wetzoeker

Bijlage 5 — Waarderingskader voorschoolse educatie (deel 1) Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021

Waarderingskader voorschoolse educatie

In deze bijlage zijn het waarderingskader en de normering voor de voorschoolse educatie opgenomen. De toelichting op de aanpassing van het waarderingskader en de normering is te vinden in paragraaf 9.6.

KWALITEITSGEBIEDEN EN STANDAARDEN

OP. Ontwikkelingsproces

OP1 | Aanbod

OP2 | Zicht op ontwikkeling

OP3 | Pedagogisch-educatief handelen

OP4 | (Extra) ondersteuning

OP6 | Samenwerking

OR. Ontwikkelingsresultaten voorschoolse educatie

OR1 | Ontwikkelingsresultaten

KA. Kwaliteitszorg en ambitie

KA1 | Kwaliteitszorg

KA2 | Kwaliteitscultuur

KA3 | Verantwoording en dialoog

ONTWIKKELINGSPROCES (OP)

OP1. Aanbod Het aanbod bereidt de peuters voor op de basisschool.

Eigen aspecten van kwaliteit • Biedt de voorschool een integraal aanbod dat aansluit bij het (beoogde) niveau van alle peuters? • Sluit het aanbod aan op het niveau van de peuters bij binnenkomst van de voorschool? • Wordt het aanbod afgestemd op de behoeften die kenmerkend zijn voor de kindpopulatie? • Bereidt het aanbod hen voor op het aanbod bij de start van de basisschool? • Verdelen de pedagogisch medewerkers het aanbod evenwichtig en in samenhang over de peuterperiode? • Werken de pedagogisch medewerkers doelgericht aan de uitvoering van het aanbod? • Gebruiken de pedagogisch medewerkers in de groep spel- en leermaterialen die afgestemd zijn op de ontwikkelingsfase van de peuters? • Richten de pedagogisch medewerkers de groepsruimten of de speel- en leeromgeving aantrekkelijk en uitdagend in, waarbij zij rekening houden met de ontwikkelingsfase van de peuters?

OP2. Zicht op ontwikkeling De voorschool volgt de ontwikkeling van haar peuters zodanig dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen.

Eigen aspecten van kwaliteit • Verzamelt de voorschool vanaf binnenkomst systematisch informatie over de kennis en vaardigheden van haar peuters op de verschillende ontwikkelingsgebieden, en benut de voorschool daarbij ook de informatie van ouders? • Vergelijken pedagogisch medewerkers deze informatie met de verwachte ontwikkeling? • Worden deze signalering en analyses gebruikt om de voorschoolse educatie af te stemmen op de behoeften van zowel groepjes als individuele peuters? • Gaat de voorschool na waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen zijn als peuters niet genoeg lijken te profiteren van de educatie? • Gaat de voorschool na wat nodig is om eventuele achterstanden bij peuters te verhelpen en wat de rol van ouders daarbij kan zijn? • Gebeurt dit ten minste met een gestandaardiseerd observatie-instrument dat het mogelijk maakt om vroegtijdig (achterstanden) te signaleren op de verschillende ontwikkelingsgebieden? • Gebruikt de voorschool deze observatiegegevens in een cyclisch proces van doelen stellen, passende educatie bieden aan peuters, evalueren en bijstellen van doelen en het educatieve aanbod? • Bespreken de pedagogisch medewerkers de bevindingen op vaste momenten in het jaar met ouders? • Herkennen pedagogisch medewerkers tijdig talenten en zijn zij bereid en in staat om passende programma’s en trajecten uit te voeren voor individuele of groepjes peuters?

OP3. Pedagogisch-educatief handelen Het pedagogisch-educatief handelen van de pedagogisch medewerkers stelt peuters in staat tot spelend leren en ontwikkelen.

• Eigen aspecten van kwaliteit • Plannen en structureren de pedagogisch medewerkers hun handelen met behulp van informatie die zij over peuters hebben? • Zorgen de pedagogisch medewerkers ervoor dat het niveau van hun aanbod past bij het beoogde eindniveau van peuters (als groep en individueel)? • Werken de pedagogisch medewerkers opbrengstgericht en concretiseren zij dat door doelen voor hun peuters te stellen die aansluiten op de zone van naaste ontwikkeling? • Verdelen de pedagogisch medewerkers de activiteiten evenwichtig over de dag/het dagdeel? • Voert de voorschool actief beleid om alle peuters de voor hen bedoelde activiteiten te laten bijwonen? • Maakt het pedagogisch klimaat het spelend leren mogelijk? Zijn de peuters actief en betrokken? • Zijn er duidelijke regels en is er een voorspelbaar en betrouwbaar positief klimaat waarin afspraken worden nagekomen? • Structureren de pedagogisch medewerkers met geschikte opdrachten en heldere uitleg vrij spel en begeleid spel, en het aanbod zo dat de peuter het zich eigen kan maken? • Stimuleren de pedagogisch medewerkers de actieve betrokkenheid van de peuters en verrijken zij het spelend leren? • Leren de pedagogisch medewerkers peuters sociale vaardigheden aan en tonen ze voorbeeldgedrag? • Gaan peuters, pedagogisch medewerkers, leiding en overig personeel respectvol en betrokken met elkaar om? • Weten de pedagogisch medewerkers de geplande tijd voor voorschoolse educatie effectief te benutten door een efficiënte werkwijze in de groep? • Stemmen de pedagogisch medewerkers de instructies en spelbegeleiding, opdrachten en tijd af op de behoeften van groepjes en individuele peuters? • Is de afstemming zowel op ondersteuning als uitdaging gericht, afhankelijk van de behoeften van peuters? Is het voorschoolklimaat naast ondersteunend ook stimulerend? • Stimuleren de pedagogisch medewerkers een brede ontwikkeling bij hun peuters? • Gebruiken de pedagogisch medewerkers bij de instructies en opdrachten passende educatieve principes en werkvormen? • Stimuleren de pedagogisch medewerkers peuters tot interactie, zowel interactie tussen de pedagogisch medewerker en de peuters als interactie tussen peuters onderling? • Gaan de pedagogisch medewerkers actief na of peuters de opdrachten begrijpen en of de pedagogisch medewerkers daarmee hun doelen hebben gehaald? • Geven de pedagogisch medewerkers de peuters inhoudelijk feedback op hun speel- en leerproces?

OP4. (Extra) ondersteuning Peuters die dat nodig hebben ontvangen extra aanbod, ondersteuning en begeleiding.

Eigen aspecten van kwaliteit • Zorgt de voorschool voor (doorverwijzing naar en aanmelding bij) externe zorg als zij zelf de gewenste zorg niet kan leveren? • Stelt de voorschool zelf ook een passend aanbod samen voor peuters die structureel een extra aanbod krijgen door een externe instantie, binnen of buiten de groep, dat is gebaseerd op de mogelijkheden van de desbetreffende peuter? • Evalueert de voorschool regelmatig zelf, en/of met externe partners en altijd met ouders of de extra ondersteuning en begeleiding van de (individuele) peuters het gewenste effect heeft, en stelt de voorschool de interventies zo nodig bij?

OP6. Samenwerking De voorschool werkt samen met relevante partners.

Eigen aspecten van kwaliteit • Werkt de voorschool samen met basisscholen, voorgaande voorscholen, ouders en andere ketenpartners door informatie over doelgroeppeuters uit te wisselen en de voorschoolse educatie in een doorgaande leerlijn te realiseren? Geeft de voorschool daarbij in ieder geval door welk vve-programma de peuter heeft gevolgd en hoe lang dit gevolgd is? En zijn er afspraken over de wijze waarop de voorschool de gegevens van de peuters aanlevert aan de basisschool (artikel 160, lid 3, WPO)? • Informeert de voorschool gedurende de voorschoolperiode, aan het einde en bij tussentijds vertrek van peuters de ouders en zo nodig de basisschool, over de ontwikkeling van de peuters (zie ook standaard OP2)? • Ziet de voorschool ouders als partner in het stimuleren van de ontwikkeling van hun kinderen en stemt de voorschool haar ouderbeleid daarop af? • Werkt de voorschool samen met partners in de zorg voor peuters met een extra ondersteuningsbehoefte (zie standaard OP4)? • Zorgen de voorschool en de bijbehorende basisschool voor een doorgaande leerlijn van voor- naar vroegschoolse educatie? Is er een doorgaande lijn in het aanbod, de zorg en begeleiding, het ouderbeleid en de kwaliteitszorg rondom het jonge kind?

ONTWIKKELINGSRESULTATEN (OR)

Regeling
Besluit intrekking beleidsregels Onderzoekskaders 2017 onder vaststelling beleidsregels Onderzoekskaders 2021
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0045489
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl