wetzoeker

Artikel 5:2 Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021

Gratie

Onverminderd artikel 6:7:2 van de wet kan de Minister ambtshalve of op verzoek van de veroordeelde de tenuitvoerlegging van de straf waarvan gratie wordt verzocht opschorten, indien het naar zijn oordeel hoogstwaarschijnlijk is dat het verzoek om gratie wordt ingewilligd. De Minister kan in ieder geval opschorten, indien:

a. de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

b. een bloedverwant in de eerste graad van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

c. de echtgenoot, de geregistreerde partner of ander levensgezel van de veroordeelde een levensbedreigende ziekte of aandoening heeft;

d. de veroordeelde een bij wet niet toegelaten straf of combinatie van straffen is opgelegd;

e. er sprake is van expliciete ondersteuning door de Minister of een voorstel tot gratieverlening in overweging wordt genomen door de Minister.

Regeling
Beleidsregels tenuitvoerlegging strafrechtelijke en administratiefrechtelijke beslissingen 2021
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0045326
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl