervlak, zoals asfalt, bestrating, water en betonplaten, waarop geen of nauwelijks geluidverstrooiende objecten aanwezig zijn.
a.2. Harde bodems met veel objecten: B = 0,3
Dit zijn bodems met een geluidreflecterend oppervlak van terreindelen waarop een grote dichtheid aan (semi-)permanent aanwezige geluidverstrooiende en/of geluidabsorberende objecten. Dit betreft bijvoorbeeld terreinen met (semi-)permanent aanwezige opslag van fust en/of kratten, opslag van bouw- of sloopmaterialen, sommige parkeer- en stallingsterreinen. Dit geldt alleen voor zover de demping ten gevolge van die objecten door hun aard en/of aantal niet anderszins in rekening kan worden gebracht, bijvoorbeeld door die objecten te modelleren als een scherm, wal, gebouw, tank of silo (verticaal cilindrisch object) of door toepassing van Dterrein (open procesinstallaties) of Dhuis (dempingsterm voor woongebieden). Kunnen die objecten wel op de genoemde wijze gemodelleerd worden, dan wordt voor de ondergrond van die objecten een harde bodem gehanteerd.
b. Absorberende bodems: B = 1
Absorberende bodems zijn alle bodems zonder zichtbare verharding waarop vegetatie voor kan komen met weinig of geen geluidverstrooiende objecten. Voorbeelden zijn grasland, akkerland met en zonder gewas, bossen, heide, tuinen, begroeide daken.
c. Gedeeltelijk absorberende bodems: B = n/100
Als een gebied voor n % uit absorberende bodem bestaat en voor het overige uit een harde bodem, dan is de bodemfactor
B = n/100 | (3.23)
Ook als er sprake is van een bodemsoort waarvan het oppervlak noch geheel geluidreflecterend, noch geheel geluidabsorberend is, kan een bodemfactor B tussen 0 en 1 worden ingevoerd.
Berekening van Dbodem
De term Dbodem is uit een drietal deeltermen opgebouwd die het effect van de bodem in het bron-, en immissiegebied en eventueel het middengebied aangeven.
Dbodem = Db,br + Db,ont + Db,mid | (3.24)
De berekening van Db,br en Db,ont is volledig analoog. De berekening van het effect van het middengebied gaat op een andere wijze.
Tabel 3.6 De bodemverzwakking in het bron- en immissiegebied
Middenfrequentie octaafband [Hz] | Db,br of Db,ont [dB]
31,5 | -3
63 | -3
125 | -1 + Bb (a(h) + 1)
250 | -1 + Bb (b(h) + 1)
500 | -1 + Bb (c(h) + 1)
1.000 | -1 + Bb (d(h) + 1)
2.000 | -1 + Bb
4.000 | -1 + Bb
8.000 | -1 + Bb
met:
Db,br
Db,br wordt berekend uit de afstand ri tussen bron en immissiepunt, de bodem factor Bb van het brongebied en de (gecorrigeerde) bronhoogte h. De bodemfactor Bb blijft betrokken op de echte bronhoogte hb.
De hoogte h is gelijk aan de bronhoogte tenzij er afscherming optreedt met een positieve verticale omweg (Dscherm ≥ 4,8) en de bronhoogte minder dan 5 m bedraagt. In dat geval geldt:
h = hb als hb ≥ 5 m of he ≤ 0 | (3.26)
N.B. Bij de rondommethode wordt bij bepaling van immissieniveaus uitgegaan van Db,br = -1.
Db,ont
De berekening van Db,ont is analoog aan Db,br (zie tabel 3.6).
Db,mid
De verzwakking ten gevolge van het middengebied wordt bepaald uit de bodemfactor van het middengebied Bm en de factor m (zie tabel 3.7).
Tabel 3.7 De bodemverzwakking in het middengebied
Middenfrequentie octaafband [Hz] | Db,mid [dB]
31,5 en 63 | -3 m
125 en hoger | +3 m (Bm – 1)
met: m = 0 als ri ≤ 30 (hb + ho) m = 1 – 30 (hb + ho)/ri als ri > 30 (hb + ho)
Een bijzonder geval doet zich voor als bron en ontvanger zich op relatief korte afstand van elkaar bevinden ten opzichte van de bronhoogte en ontvangerhoogte. Als voor de verhouding tussen de lengte van het directe geluidpad ri en het tegen de bodem spiegelbeeldig gereflecteerde geluidpad rr (bron – bodem – ontvanger) geldt:
20 log rr/ri ≥ 10
dan wordt geen bodemeffect in rekening gebracht (Dbodem = 0 dB).
- Regeling
- Omgevingsregeling
- Afkortingen
- Or
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 18-09-2026
- BWB-id
- BWBR0045528
- Versie
- 2026-09-18_0