wetzoeker

Artikel 2.30d Omgevingsregeling

Bijzondere spoorwegen

De afstanden aan weerszijden van de bijzondere spoorweg en de afstanden langs de buitenzijde en binnenzijde van de boog, bedoeld in de artikelen 2.30b en 2.30c, gelden:

a. bij een spoorweg op maaiveldniveau: vanaf het hart van het buitenste spoor;

b. bij een ingegraven spoorweg: vanaf de bovenzijde van de ingraving; en

c. bij een opgehoogde spoorweg: vanaf de teen van het talud van de ophoging.

Regeling
Omgevingsregeling
Afkortingen
Or
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-08-2026
BWB-id
BWBR0045528
Versie
2026-08-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl