wetzoeker

Beleidsregel kwijtschelding studieschulden gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek

Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 29 juni 2021, nr. 28468296, houdende regels omtrent de kwijtschelding van studieschulden van gedupeerden van de problemen rondom de kinderopvangtoeslag (Beleidsregel kwijtschelding studieschulden gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek)

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
03-11-2023
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0045370
Versie
2023-11-03_0
SHA-256 bron
49f32f0bb42fb4ee22b3fcb8de3e1e61ebc9a9573c7012b77e54b041e6a092b6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10

Artikel 1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

ex-toeslagpartner: persoon die door de Belastingdienst/Toeslagen als ex-toeslagpartner van een gedupeerde is aangemerkt als bedoeld in artikel 2.14g van de Wet hersteloperatie toeslagen;

gedupeerde: persoon van wie de Belastingdienst/Toeslagen heeft vastgesteld dat deze recht heeft op een forfaitair bedrag op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen;

Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

partner: persoon die door de Belastingdienst/Toeslagen als toeslagpartner van een gedupeerde is aangemerkt als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdeel b of c, van de Wet hersteloperatie Toeslagen;

rechthebbende: rechthebbende in de zin van artikel 2;

vordering: vordering tot betaling van geld van de Minister op rechthebbende, met uitzondering van de vordering tot betaling van een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 9.9 en 9.9a van de Wsf 2000, en de vordering tot betaling van het bedrag, bedoeld in artikel 7.4, eerste tot en met vierde lid, van de Wsf 2000, indien de herziening, bedoeld in artikel 7.1 van die wet, heeft plaatsgevonden als gevolg van een gerechtelijk vastgestelde overtreding of misdrijf op grond van het Wetboek van Strafrecht;

Wsf 2000: Wet studiefinanciering 2000;

Wsf BES: Wet studiefinanciering BES;

Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 2

Deze beleidsregel is van toepassing op een gedupeerde, diens partner en ex-toeslagpartner.

Artikel 3

Uit hoofde van de Les- en cursusgeldwet ontstane vorderingen die op 31 december 2020 openstonden of na die datum zijn ontstaan, maar betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020, worden kwijtgescholden.

Artikel 4

Uit hoofde van de Wsf 2000 ontstane vorderingen die op 31 december 2020 openstonden of na die datum zijn ontstaan, maar betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020, worden kwijtgescholden dan wel omgezet in een gift.

Artikel 5

Uit hoofde van de Wsf BES ontstane vorderingen die op 31 december 2020 openstonden of na die datum zijn ontstaan, maar betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020, worden kwijtgescholden dan wel omgezet in een gift.

Artikel 6

Uit hoofde van de Wtos ontstane vorderingen die op 31 december 2020 openstonden of na die datum zijn ontstaan, maar betrekking hebben op de periode tot en met 31 december 2020, worden kwijtgescholden.

Artikel 7

Aan een rechthebbende wordt kwijtgescholden elke openstaande vordering uit hoofde van:

1.

a. de Subsidieregeling lerarenbeurs;

b. de Regeling tegemoetkoming studiekosten onderwijsmasteropleidingen, zoals die regeling luidde op 31 oktober 2018;

c. de Regeling subsidie korte scholingstrajecten vo;

d. de Subsidieregeling cultuurbegeleider primair en speciaal onderwijs;

e. de Subsidieregeling instructiebeurs mbo;

f. de Subsidieregeling post-initiële leergang bewegingsonderwijs;

g. de Subsidieregeling tweede lerarenopleiding; en

h. de Subsidieregeling reiskosten DAMU-leerlingen po; en

i. de Subsidieregeling reiskosten DAMU-leerlingen vo.

2. Kwijtschelding als bedoeld in het eerste lid heeft enkel betrekking op dat het deel van de vordering, bedoeld in het eerste lid, dat betrekking heeft op de periode voorafgaand aan 1 januari 2021.

Artikel 8

1 De kwijtschelding of omzetting in een gift, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, vindt ambtshalve plaats.

2 In afwijking van het eerste lid vindt de kwijtschelding van de vordering, bedoeld in de artikelen 5 en 7, eerste lid, onderdelen h en i, plaats na melding door de rechthebbende bij de Minister.

Artikel 9

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel kwijtschelding studieschulden gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek.