wetzoeker

1 — Toepassingsbereik Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Toepassingsbereik

De in dit deel beschreven v.i.-regeling geldt voor veroordelingen tot vrijheidsstraffen die zijn uitgesproken vanaf (op of na) 1 juli 2021.

2 Het gaat om het moment van de uitspraak door de rechtbank of het gerechtshof. De uitspraak hoeft op dat moment nog niet onherroepelijk te zijn.

Zij is van toepassing op geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen met een duur van meer dan één jaar.

3 Meerdere kortere straffen worden bij aaneengesloten tenuitvoerlegging voor de toepassing van de v.i.-regeling als één straf aangemerkt als zij tezamen een periode van een jaar of meer bedragen.

Voor vrijheidsstraffen met een duur tussen één jaar en twee jaar kan v.i. plaatsvinden wanneer de vrijheidsbeneming ten minste één jaar heeft geduurd en van het nog ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf een derde is ondergaan (art. 6:2:10, eerste lid, onder a, Sv). Voor vrijheidsstraffen met een duur van twee jaar of meer kan de v.i. plaatsvinden vanaf het moment dat twee derde van de straf is ondergaan, waarbij de v.i. – anders dan in de vorige regeling – maximaal twee jaar bedraagt (art. 6:2:10, eerste lid, onder b, Sv).

4 In het geval van de tenuitvoerlegging van een in het buitenland opgelegde vrijheidsstraf in Nederland bestaat de mogelijkheid dat de v.i. op een eerder of later tijdstip plaatsvindt (art. 6:2:10, vierde lid Sv).

De v.i. ziet daarmee ten hoogste op de laatste twee jaar van de betreffende straf.

Indien een veroordeelde meerdere straffen heeft te ondergaan, worden deze zo mogelijk aaneensluitend ten uitvoer gelegd.

5 De veroordeelde wordt niet tussentijds in vrijheid gesteld. De uitvoering wordt evenmin anderszins onderbroken.

Alleen geheel onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen straffen worden gezamenlijk als één vrijheidsstraf aangemerkt (art. 6:2:6 onder a Sv). De v.i. wordt verleend over het totaal indien de duur hiervan meer dan een jaar bedraagt. In geval van samenloop bij de tenuitvoerlegging van straffen die in laatste feitelijke instantie voor en na inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen zijn uitgesproken, moet rekening worden gehouden met de toepasselijkheid van twee regimes (zie deel III).

De v.i.-regeling is niet van toepassing in het geval van/bij:

1. (de tenuitvoerlegging van) voorwaardelijke of deels voorwaardelijke veroordelingen tot vrijheidsstraffen;

Na toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt geen v.i. berekend over een alsnog ten uitvoer te leggen straf(deel);

2. jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie;

Jeugdigen veroordeeld tot jeugddetentie kunnen immers door de rechter te allen tijde in vrijheid gesteld worden (art. 6:6:28 Sv). Op jeugddetentie die is omgezet in een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf is de v.i.-regeling wel van toepassing (mits die gevangenisstraf dus meer dan één jaar bedraagt);

3. vreemdelingen zonder bestendig rechtmatig verblijf;

Vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben in Nederland in de zin van art. 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000 komen niet voor v.i. in aanmerking. Als een vreemdeling, naar aanleiding van een aanvraag die is ingediend voor het moment als bedoeld in art. 6:2:10, eerste of vierde lid Sv, alsnog bestendig rechtmatig verblijf wordt toegestaan valt hij onder het bereik van de v.i.-regeling. Ook als het bestendige rechtmatige verblijf wordt verkregen na de daarin bedoelde datum.

4. levenslanggestraften.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0045281
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl