Bijlage I — bij artikel 4.3 van deze regeling (overgangsrecht maatregelpunten lokale infrastructuur) (deel 1) Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet
bij artikel 4.3 van deze regeling (overgangsrecht maatregelpunten lokale infrastructuur)
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidgevoelig gebouw naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
Tabel 1 Bronmaatregelen, randvoorwaarden en maatregelpunten
Omschrijving bronmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten
Weg
Stille elementenverharding | – Alleen bij sanering. | 3 per 10 m2 ten opzichte van elementenverharding
Dicht asfaltbeton (DAB) | – Alleen bij sanering. | 5 per 10 m2 ten opzichte van elementenverharding
Steenmastiekasfalt (SMA) | – Alleen bij sanering. | 5 per 10 m2 ten opzichte van DAB
zeer open asfaltbeton (ZOAB) | – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer. – Snelheid meer dan 70 km/u. | 4 per 10 m2 ten opzichte van DAB
2-laags zeer open asfaltbeton | – Voldoende verkeersintensiteit. – Geen wringend of remmend verkeer. – Snelheid meer dan 70 km/u. | 26 per 10 m2 ten opzichte van DAB 22 per 10 m2 ten opzichte van ZOAB
Dunne deklaag | – Niet op kruisingen met afslaand verkeer, rotondes of verkeerspleinen. | 13 per 10 m2 ten opzichte van DAB 9 per 10 m2 ten opzichte van ZOAB 16 per 10 m2 ten opzichte van elementenverharding
Spoorweg
Raildemper | – Niet tegen wissels of voegen. – Bij houten dwarsliggers als instemming is verkregen van de beheerder. – De afstand waarover raildempers worden aangelegd is ten minste 50 m per spoor. – Onverminderd het derde gedachtestreepje is de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd ten minste twee maal D, berekend vanuit het in het geluidgevoelige cluster, waarvoor de raildempers worden overwogen, gelegen geluidgevoelige gebouw dat het dichtst bij een spoorstaaf ligt. Van deze randvoorwaarde kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – In afwijking van het vierde gedachtestreepje is bij toepassing van de artikelen 12.12 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving de afstand per spoor waarover raildempers worden aangelegd zodanig dat: 1°. voor elk saneringsgebouw in het geluidgevoelige cluster waarvoor de raildempers worden overwogen, de loodlijn die van het saneringsgebouw naar de spoorweg loopt het gedeelte van de spoorweg met de raildempers doorsnijdt; en 2°. deze voor ten minste driekwart van alle saneringsgebouwen in het geluidgevoelige cluster waarvoor de raildempers worden overwogen, gelijk is aan de afstand tweemaal D, waarbij de onder 1° bedoelde loodlijn laatstgenoemde afstand in twee gelijke delen verdeelt. Van deze randvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. | 29 per meter enkel spoor
Tabel 2 Overdrachtsmaatregelen, randvoorwaarden en maatregelpunten
Omschrijving overdrachtsmaatregel | Randvoorwaarden | Maatregelpunten
Weg
Geluidscherm | – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de lengte van een geluidscherm zodanig dat dit geluidscherm ten minste: 1. voor elk saneringsgebouw in het geluidgevoelige cluster waarvoor de aanleg van het geluidscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsgebouw naar de weg loopt, doorsnijdt; en 2. voor driekwart van alle saneringsgebouwen in dat geluidgevoelige cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte viermaal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze randvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13b1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de hoogte van het geluidscherm ten hoogste 8 m. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is het nieuwe geluidscherm ten minste 3 m hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal; en 2. staan, in vergelijking met een geluidscherm dat 1 m lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe geluidscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat scherm. | Per strekkende meter bij een hoogte van:
1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m elke m hoogte boven 8 m | 53 93 133 173 212 251 289 327 44
Geluidwal | – Ruimtebeslag. – Grondgesteldheid. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de lengte van een geluidwal zodanig dat deze geluidwal ten minste: 1. voor elk saneringsgebouw in het geluidgevoelige cluster waarvoor de aanleg van een geluidwal wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsgebouw naar de weg loopt, doorsnijdt; en 2. voor driekwart van alle saneringsgebouwen in dat geluidgevoelige cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze randvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de hoogte van de geluidwal ten hoogste 8 m. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in een situatie waarbij een bestaand geluidscherm of een bestaande geluidwal wordt vervangen: 1. is de nieuwe geluidwal ten minste 3 m hoger dan het bestaande geluidscherm of de bestaande geluidwal; en 2. staan, in vergelijking met een geluidwal die 1 m lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor de nieuwe geluidwal in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van die geluidwal. | Gelijk aan het aantal maatregelpunten van een geluidscherm
Middenbermscherm | - Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de lengte van een middenbermscherm zodanig dat dit scherm ten minste: 1. voor elk saneringsgebouw in het geluidgevoelige cluster waarvoor de aanleg van het middenbermscherm wordt overwogen, de loodlijn die van het saneringsgebouw naar de weg loopt, doorsnijdt; en 2. voor driekwart van alle saneringsgebouwen in dat geluidgevoelige cluster een lengte heeft die gelijk is aan de lengte vier maal D, waarbij voornoemde loodlijn laatstgenoemde lengte in twee gelijke delen verdeelt. Van deze randvoorwaarden kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de hoogte van het middenbermscherm ten hoogste 8 m. – Bij toepassing van de artikelen 12.12, 12.13 en 12.13a van het Besluit kwaliteit leefomgeving in een situatie waarbij een bestaand middenbermscherm wordt vervangen: 1. is het nieuwe middenbermscherm ten minste 3 m hoger dan het bestaande middenbermscherm; en 2. staan, in vergelijking met een middenbermscherm dat 1 m lager zou zijn, de extra maatregelpunten voor het nieuwe middenbermscherm in redelijke verhouding tot de extra geluidreductie van dat middenbermscherm. | Per strekkende meter bij een hoogte van:
1 m 2 m 3 m 4 m 5 m 6 m 7 m 8 m | 64 112 160 207 254 301 347 392
Schermtop (T-top) | – Op bestaand scherm passend. – Passend in het profiel. | Per strekkende meter: | 44
- Regeling
- Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-01-2024
- BWB-id
- BWBR0045504
- Versie
- 2024-01-01_0