9.6.2 — Toezicht op voor- en vroegschoolse educatie Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
Toezicht op voor- en vroegschoolse educatie
Inleiding
Voor- en vroegschoolse educatie (vve) is bedoeld voor peuters en kleuters met een (risico op een) (taal)achterstand. Vve richt zich niet alleen op taalachterstanden, maar ook op de sociaal-emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling van deze kinderen. Via het interbestuurlijk toezicht gaat de inspectie na of er in de gemeente afspraken zijn gemaakt over vve en onderwijsachterstanden. Hierover leest u meer in het eerder genoemde Interbestuurlijk toezichtkader 2023.
Daarnaast beoordeelt de inspectie de kwaliteit van vve op kinderdagverblijven (voorscholen) en de groepen 1 en 2 van de basisscholen (vroegscholen).
Het verschil in wetgeving tussen voor- en vroegschoolse educatie heeft gevolgen voor het toezicht. We gaan in de volgende paragraaf in op de voorschoolse locaties. Vroegschoolse educatie wordt onderzocht in de reguliere onderzoeken op basisscholen, met gebruik van het reguliere waarderingskader po (hoofdstuk 5) en volgens de werkwijze voor thematische onderzoeken of onderzoeken op schoolniveau (hoofdstuk 7).
9.6.2.1 Voorschoolse educatie op de voorschoollocaties
Gemeenten financieren de voorschoolse educatie op kinderopvanglocaties. Dit zijn de zogenoemde voorscholen. We houden signaalgestuurd toezicht op de kwaliteit van voorschoolse educatie op locaties met gesubsidieerde voorschoolse educatie in alle gemeenten die onderwijsachterstandsmiddelen ontvangen. Het waarderingskader voor voorschoolse educatie is te vinden in bijlage 5. Signalen kunnen leiden tot een onderzoek, of bijvoorbeeld een gesprek met de houder van de voorschoolse voorziening.
Zowel de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) als de Inspectie van het Onderwijs houden toezicht op voorschoolse educatie. Het (jaarlijkse) toezicht op de basisvoorwaarden voorschoolse educatie, zoals beschreven in het gelijknamige Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie (hierna: het besluit), vindt plaats door de GGD. De Inspectie van het Onderwijs is ook bevoegd om toezicht te houden op deze voorwaarden, maar doet dit alleen in uitzonderlijke gevallen. De basisvoorwaarden zijn opgenomen in onderstaand tekstkader.
Voorwaarden uit het Besluit basisvoorwaarden voorschoolse educatie (01-08-2020): • Omvang (artikel 2). Dit artikel gaat over voldoende vve-tijd. • Aantal beroepskrachten en groepsgrootte (artikel 3). Dit artikel gaat over de beroepskracht-kindratio. • Taalniveau (artikel 3a). Dit artikel gaat over het niveau (Nederlandse taal en rekenen) dat de beroepskrachten moeten beheersen. • Kwaliteit van beroepskrachten (artikel 4). Dit artikel gaat over de opleiding van de beroepskrachten en de vve-scholing. • Gebruik van een voorschools educatieprogramma (artikel 5). Dit artikel gaat over het voorschoolse aanbod op de verschillende ontwikkelingsgebieden. • Kwaliteit van de locatie (artikel 6). Dit artikel geeft aan dat de voorschoolse educatie plaats dient te vinden in een kindercentrum. • Opleidingsplan (artikel 4, vierde lid). Dit artikel gaat over de verplichting voor houders om jaarlijks een opleidingsplan voorschoolse educatie op te stellen. • Inhoud pedagogisch beleidsplan wat voorschoolse educatie betreft (artikel 4a). Dit artikel gaat over de verplichting voor houders om in het pedagogisch beleidsplan het beleid voor voorschoolse educatie te beschrijven, te evalueren en bij te stellen.
Rol GGD
De GGD beoordeelt of locaties aan de eisen van het besluit voldoen. In sommige gemeenten kijkt de GGD ook meer inhoudelijk naar de kwaliteit van de educatie. Het veldinstrument observatie pedagogische praktijk dat de GGD hanteert, is te vinden op de website van de rijksoverheid.
Rol Inspectie
In de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) (artikel 15i) staat beschreven dat de inspectie op de locaties met gesubsidieerde voorschoolse educatie onderzoek kan verrichten naar:
• de basisvoorwaarden voor voorschoolse educatie;
• het informeren van ouders en ouderbetrokkenheid;
• de kwaliteit van de educatie;
• de ontwikkeling, zorg en begeleiding van de kinderen;
• kwaliteitszorg;
• de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie.
Een onderzoek op locatieniveau leidt tot een rapport dat, na hoor en wederhoor, openbaar wordt op grond van de WOT (zie hoofdstuk 8). We sturen een afschrift van het rapport naar de gemeente.
Normering voor voorscholen
De standaarden bij voorschoolse educatie kennen geen wettelijke basis en een waardering op deze standaarden kan dan ook niet tot een Onvoldoende leiden. Als de aangetroffen praktijk niet of nauwelijks overeenkomt met de uitwerking, dan geven we de waardering Kan beter.
Waardering standaard | Norm voor standaarden
Goed | De voorschool laat de eigen aspecten van kwaliteit op overtuigende wijze zien.
Voldoende | De voorschool laat de eigen aspecten van kwaliteit zien.
Kan beter | De voorschool laat de aspecten van kwaliteit niet of beperkt zien.
Geen eindoordeel
Aangezien het waarderingskader alleen gaat over het educatieve deel van de locatie, en niet over de gehele locatie, geven we bij de voorscholen geen eindoordeel.
- Regeling
- Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-08-2026
- BWB-id
- BWBR0045489
- Versie
- 2026-08-01_0