wetzoeker

4 — Uitstellen of achterwege laten van v.i. Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Uitstellen of achterwege laten van v.i.

De CVv.i. beoordeelt op basis van het dossier en de adviezen of een veroordeelde voor v.i. in aanmerking komt. Is dit volgens haar niet het geval, dan dient het lokale OM een vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. in.

De vordering moet onverwijld en uiterlijk dertig dagen voor de v.i.-datum worden ingediend bij de rechtbank die in eerste aanleg heeft kennisgenomen van het strafbare feit ter zake waarvan de straf die ten uitvoer wordt gelegd, is opgelegd. Wanneer de rechter beslist tot achterwege laten van de v.i. wordt de opgelegde straf volledig ten uitvoer gelegd.

In de beslissing op de vordering tot uitstel noemt de rechtbank een termijn waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Wordt de vordering geheel of gedeeltelijk afgewezen dan bepaalt de rechtbank het tijdstip waarop de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld. Hoewel art. 6:6:9 Sv (oud) vereist dat bij (gedeeltelijke) afwijzing van de vordering een tijdstip van invrijheidstelling wordt aangegeven, wordt volgens bestendige jurisprudentie door de rechtbank een termijn bepaald waarmee de v.i. wordt uitgesteld. Dan kunnen eventueel openstaande vrijheidsstraffen die niet onder de v.i. vallen aansluitend ten uitvoer worden gelegd. Na toekenning van uitstel van de v.i. is sprake van een nieuwe (voorlopige) v.i.-datum. Dertig dagen voor de nieuwe v.i.-datum kan wederom een vordering uitstel of achterwege laten worden ingediend.

De gronden voor uitstel of achterwege laten van v.i. zijn wettelijk bepaald (art. 6:2:12 Sv oud). Hangende de vordering tot uitstel of achterwege laten van de v.i. wordt de veroordeelde niet in vrijheid gesteld.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0045281
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl