wetzoeker

1.2.1 — Bestaande spoorvoertuigcategorieën en spoorwegconstructies Omgevingsregeling

Bestaande spoorvoertuigcategorieën en spoorwegconstructies

Alle spoorvoertuigtypen worden ingedeeld in een spoorvoertuigcategorie.

De spoorvoertuigentypen die op de Nederlandse spoorweginfrastructuur rijden, zijn ingedeeld in de in onderstaande tabel opgenomen twaalf spoorvoertuigcategorieën. De indeling is vooral gebaseerd op verschillen in type aandrijving en wielremsysteem.

De in deze bijlage gehanteerde emissie is gekoppeld aan een rekeneenheid van een spoorvoertuigcategorie. De onderstaande tabel geeft het aantal rekeneenheden van een bepaalde samenstelling van een spoorvoertuig aan. In het algemeen valt een rekeneenheid samen met een locomotief of spoorwegrijtuig. Voor verschillende spoorvoertuigen is dat niet het geval. In het geval van hogesnelheidsmaterieel wordt een totale trein opgevat als één rekeneenheid.

Tabel 1.1 Rekeneenheden van samenstellingen van spoorvoertuigen

Cat | Type | Tekening (onderling op schaal) | Getoond aantal rekeneenheden | Getoonde lengte

1 | Spoorvoertuigcategorie 1: blokgeremd reizigersmaterieel – elektrisch reizigersmaterieel met alleen gietijzeren blokremmen met de bijbehorende locomotieven: treinstellen van Materieel '64.

Mat’64 | | 2 | 52 m

2 | Spoorvoertuigcategorie 2: schijf+blokgeremd reizigersmaterieel - elektrisch reizigersmaterieel met voornamelijk schijfremmen en toegevoegde gietijzeren blokremmen: het intercitymaterieel van de typen ICM III, ICR en DDM-1.

ICM III | ICM-III met blokremmen. Heeft 3 rekeneenheden per treinstel. | 2 | 54 m

ICR | Met toegevoegde gietijzeren blokkenrem | 2 | 53 m

ICR(BNL) | Met toegevoegde gietijzeren blokkenrem | 2 | 53 m

DDM-1 | Heeft toegevoegde blokkenrem. Uiterlijk vrijwel gelijk aan de DDM-2/3 die in categorie 8 is ingedeeld. Altijd met locomotief. | 2 | 52 m

3 | Spoorvoertuigcategorie 3: schijf+blokgeremd elektrisch materieel – elektrisch reizigersmaterieel met alleen schijfremmen en met motorgeluid: het stadsgewestelijk materieel (SGM-II/III); – elektrische locomotieven, zoals de series 1600, 1700 en 1800; – de Utrechtse sneltram (SUNIJ).

SGM | | 2 | 52 m

SUNIJ | Er zijn 2 geledingen per rekeneenheid. | 1 | 29 m

4 | Spoorvoertuigcategorie 4: goederenmaterieel met gietijzeren blokremmen – alle typen goederenmaterieel met gietijzeren blokremmen.

Goederen | De categorie van goederenwagens hangt af van het remsysteem. Wagens met gietijzeren blokken vallen in categorie 4. Wagens met alternatieve (K- of LL-) blokkenrem of schijfremmen vallen in categorie 11. Sommige goederenwagens, zoals Hiirs en Laeks, hebben geledingen. Gelede goederenwagens lijken aparte wagens, maar rijden onder één wagennummer en tellen als 1 rekeneenheid. | 1 1 1 1 1 | Variabel Vlootgemiddelde is circa 15 m

5 | Spoorvoertuigcategorie 5: blokgeremd dieselmaterieel – dieselelektrisch reizigersmaterieel met alleen blokremmen met de bijbehorende locomotieven: de treinstellen van het type DE-I/II/III; – dieselelektrische locomotieven, behalve de DE-6400.

6 | Spoorvoertuigcategorie 6: schijfgeremd dieselmaterieel – dieselhydraulisch reizigersmaterieel met alleen schijfremmen en met motorgeluid: de Wadloper (DH), de Buffel (DM’90); – de dieselelektrische locomotief DE-6400.

DM’90 Buffel | | 2 | 52 m

7 | Spoorvoertuigcategorie 7: schijfgeremd metro- en sneltrammaterieel – metro- en sneltrammaterieel van de GVB en de RET; – HSG3, RSG3- en SG3-materieel (Randstadrail). Scharnierende geledingen met 3 of 4 draaistellen zijn 1 eenheid.

HSG3, RSG3 en SG3 | | 1 | 43 m

8 | Spoorvoertuigcategorie 8: schijfgeremd reizigersmaterieel – elektrisch reizigersmaterieel met alleen schijfremmen: de typen ICM III, ICM IV, vIRM-IV/VI, DDM-2/3, ICK, Protos; – elektrisch reizigersmaterieel met afgeschakelde blokremmen of met toegevoegde blokkenrem met L-remblokken (aangepaste ICR); – dieselelektrisch lightrailmaterieel: De Lint, Talent, GTW-DMU.

ICM III | ICM-III met alleen schijfremmen. Heeft 3 rekeneenheden per treinstel. | 2 | 54 m

ICM-IV | Heeft 4 rekeneenheden per treinstel. | 2 | 54 m

IRM | | 2 | 54 m

DDM-2/3 | Uiterlijk vrijwel gelijk aan de DDM-1 die in categorie 2 is ingedeeld. Rijdt meestal met motorbak mDDM in plaats van locomotief. | 2 | 52 m

Protos | | 2 | 53 m

ICR | Met afgeschakelde blokkenrem of met toegevoegde blokkemrem met L-remblokken | 2 | 53 m

ICR (BNL) | Met afgeschakelde blokkenrem of met toegevoegde blokkemrem met L-remblokken | 2 | 53 m

Talent | | 2 | 42 m

GTW2/6-DMU | | 2 | 41 m

GTW2/8-DMU | | 3 | 56 m

Lint | | 2 | 42 m

9 | Spoorvoertuigcategorie 9: schijf+blokgeremd hogesnelheidsmaterieel – elektrisch hogesnelheidsmaterieel met voornamelijk schijfremmen en toegevoegde blokremmen op de motorwagens: de treinstellen van het type Thalys; – elektrisch hogesnelheidsmaterieel van het type ICE-3 en Eurostar; – elektrisch hogesnelheidsmaterieel met alleen schijfremmen van het type ICNG.

V250 | Een V250 (Albatros) bestaat uit 8 geledingen en telt als 1 rekeneenheid (201 m). Getoond zijn de eerste 2 geledingen. | 0,25 | 52 m

ICE | Een ICE bestaat uit 8 geledingen en telt als 1 rekeneenheid (201 m). Getoond zijn de eerste 2 geledingen. | 0,25 | 51 m

Thalys (Eurostar red) | Een Thalys bestaat uit 10 geledingen en telt als 1 rekeneenheid (200 m). Getoond zijn de eerste 3 geledingen. | 0,30 | 63 m

Eurostar blue | Een Eurostar blue bestaat uit 16 geledingen en telt als 2 rekeneenheden (402 m). Getoond zijn de eerste 2 geledingen. | 0,25 | 51 m

ICNG | | 0,67 | 110 m

Een ICNG-5 bestaat uit 5 geledingen en telt als 0,67 rekeneenheden. Een ICNG-8 bestaat uit 8 geledingen en telt als 1 rekeneenheid. Getoond zijn de eerste 4 geledingen. | 0,5 | 82 m

10 | Spoorvoertuigcategorie 10: lightrailmaterieel – lightrailmaterieel van het type A32 en de Regio Citadis; – andere typen schijf of magneetgeremd lightrailmaterieel met de volgende kenmerken: aslast kleiner dan 10 ton, geveerde wielen met een doorsnede kleiner dan 700 mm, afscherming van wielen en rails door lage vloer en vergelijkbare asdichtheid als A32 materieel; – lage vloertram met (deels) afgeschermde en afgeveerde wielen; – trams.

A32 | Aantal rekeneenheden ≠ aantal geledingen | 2 | 30 m

Regio Citadis | | 3 | 38 m

11 | Spoorvoertuigcategorie 11: goederenmaterieel met alternatieve blokremmen (K- of LL-blokken) – alle typen goederenmaterieel met alternatieve (K- of LL-) blokremmen. Voor figuren: zie bij categorie 4.

12 | Spoorvoertuigcategorie 12: schijfgeremd stil reizigersmaterieel – elektrisch reizigersmaterieel met alleen schijfremmen: de typen SLT, FLIRT, GTW-EMU en SNG.

SLT-S100 | Getoond is een half treinstel. Een heel treinstel bestaat uit 6 rekeneenheden. | 3 | 50 m

SLT-S70 | Getoond is een half treinstel. Een heel treinstel bestaat uit 4 rekeneenheden. | 2 | 35 m

FLIRT-II | | 2 | 46m

FLIRT-III | | 3 | 63m

FLIRT IV | | 4 | 81 m

GTW2/8 | Aantal rekeneenheden ≠ aantal geledingen. | 3 | 56 m

GTW2/6 | Aantal rekeneenheden ≠ aantal geledingen. | 2 | 41 m

SNG-3 | | 3 | 60 m

SNG-4 | | 4 | 76 m

Regeling
Omgevingsregeling
Afkortingen
Or
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0045528
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl