wetzoeker

Besluit Noordzeeoverleg

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 29 juni 2021, nr. IENW/BSK-2021-138524, tot instelling van het Noordzeeoverleg (Besluit Noordzeeoverleg)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
26-06-2024
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0045308
Versie
2024-06-26_0
SHA-256 bron
6fc7ea62a546b9d1eb2527e784d28f4243226e09c19005a63f9b97a842b18605

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

NZA: Noordzeeakkoord.

Artikel 2

1 Er is een Noordzeeoverleg.

2 Het Noordzeeoverleg heeft tot taak:

a. het voeren van een op consensus gericht overleg over voorgenomen kernbeslissingen van de overheid ten aanzien van de Noordzee met name op het gebied van de interactie tussen energie, natuur, voedsel/visserij en zeevaart;

b. het vastleggen van conclusies als resultaat van het overleg ten behoeve van de uitvoering van het NZA;

c. het toezien op de adequate uitvoering van het NZA.

Artikel 3

Het Noordzeeoverleg bestaat uit:

a. een op voordracht van het Noordzeeoverleg door de Minister benoemde onafhankelijke voorzitter;

b. vier afgevaardigden van het Rijk;

c. drie afgevaardigden van elke van de volgende sectoren:

1° energie;

2° natuur;

3° voedsel/ visserij; en

4° zeevaart.

Artikel 4

De voorzitter heeft tot taak:

1. het voorzitten en begeleiden van het in artikel 2 bedoelde op consensus gerichte overleg;

2. ervoor zorg te dragen dat er minimaal twee keer per jaar over de samenwerking, voortgang en resultaten van het Noordzeeoverleg wordt gerapporteerd aan de Minister;

3. na overleg met de sector, het voorstellen van één of meer vertegenwoordigers indien het de sector niet lukt om vertegenwoordigers af te vaardigen.

Artikel 5

De Minister voorziet in het secretariaat voor het Noordzeeoverleg.

Artikel 6

Het Noordzeeoverleg stelt zijn eigen werkwijze vast.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Noordzeeoverleg.