4.2.9 — Administratie en inning bijdrage verdragsgerechtigden (verzekeringskantoor) (deel 1) Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording burgerregelingen 2020
Administratie en inning bijdrage verdragsgerechtigden (verzekeringskantoor)
Taak
De internationale regelingen zorgen er onder andere voor dat mensen die zich binnen de EU/EER en Zwitserland of tussen Nederland en de verdragslanden verplaatsen, hun ziektekostendekking niet verliezen.
Personen die in een ander EU-land of verdragsland wonen, hebben onder bepaalde omstandigheden een ‘verdragsrecht op zorg’ in het woonland ten laste van Nederland. Nederland vergoedt de door het woonland gemaakte kosten.
Voor deze zorg betaalt de verdragsgerechtigde een bijdrage die wordt geïnd door het CAK. Deze bijdrage bestaat uit een inkomensafhankelijke (Wlz en Zvw) nominale component (Zvw). Deze factor is afgestemd op het zorgniveau van het woonland.
Normenkader
Het CAK is als bevoegd orgaan in de zin van artikel 1 onderdeel q onder iii van Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en bilaterale sociale zekerheidsverdragen. In Titel III, Hoofdstuk 1 van Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels zijn de relevante prestaties opgenomen. Het CAK is op grond van artikel 6.1.2 onder g Wet langdurige zorg juncto artikel 69, tweede lid, Zorgverzekeringswet belast met de inning van de bijdragen van niet-ingezetenen.
Op grond van artikel 39, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet komen deze bijdragen ten gunste van het Zorgverzekeringsfonds.
Daarnaast is de volgende wet- en regelgeving van toepassing:
− de Regeling zorgverzekering (artikel 6.3.1 t/m 6.3.4);
− het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999;
het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 augustus 2015, houdende de aanwijzing van enige organen ingevolge Verordening (EG) nr. 883/2004;
het Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 november 2016, kenmerk 1045213-157958-Z, houdende wijziging van het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 augustus 2015, houdende de aanwijzing van enige organen ingevolge Verordening (EG) Nr. 883/2004;
het Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 15 juni 2018, kenmerk 1356655-177439-Z, houdende wijziging van het Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 3 augustus 2015, houdende aanwijzing van enige organen ingevolge Verordening (EG); en de Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 18 oktober 2019, kenmerk 1594729-197076-Z, houdende wijziging van de Regeling zorgverzekering in verband met het vaststellen van de woonlandfactoren voor het jaar 2020 ten behoeve van de gedifferentieerde berekening van de bijdrage voor verdragsgerechtigden.
De toepasselijke bilaterale sociale zekerheidsverdragen betreffen:
• het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Turkije inzake sociale zekerheid
8 Het verdrag met Turkije regelt het recht op zorg van gepensioneerden in Turkije. Voorwaarde is dat gepensioneerden volgens het Nederlandse recht een aanspraak op verstrekkingen hebben. In de huidige situatie wordt aan deze voorwaarde niet voldaan, omdat gepensioneerden niet in Nederland wonen of werken. Sinds 2006 ontbreekt daarmee de formele basis voor het recht op vergoeding van zorg en medische kosten.
Een concreet voorstel tot wijziging van het Turks-Nederlandse verdrag ligt al sinds het jaar 2000 op tafel. Dit voorstel maakt vergoeding van zorg en medische kosten voor gepensioneerden in Turkije mogelijk. De betreffende wijziging is onderdeel van een breder pakket van sociale zekerheden dat dient te worden aangepast. Het CAK kan dit knelpunt niet zelfstandig oplossen en is hierbij afhankelijk van de ministeries van VWS en SZW. Het CAK, handelt in deze situatie, in opdracht van het Ministerie van VWS, vooruitlopend op de definitieve verdragsbepaling, rekening houdend met de (technische-)wijzigingsvoorstellen, wel in de geest van de verdragsbepalingen. Dit is door het CAK afgestemd met het Ministerie van VWS. Het Ministerie van VWS heeft aangegeven zich binnen haar mogelijkheden in te spannen om tot definitieve verdragsregelingen te komen. Wij beschouwen dit formeel gezien als een onrechtmatigheid, omdat de verdragsregelingen nog niet definitief zijn. Vervolgens heeft de NZa bepaald welke consequenties zij aan deze geconstateerde onrechtmatigheid verbindt. De NZa heeft in hun ‘Rapport Uitvoering wettelijke taken door het CAK verantwoordingsjaar 2019’ aangegeven, dat de NZa, gelet op het feit dat het CAK volgens de hiervoor beschreven situatie handelt en gelet op het cliëntbelang, het niet wenselijk vindt dat deze onrechtmatigheid wordt gecorrigeerd. De NZa heeft in hun Rapport 2019 ook verzocht aan het Zorginstituut deze onrechtmatigheid eigenstandig mee te wegen in de verantwoording over de rechtmatige uitvoering van het Zorgverzekeringsfonds. De uitkomst daarvan is dat het Zorginstituut deze financiële (sub)stroom als onrechtmatigheid heeft verantwoord in het ‘Financieel jaarverslag fondsen 2019’. Bij een gelijkblijvende situatie en uitvoering door het CAK in 2020 zal ons oordeel voor verantwoordingsjaar 2020 ook gelijk blijven.
;
• het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko
9 In het verdrag met Marokko is opgenomen dat het recht op vergoeding van zorg en medische kosten alleen geldt voor personen die verzekerd (of meeverzekerd) zijn op grond van de (niet meer bestaande) Ziekenfondswet. Hierdoor ontbreekt eveneens sinds 2006 de formele basis voor vergoeding van zorg en medische kosten. Het Ministerie van VWS is sinds 2007 bezig om de bepaling in het verdrag aan te passen. Ook hier is waarschijnlijk geen spoedig resultaat te verwachten. Het CAK kan dit knelpunt niet zelf oplossen. De NZa en het Zorginstituut hebben deze financiële (sub)stroom hetzelfde beoordeeld als de financiële (sub)stroom bij de uitvoering verdragslanden Turkije, verwezen wordt naar voetnoot 8.
;
• het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (geldt voor Bosnië-Herzegovina, Montenegro en Servië);
• het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Tunesië inzake sociale zekerheid;
• het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kaapverdië inzake sociale zekerheid;
• het Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Macedonië inzake sociale zekerheid.
Op 1 februari 2020 is het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie in werking getreden (Terugtrekkingsakkoord). Dit Terugtrekkingsakkoord bevat de voorwaarden voor een ordelijk vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.
De uit de ‘administratie en inning bijdrage verdragsgerechtigden (verzekeringskantoor)’ voortvloeiende baten en lasten, activa en passiva (balansmutaties) zijn rechtmatig indien deze voldoen aan de in het bovengenoemde normenkader gestelde eisen op het gebied van juistheid, tijdigheid en volledigheid.
Waarderingsgrondslag
Het CAK hanteert voor de financiële stromen ‘administratie en inning bijdrage verdragsgerechtigden (verzekeringskantoor)’ het baten- en lastenstelsel.
Verantwoording
De grondslag voor de verantwoording zijn de bijdragen die het CAK gerechtigd is in het verslagjaar op te leggen aan verdragsgerechtigden, vermeerderd of verminderd met de aanpassingen op de opgelegde bedragen met betrekking tot voorgaande jaren.
- Regeling
- Model jaarverslaggeving CAK bestuurlijke verantwoording burgerregelingen 2020
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 01-04-2021
- BWB-id
- BWBR0045013
- Versie
- 2021-04-01_0