Bijlage 7 Waarderingskader voortgezet onderwijs Caribisch Nederland (deel 1) Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
In deze bijlage is het waarderingskader voor het voortgezet onderwijs op Caribisch Nederland opgenomen. De toelichting hierop is te vinden in paragraaf 9.8.
KWALITEITSGEBIED BESTURING, KWALITEITSZORG EN AMBITIE (BKA)
BKA1. Visie, ambities en doelen Het bestuur heeft een visie op kwaliteit, heeft hiervoor ambities en doelen opgesteld en stuurt op het behalen daarvan.
Basiskwaliteit Het bestuur heeft een visie op goed onderwijs en op de besturing daarvan. De visie is concreet en passend vertaald naar ambities, doelen en daarmee samenhangend beleid. Deze vertaling maakt sturing mogelijk op de kwaliteit en resultaten van het onderwijs en de voorwaarden. Daartoe is een stelsel van kwaliteitszorg ingericht dat het bestuur in staat stelt de basiskwaliteit van het onderwijs te waarborgen. De doelen betreffen in elk geval de naleving van wettelijke eisen, waaronder wettelijke vereisten voor het onderwijsaanbod, het onderwijsleerproces en de manier van toetsen en examineren, onder meer op het gebied van de basisvaardigheden taal, rekenen en burgerschap. De visie, ambities en doelen omvatten uitwerkingen van eerdere evaluatieresultaten en resultaten van interne en externe dialoog. Het bestuur zorgt er met betrokkenheid van de scholen voor dat de visie, ambities, doelen en het beleid sturend zijn voor de verbetering van het onderwijs aan leerlingen. Scholen formuleren op hun beurt doelen die aansluiten bij wat leerlingen nodig hebben met het oog op hun doorgaande onderwijsloopbaan. Het bestuur richt de voorwaarden in om de doelen te bereiken, waaronder de inzet en het beheer van de (financiële) middelen voor het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijsproces, de diplomering, het schoolklimaat en de resultaten. Het bestuur heeft daartoe een meerjarenbegroting waarin de relatie met het beleid en de doelen duidelijk zijn toegelicht. Er is voor de sturing op (financiële) kwaliteit een functionerende verantwoordelijkheidsverdeling tussen de interne toezichthouder, het bestuur en de scholen afgesproken, op basis van de geldende wet- en regelgeving.
Aanvullende ambities • Zijn er aanvullende ambities in relatie tot de visie en doelen en (hoe) worden deze gerealiseerd?
Wettelijke vereisten • Artikel 1.4, tweede lid, WVO 2020: Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen en wordt afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. • Artikel 3, achtste lid, RJO BES: Het bestuur zorgt voor een continuïteitsparagraaf in de jaarverslaggeving. • Artikel 2.87 en artikel 2.91 WVO 2020: Het bestuur zorgt voor de kwaliteit van het onderwijs op de scholen via een stelsel van kwaliteitszorg. • Artikel 2.88 tot en met artikel 2.90 en artikel 11.27 WVO 2020: Het bestuur zorgt ervoor dat alle scholen een schoolplan hebben. Het schoolplan omvat in elk geval het onderwijskundig beleid, het personeelsbeleid en het stelsel van kwaliteitszorg. Bij de beschrijving van het onderwijskundig beleid wordt het eilandelijk zorgplan betrokken. Dit bevat een beschrijving van de voorzieningen die zijn getroffen voor leerlingen die extra ondersteuning behoeven. • Artikel 3.3, tweede lid, sub c, WVO 2020: De interne toezichthouder ziet erop toe dat het bestuur de middelen rechtmatig verwerft en doelmatig en rechtmatig bestemt en aanwendt. • Artikel 7.2, vijfde lid, WVO 2020: Het bestuur stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van de verschillende categorieën personeel van de scholen. • Artikel 7.6 WVO 2020: Het bestuur stelt een managementstatuut vast waaruit de verantwoordelijkheidsverdeling in de aansturing van de school blijkt. • Artikel 5.39 en artikel 5.49 WVO 2020 en artikel 6.21 Uitvoeringsbesluit WVO 2020: Het bestuur moet de rijksbekostiging rechtmatig aanwenden en moet evident ondoelmatige aanwending van beschikbare (financiële) middelen voorkomen. • Artikel 3.2 en artikel 5.46 WVO 2020 en artikel 6.19, eerste, tweede en vijfde lid, Uitvoeringsbesluit WVO 2020 en artikel 3, achtste lid, RJO BES: Het bestuur maakt jaarlijks een jaarverslag waarin de resultaten van het financieel beleid staan. • RJO BES jo. Artikel 3.2 en artikel 5.46 WVO 2020: De wijze waarop door het bestuur verslag wordt gedaan van het financieel beheer gebeurt overeenkomstig de daarvoor in de RJO BES gestelde regels. • Artikel 3.1, eerste en tweede lid, WVO 2020: Er moet sprake zijn van een functionele of organieke scheiding tussen (het uitvoerend deel van) het bestuur en het intern toezicht.
BKA2. Uitvoering en kwaliteitscultuur Het bestuur realiseert samen met de scholen de doelen voor kwaliteit, bevordert een kwaliteitscultuur, zorgt voor randvoorwaarden en stuurt, waar nodig, tussentijds bij.
Basiskwaliteit Het bestuur geeft als onderdeel van zijn stelsel van kwaliteitszorg met de scholen effectief uitvoering aan de visie en de doelen voor onderwijskwaliteit. Aan de transparante, integere kwaliteitscultuur is zichtbaar dat deze bijdraagt aan de gestelde doelen. Het bestuur bevordert een op samenwerken, leren en verbeteren gerichte kwaliteitscultuur, zodat doelen en ambities gerealiseerd kunnen worden. Het bestuur zorgt ervoor dat het onderwijskundig leiderschap op alle niveaus herkenbaar verankerd is in de organisatie. Het zorgt voor benoembaar, bevoegd en bekwaam personeel dat in het bezit is van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Ook bevordert het bestuur dat de schoolleiding en teams gezamenlijk werken aan hun professionaliteit in relatie tot de bekwaamheidseisen en aan een verbetercultuur. Binnen de kwaliteitscultuur geeft het bestuur uitvoering aan kwaliteitszorg gericht op de kwaliteit van het onderwijs, onder meer op het gebied van de basisvaardigheden taal, rekenen en burgerschap, de afspraken uit het eilandelijk zorgplan en de naleving van de wettelijke voorschriften. Het bestuur bewaakt en bevordert dat de uitvoering in overeenstemming is met het beleid, zodat de doelen worden bereikt. Het bestuur houdt zicht op de uitvoering van het beleid en op de nagestreefde verbeteringen en stuurt daarop, zo nodig, tussentijds bij. De beschikbare (financiële) middelen dragen bij aan de realisatie van de door het bestuur gestelde doelen en worden doelmatig en rechtmatig aangewend. Als onderdeel van zijn taak ziet de interne toezichthouder daarop toe. Het bestuur voorkomt evident ondoelmatige aanwending van beschikbare (financiële) middelen. Daarnaast stuurt het bestuur op effectief financieel beheer, zodat de continuïteit van het onderwijs gewaarborgd is en bekostiging rechtmatig verkregen wordt. Het interne toezicht geeft voorts onafhankelijk en deugdelijk invulling aan zijn taak en wordt daarin gefaciliteerd door het uitvoerend deel van het bestuur. Het bestuur zorgt voor goed functionerende medezeggenschap en opereert volgens een code goed bestuur of legt in het jaarverslag1 uit als het daar eventueel van afwijkt en waarom dat het geval is. Ook stelt het bestuur de examencommissie in en benoemt het de leden daarvan. Het bestuur komt haar verplichtingen na omtrent de onverwijlde overleg- en aangifteplicht en zorgt ervoor dat een personeelslid het bestuur van een redelijk vermoeden van een zedenmisdrijf onverwijld in kennis kan stellen. Als laatste zorgt het bestuur voor een doeltreffende verwerking van interne en externe signalen en klachten.
Aanvullende ambities • Zijn er aanvullende ambities voor de sturing op uitvoering en kwaliteitscultuur en (hoe) worden deze gerealiseerd?
- Regeling
- Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0045489
- Versie
- 2026-08-01_0