wetzoeker

7.4.1 — Vierjaarlijks onderzoek bestuur en opleidingen Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021

Vierjaarlijks onderzoek bestuur en opleidingen

In het vierjaarlijks onderzoek willen we weten of de (be)sturing door het bestuur op de kwaliteit van de opleidingen op orde is, of er sprake is van deugdelijk financieel beheer en hoe dit bijdraagt aan de kernfuncties van het onderwijs (stelselthema’s). We hanteren daarvoor het waarderingskader voor besturen, zoals beschreven in hoofdstuk 4.

Het vierjaarlijks onderzoek bestaat doorgaans uit de onderdelen die in figuur 7.4.1a zijn beschreven. We bepalen de intensiteit van het toezicht (proportionaliteit) op basis van onze gegevens en we houden in de uitvoering van het onderzoek rekening met de specifieke inrichting en context van het bestuur en de scholen (maatwerk).

Figuur 7.4.1a Stappen van het vierjaarlijks onderzoek bestuur en scholen

1. Analyse

Met de analyse krijgen we een voorlopig beeld van de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en het financieel beheer. We analyseren de beschikbare monitoringsinformatie en betrekken hierbij gegevens van het bestuur, zoals openbare of eerder ingezonden documenten. Zo komen we tot onderzoeksvragen die nodig zijn om de kwaliteit te beoordelen volgens het waarderingskader voor besturen (hoofdstuk 4).

2. Startgesprek met het bestuur

In het startgesprek geeft het bestuur ons een beeld van de eigen (financiële) kwaliteit, de kwaliteitszorg, de resultaten en de ontwikkelingen en bespreken we de bevindingen van onze analyse. Op basis hiervan bepalen we de onderzoeksactiviteiten.

3. Onderzoeksplan

Het onderzoeksplan bevat de inrichting en verantwoording van het vierjaarlijks onderzoek. Dit geeft inzicht in het doel, de onderzoeksvragen, de opzet, de inhoud en de intensiteit van het vierjaarlijks onderzoek voor het bestuur. We beschrijven welke verificatie-activiteiten (zie tekstkader hieronder) we gaan uitvoeren. Van tevoren bespreken we dit plan met het bestuur.

4. Uitvoeren onderzoeksactiviteiten

Het onderzoek bestaat uit verificatie-activiteiten op opleidings- en bestuursniveau. Daarbij kunnen we ook andere belanghebbenden betrekken. Op bestuursniveau voeren we in elk geval een gesprek met het interne toezicht. Ook kunnen we aanvullende gesprekken met het bestuur en andere geledingen voeren of andere onderzoeksactiviteiten op bestuursniveau uitvoeren. Daarnaast kunnen risico-onderzoeken onderzoeken naar de waardering Goed (zie paragraaf 7.4.2) onderdeel uitmaken van het vierjaarlijks onderzoek.

5. Rapportage

In het (concept)rapport leggen we onze bevindingen en oordelen vast. We geven een oordeel op bestuursniveau en doen daarmee een uitspraak over de kwaliteit van het bestuur. We rapporteren en onderbouwen onze oordelen en waarderingen: op welk gebied is de waardering Goed van toepassing? En waar kan het beter en op welke onderdelen móet het beter?

6. Eindgesprek

In het eindgesprek informeren we het bestuur over de conclusies van het onderzoek en maken we (zo nodig) afspraken over herstel en verbetering (herstelopdrachten en -onderzoeken) en bespreken we (verbeter)plannen van het bestuur. Ook vragen we feedback op hoe het onderzoek is verlopen.

7. Afronding en vervolgtoezicht

Na het eindgesprek sturen we het definitieve rapport naar het bestuur en maken we het rapport openbaar op onze website. Naar aanleiding van het vierjaarlijks onderzoek kan er vervolgtoezicht plaatsvinden (zie paragraaf 7.5).

Een belangrijk onderdeel van onze werkwijze in het vierjaarlijks onderzoek is verificatie. Met verificatie-activiteiten toetsen we bij besturen, opleidingen en andere betrokkenen in hoeverre het bestuur zicht heeft op de kwaliteit van het onderwijs en het financieel beheer en hoe het bestuur daarop stuurt.

Verificatie-activiteiten Om te bepalen of het bestuur voldoende stuurt op de kwaliteit van opleidingen en financiële ontwikkelingen voeren we verificatie-activiteiten uit. We verifiëren het gegeven beeld van de kwaliteit en de sturing van het bestuur. We zetten proportioneel diverse verificatie-activiteiten in en passen maatwerk toe. Deze beschrijven we in het onderzoeksplan. Zo verifiëren we het gegeven kwaliteitsbeeld onder andere door lessen te bezoeken en met studenten, docenten of het opleidingsmanagement te spreken. Ook kunnen onderzoeken op opleidingsniveau (zie paragraaf 7.4.2) bijdragen aan verificatie van het kwaliteitsbeeld. Voor een beeld van financiële of andere ontwikkelingen in relatie tot de ambities, doelstellingen en kwaliteitszorg van het bestuur, kunnen we managementinformatie opvragen. Ook kunnen we hierover gesprekken met het bestuur of bijvoorbeeld de controller voeren.

De verificatie-activiteiten dragen bij aan de doelstellingen van het onderzoek, namelijk om de bestuurlijke kwaliteit vast te stellen op basis van het waarderingskader besturen. Anders dan bij risico-kwaliteitsonderzoeken en steekproef-kwaliteitsonderzoeken geven we bij verificatie-activiteiten geen oordeel op het niveau van de standaarden of de opleiding. De verificatie draagt namelijk bij aan het oordeel op het niveau van het bestuur. Wel delen we met de opleiding onze bevindingen over de mate waarin de bestuurlijke kwaliteit zichtbaar is bij de opleiding. Signaleren we bij een opleiding risico’s, dan bespreken we deze met het bestuur. Wanneer nodig voeren wij een kwaliteitsonderzoek naar risico’s uit.

Regeling
Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0045489
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl