wetzoeker

Artikel 12.19 Omgevingsregeling

Monitoring door meten

1 Bij de monitoringspunten, bedoeld in de artikelen 12.16 en 12.17, wordt bemonsterd door de lucht in een inlaatbuis te laten stromen:

a. waarbij de lucht rond de inlaatbuis vrij kan stromen;

b. binnen een hoek van ten minste 270° of 180° voor metingen aan de rooilijn; en

c. zonder enige verstoring van de luchtstroom in de directe omgeving van het bemonsteringsapparaat.

2 De inlaatbuis ligt tussen de 1,5 m en 4 m boven de grond, tenzij een grotere hoogte nodig is.

3 De inlaatbuis ligt zo dat wordt voorkomen dat:

a. de uitstoot van bronnen rechtstreeks en zonder menging met de buitenlucht in de inlaatbuis terechtkomt; en

b. de lucht daaruit opnieuw in de inlaatbuis kan komen.

4 Het derde lid, onder a, is niet van toepassing op het bemonsteren van ozon.

Regeling
Omgevingsregeling
Afkortingen
Or
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-08-2026
BWB-id
BWBR0045528
Versie
2026-08-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl