wetzoeker

2.2 — Bovenbouw Omgevingsregeling

Bovenbouw

Bovenbouwconstructies

Het geluidemissietraject wordt als volgt getypeerd naar bovenbouwconstructie en baangesteldheid:

– baan op betonnen mono- of duoblok dwarsliggers in ballastbed (index bb = 1);

– baan op houten of zigzag betonnen dwarsliggers in ballastbed (index bb = 2);

– baan met ballastbed met niet-doorgelaste spoorstaven, spoorstaafonderbreking of wissels (index bb = 3);

– baan met blokkenspoor (index bb = 4);

– baan met blokkenspoor en ballastbed (index bb = 5);

– baan met regelbare spoorstaafbevestiging (index bb = 6);

– baan met regelbare spoorstaafbevestiging en ballastbed (index bb = 7);

– baan met ingegoten spoorstaaf (index bb = 8);

– baan met directe railbevestiging op een onderheide betonplaat voor metro- en sneltrammaterieel (index bb = 9);

– baan met raildempers op betonnen mono- of duoblok dwarsliggers in ballastbed (index bb = 10);

– baan met HSL-Rhedaspoor (index bb = 11);

– baan met HSL-Rhedaspoor en raildempers (index bb = 12);

– baan bij overweg;

– trambaan in gras (index bb=13);

– trambaan in asfalt (index bb=14);

– tramplatenspoor (index bb=15);

– trambaan in klinkers (index bb=16).

Spoorconditie

De conditie van het spoor wordt in rekening gebracht via de term spoorconditie. In deze term is het effect van spoorstaafonderbrekingen en de sporstaafruwheid opgenomen.

Spoorstaafonderbrekingen en wissels

Bij de bepaling van de geluidemissiegetallen wordt onderscheid gemaakt naar de mate van voorkomen van spoorstaafonderbrekingen op het geluidemissietraject:

– voegloze spoorstaaf (doorgelast) met of zonder voegloze wissels en kruisingen (index m = 1);

– niet doorgelaste spoorstaaf (=voegenspoorstaaf) (m = 2);

– wissels (m = 3 of m = 4).

Wissels worden direct gemodelleerd met de werkelijke lengte. Bij de modellering van een wissel kan het worden opgesplitst in meerdere delen. De bovenbouwcorrectie wordt bepaald aan de hand van het type wissel: ‘voegloos’/‘intern-voegloos’/‘niet-voegloos’:

– een voegloze wissel krijgt de bovenbouwcode die hoort bij het type dwarsligger;

– een intern-voegloze/niet-voegloze wissel krijgt bovenbouwcode bb = 3;

– voor een intern-voegloze wissel wordt aangenomen dat deze gemiddeld één voeg heeft;

– voor een niet-voegloze wissel wordt aangenomen dat deze gemiddeld drie voegen heeft;

– het aantal voegen gedeeld door de totale lengte van het wissel levert de informatie om de stootgeluidcorrectie te bepalen (de factor fm voor toepassing in formule 2.3c).

Spoorstaafruwheid

Ten slotte is het mogelijk om rekening te houden met situaties waarbij structureel sprake is van een fors afwijkende spoorstaafruwheid dan het landelijk gemiddelde dat de basis is voor de Standaadrekenmethode 2 in deze bijlage. Dit is met name bedoeld om de mogelijkheid te bieden de geluidreducerende effecten in de berekening te verwerken van het onderhouden van het spoor in een toestand met extra lage spoorstaafruwheid (door bijvoorbeeld intensief onderhoud of akoestisch slijpen).

Regeling
Omgevingsregeling
Afkortingen
Or
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0045528
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl