wetzoeker

4.2.6 — Wet maatschappelijke ondersteuning Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording 2020

Wet maatschappelijke ondersteuning

Grondslag en taken

Het CAK is op grond van artikel 6.1.2. aanhef en sub b Wlz vanaf 1 januari 2015, belast met de vaststelling en inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (extramuraal en intramuraal). Vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2015 was artikel 15 en 16 van de Wmo van toepassing (uitsluitend Wmo extramuraal). Deze taak is per 1 januari 2015 uitgebreid. Er is geen overgangsregeling van toepassing.

Eén van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving is dat de producten ‘Beschermd wonen’ en ‘Kort Verblijf’ vanuit de AWBZ overgeheveld zijn naar de Wmo. De verantwoordelijkheid voor faciliteren van de zorg voor ‘Beschermd Wonen’ is met ingang van 1 januari 2015 op grond van de Wmo bij gemeenten komen te liggen en het CAK is verantwoordelijk voor het innen en afdragen van de eigen bijdragen.

Per 1 januari 2020 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aangepast met de invoering van het abonnementstarief

18 Gewijzigd met de introductie van een vaste maximale bijdrage van € 19 per maand voor maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in de Wmo 2015, aangeduid als ‘Wmo 2020’. Op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de verdere doorvoering van het abonnementstarief voor maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2019, 319) en de Wet van 24 april 2019 tot wijziging van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inzake de bijdrage voor maatschappelijke ondersteuning en de beoordeling voor de verstrekking van de maatwerkvoorziening (Stb. 2019, 185). Inwerkingtreding van de wijziging van wet en het besluit tot wijziging via besluit van 25 november 2019, Stb. 2019, 452.

(hierna aangeduid als Wmo 2020) voor de Wmo extramuraal. Hieraan ging per 1 januari 2019 de invoering van het gemaximeerd Wmo tarief vooraf

19 Voor 2019 heeft het kabinet gekozen voor een tussenvorm richting de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020. Het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is zo gewijzigd dat per 1 januari 2019 een maximale periodebijdrage van € 17,50 per vier weken voor maatwerkvoorzieningen van kracht werd. Op basis van het Besluit van 26 november 2018, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 tot het introduceren van een abonnementstarief voor maatwerkvoorzieningen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Stb. 2018, 444).

. In samenhang met deze aanpassingen is onder meer ook de wijziging doorgevoerd dat met ingang van 1 januari 2020 cliënten die een PGB Beschermd Wonen ontvangen, net als cliënten die Wmo Beschermd Wonen in natura ontvangen, de intramurale Wmo eigen bijdrage moeten betalen (inkomensafhankelijke hoge of lage eigenbijdragetarief)

20 Gewijzigd op basis van het Besluit van 4 oktober 2019, onder meer houdende een wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 voor de aanpassing van de bijdragesystematiek voor persoonsgebonden budgetten voor beschermd wonen (Stb. 2019, 319).

.

Overigens kan er binnen een huishouden sprake zijn van een samenloop van verschillende zorgproducten. Hierdoor kan een anti-cumulatiebeding

21 In artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat op de extramurale eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Binnen de Wmo gaat de intramurale bijdrage voor beschermd wonen voor op de extramurale bijdrage. De voorrang van de Wlz op de Wmo en het anti-cumulatiebeding betekent dat de eigen bijdrage Wlz voor gaat op de eigen bijdrage Wmo. Wanneer een persoon een intramurale eigen bijdrage voor de Wlz verschuldigd is, gaat deze voor op de bijdrage Wmo. En in het geval dat beide partners een intramurale bijdrage verschuldigd zijn (op grond van de Wlz dan wel voor beschermd wonen in de Wmo) wordt de gezamenlijke bijdrage naar rato over de beide partners verdeeld.

van toepassing zijn.

Toezicht en verantwoording

Op basis van artikel 16 sub f Wmg houdt de NZa toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.1.4b van de Wmo 2015 door het CAK. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo is van direct belang vanuit het perspectief van de Wlz en omgekeerd.

Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg kan de NZa hiervoor regels stellen.

Omdat er geen overgangsregeling van toepassing is, is er met VWS afgesproken dat de verantwoording niet gesplitst hoeft te worden naar Wmo voor 1 januari 2015 en na 1 januari 2015.

De standen en/of bedragen met betrekking tot de invoering van het abonnementstarief per 1 januari 2020, worden door het CAK in de financiële overzichten van de activa en passiva de bestuurlijke verantwoording 2020 separate opgenomen, op kasbasis en op basis van het toerekeningsbeginsel. In de matrices bestuurlijke verantwoording wordt één bedrag opgenomen voor de afdracht eigen bijdragen Wmo.

Regeling
Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording 2020
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-04-2021
BWB-id
BWBR0045018
Versie
2021-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl