wetzoeker

3 — Proeftijd Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling

Proeftijd

De proeftijd begint bij v.i. te lopen op de dag van de feitelijke invrijheidstelling (art. 6:1:18, tweede lid, Sv). Bij samenloop van twee v.i.-trajecten beginnen derhalve gelijktijdig verschillende proeftijden te lopen. Dit kan betekenen dat de proeftijden eerder eindigen dan de totale periode van invrijheidstelling (het restant van de twee straffen).

49 Voorbeeld: een ‘oude’ v.i. van drie jaar en ‘nieuwe’ v.i. van twee jaar leveren in de praktijk effectief een invrijheidstelling op van in totaal vijf jaar. De proeftijden van drie, resp. twee jaar, vangen echter gelijktijdig aan bij de invrijheidstelling. Na twee jaar loopt de ene proeftijd af. Een jaar later de andere. Tenzij sprake is van verlenging, is dus aan het laatste deel van de v.i. (in dit voorbeeld twee jaar) niet langer een proeftijd verbonden.

Op vordering van het OM kan de rechter de proeftijd(en) verlengen (zie art. 6:1:18, tweede lid, Sv), voor zover daartoe gronden aanwezig zijn.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0045281
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl