wetzoeker

6.2 — Verlengen van de proeftijd Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Verlengen van de proeftijd

De v.i.-proeftijd kan eenmaal met maximaal twee jaar worden verlengd. Voor bepaalde zeden- en zware geweldsdelicten kan de proeftijd telkens met maximaal twee jaar worden verlengd (art. 6:1:18 lid 2 Sv jo. art. 38z Sr). De CVv.i. neemt op basis van een advies van de reclassering de beslissing tot het vorderen van verlenging van de proeftijd. De rechter kan op deze vordering beslissen de proeftijd te verlengen. Tegen deze beslissing kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.

Het verlengen van de proeftijd dient proportioneel en noodzakelijk te zijn. Verlenging kan bijvoorbeeld aan de orde zijn in het geval een ambulante of klinische behandeling nog niet is afgerond en de afronding noodzakelijk is om het recidiverisico in te perken. Ook kan het gedrag van de veroordeelde aanleiding geven tot het indienen van een vordering tot verlenging van de proeftijd.

Het tegelijkertijd indienen van een vordering verlenging en een beslissing tot gedeeltelijke herroeping van de v.i. is mogelijk. Dat kan zinvol zijn in gevallen waarin tegen het einde van de proeftijd een voorwaarde is overtreden.

De vordering tot verlenging van de proeftijd dient door het lokale OM te worden ingediend bij de rechtbank. Bij toewijzing van een verlengingsvordering beoordeelt de CVv.i. of de bijzondere voorwaarde(n) die aan de v.i. is/zijn verbonden, gewijzigd moet(en) worden.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0045281
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl