wetzoeker

2.8 — De bodemdemping ΔLB Omgevingsregeling

De bodemdemping ΔLB

Bij de bepaling van de bodemdemping ΔLB wordt de horizontaal gemeten afstand tussen bron- en waarneempunt (symbool R) verdeeld in drie afzonderlijke delen:

• een brongebied;

• een waarneemgebied;

• en een middengebied.

Bron- en waarneemgebied hebben elk een lengte van 70 m. Het resterende gedeelte van de afstand R tussen bron- en waarneempunt is het middengebied. Als de afstand R kleiner is dan 140 m, dan is de lengte van het middengebied nihil. Als de afstand R kleiner is dan 70 m, dan zijn de lengtes van bron- en waarneemgebied beide gelijk aan de afstand R.

Voor elk van de drie gebieden wordt de gemiddelde (bodem)absorptiefractie bepaald. De gemiddelde absorptiefractie in een gebied wordt berekend door middeling van de absorptiefracties van de deelgebieden, waarbij een weging wordt toegepast die is gebaseerd op het quotiënt van de lengte van het deelgebied en de lengte van het totale gebied. Als de lengte van het middengebied nihil is, wordt de gemiddelde absorptiefractie van het middengebied op 1,0 gesteld.

Voor akoestisch hard gebied (water, geasfalteerde vlakken en dergelijke) is de absorptiefractie gelijk aan 0,0. Voor akoestisch zacht gebied zoals grasland, akkerland en bos- en duingrond is de absorptiefractie gelijk aan 1,0. Bij een wegdektype dat significant absorberende eigenschappen heeft (zoals ZOAB en (Fijn) tweelaags ZOAB), wordt een absorptiefractie van 0,5 aangehouden. Een diffractor, niet zijnde een diffractor op scherm, heeft een absorptiefractie van 0,0.

In de situatie dat het bronpunt boven een wegdek met significant absorberende eigenschappen ligt, zijn de volgende regels van toepassing bij de bepaling van de gemiddelde absorptiefractie van het brongebied:

– Voor de eerste Y m vanuit het bronpunt wordt een absorptiefractie gelijk aan 0,0 toegepast. De waarde van Y wordt gegeven volgens de formule:

(2.14)

waarbij wordt verstaan onder:

Θ: de hoek die het sectorvlak maakt met het rijlijnsegment (in graden)

X: 5 m

– De waarde van Y wordt begrensd door de lengte van het brongebied.

– Voor het restant van het brongebied worden de absorptiefracties gebruikt die voor het brongebied zijn gemodelleerd.

Voor de berekening van de bodemdemping zijn de volgende gegevens nodig:

R: de horizontaal gemeten afstand tussen bron- en waarneempunt [m];

hb: de hoogte van het bronpunt boven de gemiddelde maaiveldhoogte in het brongebied [m];

hw: de hoogte van het waarneempunt boven de gemiddelde maaiveldhoogte in het waarneemgebied [m];

Bb: de absorptiefractie van het brongebied [-];

Bm: de absorptiefractie van het middengebied [-];

Bw: de absorptiefractie van het waarneemgebied [-];

Sw: effectiviteit van de bodemdemping in het waarneemgebied [-];

Sb: effectiviteit van de bodemdemping in het brongebied [-].

Ter verduidelijking van de definitie van hb en hw is in figuur 2.3 de ligging van de gemiddelde maaiveldhoogte in het brongebied aangegeven voor een verhoogd aangelegde weg in een willekeurig sectorvlak.

Als hb en/of hw kleiner is dan 0, wordt voor hb respectievelijk hw de waarde 0 aangehouden. Als in de sector geen afscherming in rekening wordt gebracht, geldt dat Sw en Sb beide de waarde 1,0 aannemen. In geval van afscherming worden Sw en Sb berekend volgens formule 2.20 in § 2.10.

De berekening van de bodemdemping verloopt volgens de formules, gegeven in tabel 2.7.

Tabel 2.7 De formules voor de bepaling van bodemdemping ΔLB als functie van de octaafband i. De cursief gedrukte symbolen vormen de waarden die voor de variabelen x en y moeten worden gesubstitueerd in de functie γ (x, y).

Octaafbandindex (i) | Bodemdemping ΔLB [dB]

1 | | -3 γo(hb + hw,R) | | -6

2 | [Sbγ1(hb,R) + 1]Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | +[Swγ1(hw,R)+ 1]Bw | -2

3 | [Sbγ2(hb,R) + 1]Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | +[Swγ2(hw,R)+ 1]Bw | -2

4 | [Sbγ3(hb,R) + 1]Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | +[Swγ3(hw,R)+ 1]Bw | -2

5 | [Sbγ4(hb,R) + 1]Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | +[Swγ4(hw,R)+ 1]Bw | -2

6 | Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | + Bw | -2

7 | Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | + Bw | -2

8 | Bb | -3[1-Bm] γo(hb + hw,R) | + Bw | -2

De functie γ worden als volgt gedefinieerd:

voor y ≥ 30x | (2.15a)

γ0 (x, y) = 0 | voor y < 30x

(2.15b)

(2.15c)

(2.15d)

(2.15e)

Voor de variabelen x en y worden de waarden van de grootheden gesubstitueerd die tussen haakjes in cursieven achter de overeenstemmende functies γ uit de formules als gegeven in tabel 2.7 zijn geplaatst.

Regeling
Omgevingsregeling
Afkortingen
Or
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
18-09-2026
BWB-id
BWBR0045528
Versie
2026-09-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl