wetzoeker

4 — Verplicht in te zenden informatie (deel 1) Beleidsregel diploma-erkenning opleidingen overige educatie (2021)

Verplicht in te zenden informatie

Om voor diploma-erkenning in aanmerking te komen, moet de instelling informatie overleggen waaruit blijkt dat de instelling aan alle wettelijke eisen genoemd in artikel 1.4a.1, eerste lid, van de WEB zal voldoen. Het gaat hierbij om:

− De eisen aan de kwaliteitszorg, neergelegd in artikel 1.3.6 van de WEB; en

− De eisen aan het onderwijs en de examens, neergelegd in de volgende titels van hoofdstuk 7 van de WEB:

○ Titel 1. Het onderwijs (met uitzondering van artikel 7.1.1 van de WEB);

○ Titel 3. De educatie;

○ Titel 4. Examens, onderwijsprogramma en studentenstatuut (met uitzondering van de artikelen 7.4.4 en 7.4.7 van de WEB); en

○ Titel 5. Commissie van beroep voor de examens.

Hieronder is nader uitgewerkt welke informatie instellingen, naast een ingevuld aanvraagformulier, bij hun aanvraag dienen mee te zenden. Daarbij wordt een verschil gemaakt tussen nieuwe instellingen, bestaande instellingen die nog geen erkende opleiding overige educatie verzorgen en bestaande instellingen die al wel een of meer erkende opleidingen educatie verzorgen. Van bestaande instellingen zijn namelijk al meer gegevens bekend en heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) meestal al een beeld van de instelling.

Zoals gezegd kan per aanvraagformulier diploma-erkenning aangevraagd worden voor meerdere opleidingen overige educatie tegelijk. Wel moet in dat geval per opleiding de benodigde informatie worden meegezonden. Sommige documenten kunnen echter een algemeen of ‘opleidingsoverstijgend’ karakter hebben. Deze documenten hoeven maar één keer te worden meegezonden. De mee te zenden informatie is hieronder weergegeven in tabellen met daarin een aantal categorieën. De informatie hoeft echter niet per se op die manier te zijn gecategoriseerd of afgebakend; zo kan een deel van de informatie van de examencommissie bijvoorbeeld zijn opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.

Door nieuwe instellingen

Nieuwe instellingen zijn instellingen die nog geen erkende opleidingen verzorgen en dus ook nog geen instellingscode hebben. Zij moeten de volgende informatie met de aanvraag meezenden:

Wettelijke eis | In te zenden informatie

1 | bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel c van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de WEB | Een afschrift van een uittreksel van de Kamer van Koophandel en de getekende notariële akte van oprichting van de rechtspersoon (niet van toepassing als het bevoegd gezag een natuurlijk persoon is)

2 | Artikel 1.3.6 van de WEB | Een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, waaruit in ieder geval blijkt: ○ op welke opleidingen het stelsel van toepassing zal zijn en welke methodes van kwaliteitszorg gehanteerd zullen worden; ○ op basis van welke deskundigheid onafhankelijke deskundigen worden betrokken bij de regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs, welke werkzaamheden ze verrichten en hoe dikwijls ze worden ingeschakeld; ○ de criteria waarmee de instelling haar eigen prestaties waardeert.

3 | Artikel 7.4.8, eerste lid, van de WEB | Een beschrijving op welke wijze de verplichting om te zorgen voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering wordt nagekomen.

4 | Artikel 7.4.8, tweede lid, van de WEB | Een onderwijs- en examenregeling, met daarin in ieder geval een beschrijving van: ○ het onderwijsprogramma, waaruit blijkt dat de voor de opleiding geldende eindtermen worden gedekt en met vermelding van het aantal onderwijsuren en studielast per studiejaar alsmede de gehanteerde leermiddelen; ○ de examens, waaruit blijkt dat de voor de opleiding geldende eindtermen worden gedekt1; ○ de regels met betrekking tot de examens (vaak ‘examenreglement’ genoemd).

5 | Artikel 7.4.8, vierde lid, van de WEB | Een deelnemersstatuut waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen.

6 | Artikel 7.4.5 en 7.4.5a, eerste en derde lid, van de WEB | Een bewijs dat het bevoegd gezag een examencommissie heeft ingesteld uitgaande van de vereisten in artikel 7.4.5 van de WEB en een beschrijving van de regels over de uitvoering van de taken en bevoegdheden van de examencommissie.

7 | Hoofdstuk 7, titel 5, van de WEB | Een bewijs dat het bevoegd gezag een commissie van beroep voor de examens heeft ingesteld uitgaande van de vereisten in artikel 7.5.1 van de WEB en een beschrijving van de procedures van de commissie van beroep voor de examens.

1 Voor de taalschakeltrajecten geldt dat de instelling de examens voor Nederlands als tweede taal (Nt2) en Kennis van de Nederlandse maatschappij (KNM) niet zelf kan afnemen. Deze worden afgenomen door het College voor toetsen en examens respectievelijk het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Verder hoeven de leervaardigheden en vaardigheden voor opleidings- en beroepskeuze niet te worden geëxamineerd, maar is het aan de instelling om te bepalen of de deelnemer aan de betreffende eindtermen voldoet.

Door bestaande instellingen die nog geen erkende opleiding overige educatie verzorgen

Met deze categorie instellingen worden instellingen bedoeld die reeds een of meer erkende opleidingen verzorgen en dus ook al een instellingscode hebben, maar nog géén erkende opleiding overige educatie verzorgen. Denk bijvoorbeeld aan een mbo- of ho-instelling die dit voor het eerst wil doen. Zij moeten de volgende informatie meezenden:

Wettelijke eis | In te zenden informatie

2 | Artikel 1.3.6 van de WEB | Een beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg, waaruit in ieder geval blijkt: ○ op welke opleidingen het stelsel van toepassing zal zijn en welke methodes van kwaliteitszorg gehanteerd zullen worden; ○ op basis van welke deskundigheid onafhankelijke deskundigen worden betrokken bij de regelmatige beoordeling van de kwaliteit van het onderwijs, welke werkzaamheden ze verrichten en hoe dikwijls ze worden ingeschakeld; ○ de criteria waarmee de instelling haar eigen prestaties waardeert. N.B. Instellingen met een recent oordeel ‘voldoende’ voor het stelsel van kwaliteitszorg op bestuursniveau, hoeven dit niet mee te zenden indien zij in plaats daarvan aangeven hoe de opleiding overige educatie wordt ingebed in het bestaande stelsel van kwaliteitszorg. Voor een mbo-instelling wordt met genoemd oordeel een oordeel op basis van het meest recente Onderzoekskader mbo van de inspectie bedoeld. Voor een ho-instelling wordt hiermee een oordeel naar aanleiding van de ‘instellingstoets kwaliteitszorg’ (ITK) van de NVAO bedoeld.

3 | Artikel 7.4.8, eerste lid, van de WEB | Beschrijving op welke wijze de verplichting om te zorgen voor een goede organisatie en kwaliteit van het onderwijsprogramma en de examinering wordt nagekomen.

4 | Artikel 7.4.8, tweede lid, van de WEB | Een onderwijs- en examenregeling, met daarin in ieder geval een beschrijving van: ○ het onderwijsprogramma, waaruit blijkt dat de voor de opleiding geldende eindtermen worden gedekt en met vermelding van het aantal onderwijsuren en studielast per studiejaar alsmede de gehanteerde leermiddelen; ○ de examens, waaruit blijkt dat de voor de opleiding geldende eindtermen worden gedekt1; ○ de regels met betrekking tot de examens (vaak ‘examenreglement’ genoemd).

5 | Artikel 7.4.8, vierde lid, van de WEB | Een deelnemersstatuut waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen. N.B. Instellingen hoeven dit niet mee te zenden indien zij in plaats daarvan aangeven welke eventuele aanpassingen aan het bestaande studentenstatuut worden gedaan ten behoeve van de deelnemers aan de opleiding overige educatie.

Regeling
Beleidsregel diploma-erkenning opleidingen overige educatie (2021)
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-08-2022
BWB-id
BWBR0045183
Versie
2022-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl