wetzoeker

Artikel 8.20 Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Moties

1 Ieder lid dat het woord voert, kan daarbij, alleen of met andere leden, over het in behandeling zijnde onderwerp moties indienen. Het lid leest de tekst van zijn moties voor.

2 De moties moeten kort en duidelijk zijn geformuleerd, op schrift zijn gebracht en zijn ondertekend.

3 Een lid kan gedurende zijn eerste termijn geen moties indienen, tenzij:

a. de Kamer daarvoor toestemming geeft; of

b. wordt beraadslaagd over een verslag van een commissiedebat of schriftelijk overleg.

4 De beraadslaging over moties vindt plaats bij de beraadslaging over het onderwerp waarover de motie is ingediend, tenzij de Kamer anders besluit.

5 De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd.

Regeling
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Afkortingen
RVOTK, RvO II
Soort
Reglement
Geldend vanaf
16-06-2026
BWB-id
BWBR0044975
Versie
2026-06-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl