wetzoeker

Subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT 2021–2026

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 7 juli 2021, kenmerk 3222015-1012271-MEVA, houdende regels voor het subsidiëren van opleidingsactiviteiten in verband met de opleiding tot Arts Internationale Gezondheid en Tropengeneeskunde 2021–2026 (Subsidieregeling opleidingsactiviteiten AIGT 2021–2026)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Cultureel recht, Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0045412
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
a340623b6d3284c14f35b5dcea22a3f858b11459072d5ac09ee6002f9bb729e3

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (13)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvrager: arts in opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg, die is ingeschreven in het betreffende profielregister;

minister: Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport;

opleiding AIG: opleiding tot Arts Internationale Gezondheidszorg als bedoeld in het Besluit van 9 april 2025 houdende de aanvullende opleidings-, erkenningseisen voor het profiel internationale gezondheidszorg van het College Geneeskundig Specialismen;

opleidingsactiviteiten: het volgen van het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIG;

opleidingsinstituut: Opleidingsinstituut Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde;

studiejaar: het jaar waarin de aanvrager met het onderdeel ‘Buitenland’ van de opleiding AIG start of is gestart.

Artikel 2

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2, 7.4 en 10.1.

Artikel 3

1 De minister kan op aanvraag eenmalig een subsidie verstrekken aan de aanvrager voor opleidingsactiviteiten in verband met de opleiding AIG.

2 De opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, die starten in januari van enig jaar zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

3 De opleidingsactiviteiten, bedoeld in het eerste lid, die starten in juli van enig jaar zijn subsidiabel voor zover zij worden verricht in het studiejaar en het daaropvolgende jaar.

4 In afwijking van het tweede en derde lid zijn de opleidingsactiviteiten die hebben plaatsgevonden in studiejaar 2020 subsidiabel in 2021.

Artikel 4

De subsidie bedraagt € 17.000 per aanvrager.

Artikel 5

De minister verstrekt indien de opleidingsactiviteiten starten in de studiejaren 2021 tot en met 2027, een subsidie die ambtshalve wordt vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.

Artikel 6

1 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2 De subsidieaanvraag wordt uiterlijk 1 november van het desbetreffende studiejaar ontvangen.

3 In afwijking van het tweede lid wordt de subsidieaanvraag ten behoeve van studiejaar 2021 ingediend in de periode van 1 september 2021 tot en met 1 november 2021.

4 Subsidieaanvragen die na de data, bedoeld in het tweede en derde lid, worden ontvangen, worden afgewezen.

5 De aanvraag, bedoeld in het tweede en derde lid, gaat vergezeld van een bewijs van inschrijving in het opleidingsregister van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten voor het studiejaar waarin de opleidingsactiviteiten worden verricht.

6 In aanvulling op het vijfde lid gaat een aanvraag als bedoeld in het derde lid vergezeld van een verklaring van het opleidingsinstituut waaruit blijkt dat de opleidingsactiviteiten in studiejaar 2021 worden of zijn verricht.

7 De minister kan vrijstelling en ontheffing verlenen van de in het derde lid genoemde aanvraagtermijn.

Artikel 7

1 De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.

2 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 100% dat in een keer wordt uitbetaald.

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

1 De minister besluit binnen 22 weken na afronding van de opleidingsactiviteiten ambtshalve over de vaststelling van de subsidie.

2 De subsidie wordt, indien de opleidingsactiviteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn verricht, vastgesteld op het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

Artikel 10

De minister kan de verlening of vaststelling van de subsidie intrekken indien:

a. de opleidingsactiviteiten in het geheel niet zijn verricht;

b. de ontvanger van de subsidie onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere verleningsbeschikking zou hebben geleid; of

c. de verlening of vaststelling van de subsidie anderszins onjuist was en de aanvrager dit wist, dan wel behoorde te weten.

Artikel 11

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De regeling vervalt met ingang van 1 juli 2029.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidie-regeling opleidingsactiviteiten AIG.