wetzoeker

Criterium 3.2 — Kunsthandelaar die tot vervolgde bevolkingsgroep behoorde Instellingsbesluit Restitutiecommissie

Kunsthandelaar die tot vervolgde bevolkingsgroep behoorde

1. Als de oorspronkelijke eigenaar een kunsthandelaar is die tot een vervolgde bevolkingsgroep behoorde, wordt onvrijwillig bezitsverlies aangenomen indien er aanwijzingen zijn die onvrijwillig bezitsverlies voldoende aannemelijk maken.

2. Zulke aanwijzingen zijn in ieder geval:

a. aangifte na de oorlog van diefstal, confiscatie of onvrijwillige verkoop;

b. rechtstreekse verkoop, onder dreiging van represailles, aan een vertegenwoordiger van de nazi’s of aan een persoon die als collaborateur is veroordeeld;

c. verkoop waarbij een toezegging tot levering van een paspoort of vrijgeleide onderdeel van de transactie uitmaakte;

d. verkoop tegen een prijs die aanzienlijk lager was dan de toenmalige marktwaarde; of

e. verkoop door een Verwalter, tenzij kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke eigenaar het volledige profijt van de verkoop heeft genoten of na de oorlog uitdrukkelijk van zijn rechten afstand heeft gedaan.

3. Bij het ontbreken van een aangifte als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of in gevallen waarin alleen door de Stichting Nederlands Kunstbezit aangifte is gedaan, wordt onvrijwillig bezitsverlies aangenomen als er aanwijzingen zijn die diefstal of confiscatie voldoende aannemelijk maken. Daarbij worden ook de bedreigende algemene omstandigheden in aanmerking genomen.

4. Als er voldoende aanwijzingen zijn dat het cultuurgoed niet tot de handelsvoorraad van de kunsthandelaar behoorde, maar tot zijn privécollectie, wordt de aanwezigheid van onvrijwillig bezitsverlies beoordeeld aan de hand van criterium 3.1.

Regeling
Instellingsbesluit Restitutiecommissie
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-11-2025
BWB-id
BWBR0045060
Versie
2025-11-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl