wetzoeker

4.1.1 — Wettelijke verantwoordelijkheid NL aanvullende accreditatie-eisen certificeringsorganen Autoriteit Persoonsgegevens

Wettelijke verantwoordelijkheid

Een certificeringsorgaan moet (te allen tijde) aan de RvA kunnen aantonen te beschikken over up-to-date procedures waaruit blijkt dat de wettelijke verantwoordelijkheden worden nageleefd die zijn vastgelegd in de accreditatievoorwaarden, inclusief de aanvullende eisen met betrekking tot de toepassing van de AVG.

Het certificeringsorgaan dient aan te kunnen tonen dat zijn procedures en maatregelen die specifiek gericht zijn op de controle en behandeling van de persoonsgegevens van de organisatie van de aanvrager en de cliënt in het kader van het certificeringproces voldoen aan de AVG en de UAVG. Als zodanig moet het in staat zijn het bewijs te leveren dat aan de eisen van het accreditatieproces is voldaan.

Het certificeringsorgaan levert het bewijs van naleving zoals vereist tijdens het accreditatieproces.

Dit houdt in ieder geval in dat het certificeringsorgaan aan de RvA bevestigt dat het niet onderworpen is aan een AP-onderzoek dat of regelgevende actie die zou kunnen inhouden dat het niet aan deze eis kan voldoen en als zodanig de accreditatie zou kunnen verhinderen.

Regeling
NL aanvullende accreditatie-eisen certificeringsorganen Autoriteit Persoonsgegevens
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
16-06-2021
BWB-id
BWBR0045241
Versie
2021-06-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl